Fotograaf zonder opsmuk

Veel foto’s die de overleden Wally Elenbaas maakte zijn verloren gegaan. Wat er is overgebleven getuigt van een authentiek oeuvre.

Wally Elenbaas in ’96 Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Welgeteld één fotorolletje bleef er over van het werk dat Wally Elenbaas maakte in zijn eerste jaren als fotograaf en lid van de Vereniging van Arbeidersfotografen. De gehavende hand van een arbeider staat erop, een donkere muur met de leus ‘Fascisme is moord’. Stuk voor stuk foto’s die getekend zijn door hun tijd: de crisisjaren dertig, strijdbaar communisme, verzet tegen het fascisme. Hij had er meer gemaakt, veel meer, maar ze gingen verloren in de oorlogsjaren waarin hij zelden lang op een plek verbleef en voor illegaliteit valse papieren vervaardigde.

Het zou niet de enige keer zijn dat Elenbaas, eerder deze week op 96-jarige leeftijd in zijn woonplaats Rotterdam overleden, werd dwarsgezeten. In de jaren zestig werd een deel van de naaktfoto’s in beslag genomen die hij maakte van zijn vrouw en muze Esther Hartog (1905-1998) en van modellen uit vriendinnenkring. ‘Onzedelijk’ heetten ze. Het leverde hem een veroordeling op. De foto’s werden nooit geretourneerd.

Al te veel wilde Elenbaas nadien over dat verloren deel van zijn oeuvre nooit kwijt. Niet alleen moet de herinnering pijnlijk zijn geweest, ook had hij zijn werkterrein inmiddels aanzienlijk verbreed: hij maakte schilderijen, etsen en vervaardigde monumentale muurschilderingen voor de Rotterdamse Beurs, het provinciehuis in Arnhem en voor kantoren van Philips en Unilever.

Elenbaas’ kunstenaarsschap was veelzijdig. De basis daarvan werd gelegd in 1929, toen hij werd ontslagen als jongste bediende bij een Rotterdams graankantoor en besloot dat, als hij dan toch in armoede moest leven, dat maar moest als ‘romantisch kunstenaar’. Beïnvloed werd hij in die eerste jaren vooral door vormgever en typograaf Dick Elffers die hij leerde kennen via het ‘arbeiders-schrijverscollectief’ Links Richten en bij wie hij enige tijd als assistent werkte.

Mede door zijn veelzijdigheid raakte Elenbaas als fotograaf min of meer in de vergetelheid. Pas in de loop van de jaren tachtig werd dit deel van zijn werk herontdekt. Het leidde tot exposities bij galerie Cokkie Snoei, het Fotomuseum Den Haag en Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam dat vanaf dinsdag een klein deel uit zijn werk zal exposeren.

Een speels, soms wat tentatief oeuvre kwam eruit tevoorschijn: de arbeidersfoto’s, vroege experimenten met diagonalen, close-ups en extreme perspectieven in de stijl van de Nieuwe Fotografie uit de jaren twintig. En, gelukkig: de wél bewaard gebleven naakten, waaronder die van zijn vrouw Esther, in 2002 gebundeld in zijn enige fotoboek. Foto’s met een besloten, bijna huiselijk karakter bleken het: hier een stoel, daar een deurpost of een deken, strijklicht kierend door luxaflex en gordijn over zacht golvende huid. „Zonder opsmuk”, omschreef hij ze ooit in een interview. Het waren precies de goede woorden, al klinken ze te karig voor een ontegenzeglijk authentiek oeuvre.