Een nieuw tijdperk van botsende grootmachten

Robert Kagan:The Return of History and the End of Dreams. Knopf, 116 blz., € 19,90

De wereld is weer normaal geworden, stelt Robert Kagan vast in zijn nieuwe pamflet over de machtsverhoudingen in de wereld. Het lijkt hem niet te spijten.

Na het einde van de Koude Oorlog, het grote strategische en ideologische conflict van onze tijd, dachten we even dat er een nieuwe wereldorde zou ontstaan. Een hersenschim, stelt de Amerikaanse politiek commentator in The Return of History and the End of Dreams.

We moeten onder ogen zien dat de harde rivaliteit tussen grootmachten weer terug is en ons opmaken voor een nieuwe confrontatie. Fukuyama had het mis toen hij ‘het einde van de geschiedenis’ aankondigde en betoogde dat de hele wereld zou overstappen op een democratische staatsvorm naar westers model met een vrije markteconomie. Een groot deel van de wereld blijkt dat helemaal niet van plan te zijn.

Kagan is niet de eerste die dat vaststelt. En hij is ook lang niet de enige die, met het einde van de regering-Bush in zicht, het geopolitieke speelveld analyseert dat de nieuwe president zal aantreffen. Door de assertieve politiek van Rusland, de opkomst van China en India, kortom ‘the rise of the rest’, valt niet meer te negeren dat supermacht Amerika veel meer rekening moet houden met andere grootmachten. Temeer daar de VS zélf hun positie hebben verzwakt met de Irak-oorlog en de ‘oorlog tegen terreur’.

Nu Washington zich heeft vertild aan zijn ‘unilateralisme’, betogen analisten, is een tijdperk aangebroken van, naar keuze, ‘multipolariteit’, ‘nonpolariteit’ of zelfs een ‘post-Amerikaanse wereld’. De etiketten mogen verschillen, maar de meeste commentatoren zijn het erover eens, ook denkers uit conservatieve hoek zoals Kagan, dat na de korte periode van Amerikaanse oppermacht een nieuwe fase is aangebroken.

Kagan onderscheidt zich evenwel door de helderheid waarmee hij de complexe nieuwe situatie interpreteert en voorziet van aanbevelingen. De grote krachtmeting die de internationale verhoudingen de komende tijd zal domineren, stelt hij, is die tussen democratieën (VS, Europa, Japan, Australië, India, Brazilië) en autoritair geregeerde landen, autocratieën, zoals Rusland, China en Iran. Omdat het Rusland en China economisch nu voor de wind gaat, heeft hun model ook elders in de wereld aantrekkingskracht: ‘autocracy is making a come-back’.

Daartegen moeten de democratieën een blok vormen, zegt Kagan, een soort Bond van Democratieën, om hun belangen en principes te verdedigen. De charme van zijn boekje zit in de eenvoud, die noodt tot tegenspraak, en de gedachte dat het inzicht geeft in het denken van Amerikaanse neoconservatieven. Dat gold in 2003 voor zijn Of Paradise and Power (waarin hij stelde dat machtig Amerika en zwak Europa hopeloos uit elkaar gegroeid waren). En het geldt ook voor dit boek (waarin de VS en Europa toch weer samen moeten optrekken).

Kagan beschrijft overtuigend dat Rusland, China en andere landen in opkomst weinig vertrouwen hebben in internationale organisaties en afspraken, die ze vaak (en met reden, erkent Kagan), zien als instrumenten van het Westen. Ze zien hun belang vooral in nationale termen, en werken aan versterking van hun economische, politieke en militaire macht.

Dat mag te betreuren zijn, maar het valt niet los te zien van de opstelling van de VS in de afgelopen jaren. Zouden Rusland en China zich zo ontwikkeld hebben als Washington zich na de Koude Oorlog terughoudender had opgesteld, de Verenigde Naties niet zo had geschoffeerd, de NAVO niet was blijven uitbreiden, geen ontwapeningsverdragen had opgezegd, geen plannen had ontwikkeld voor een raketschild dichtbij Rusland?

Dat zullen we nooit weten. Maar een nieuwe Amerikaanse president zou wél weer respect kunnen tonen voor het internationale recht, voor de VN (door Kagan min of meer afgeschreven) en voor diplomatie. Niet uit dromerig idealisme, maar omdat het denken in rivaliserende blokken snel leidt tot het verharden van tegenstellingen.