Ferrari is kunst op wielen

Auto’s in een kunstrubriek? Als het Ferrari’s betreft, is daar niks geks aan, zegt Marcel Massini, de Zwitserse autohistoricus die diverse boeken over het Italiaanse sportwagenmerk schreef. „Ferrari is kunst op wielen”, zegt Massini. „En more fun dan een schilderij, want je kunt er ook nog in rijden.”

In het Italiaanse Maranello liep Massini afgelopen vrijdag watertandend rond op de kijkdag van de Ferrari-veiling van het in auto’s gespecialiseerde Amerikaanse RM Auctions in samenwerking met Sotheby’s. Op het circuit bij de Ferrari-fabriek hielden de veilinghuizen een verkoop waar vijfhonderd liefhebbers vanuit de hele wereld op af waren gekomen.

Hoewel er jaarlijks slechts vierduizend nieuwe auto’s de fabriek in Maranello verlaten, spreekt geen ander automerk zo tot de verbeelding als Ferrari. Wereldwijd lopen jongens en mannen uit vrije wil in kleding met het gele schildje met het steigerende paard. En in de Abu Dhabi opent volgend jaar een Ferrari-pretpark.

Hoe groot de aantrekkingskracht van het merk is, bleek zondag weer eens. Een door Formule I-coureur Michael Schumacher gedragen horloge bracht 25.300 euro op, een bronzen crucifix gemaakt voor het bezoek van paus Johannes Paulus II aan de Ferrari-fabriek 12.650 euro.

Maar de honderd Ferrari-memorabilia vormden slechts de opmaat voor de veiling van 45 bijzondere auto’s. Wat met een Ford Mondeo of Volkswagen Passat ondenkbaar is, gebeurt met Ferrari’s regelmatig: ze worden steeds meer waard. Neem een Ferrari 250 GT. In 1961 kostte de twaalfcilinder spyder omgerekend zo’n 25.000 euro. Tien jaar geleden bracht een goed exemplaar al zeker 2 miljoen euro op. Zondag werd de 250 GT van de Amerikaanse acteur James Coburn afgehamerd op ruim 7 miljoen euro, een recordprijs. Geen onverstandige koop, zegt Massini, want „de prijzen zullen zeker nog verder stijgen”. De totale opbrengst van de veiling bedroeg 28 miljoen euro.

Wat bepaalt de uitstraling van het in 1947 door Enzo Ferrari opgerichte bedrijf? Peter Wallmann van RM Auctions struikelt over zijn woorden: „De racegeschiedenis, de sexy uitstraling van de modellen, het geluid van de motoren, het vlammende rood van de lak – te veel op op te noemen.”

Net zo enthousiast is vastgoedondernemer Harrie van de Moesdijk uit Eindhoven. „Je hebt automobielen en je hebt Ferrari’s”, zegt hij. „Het zijn auto’s om te aaien, ze maken je een beetje gek.” Jarenlang was de voormalig marktkoopman een gepassioneerd verzamelaar van Ferrari’s. „Eerst spaarde ik postzegels. Dan gaat het je goed, treed je buiten jezelf en ga je auto’s verzamelen.”

Maar toen er in zijn garage 34 verschillende modellen stonden, vond Van de Moesdijk het mooi geweest. Op de voorpagina van De Telegraaf liet hij 17 januari weten dat zijn collectie te koop was: „Ik had er te veel onrust van: mijn zonnebril lag in auto drie, mijn portemonnee in auto twaalf.”

De Nederlandse Ferrari-importeur Frits Kroymans hing dezelfde ochtend aan de lijn. Hoewel al in het bezit van een indrukwekkende verzameling oude Ferrari’s nam hij de collectie graag over. „Frits is een gepassioneerd verzamelaar”, zegt Van de Moesdijk. „Hij bezit een van de meest gewilde Ferrari’s, een 250 GTO. Een bod van 12,5 miljoen op die auto sloeg hij af. Want hij racet er regelmatig mee op het circuit.”

Van de Moesdijk begrijpt goed wat een Ferrari-veiling losmaakt. Hij bezit er nog steeds twee. „Als ik zo’n auto start, bezorgt me dat al een prettig gevoel.” Maar de opbrengst van zijn ‘rollende kunst’ heeft hij toch gestoken in kunst voor aan een spijker. „Ik heb er een mooie Renoir van gekocht.”