Economie telt – ook in de wijk

Vertrouwen in de buurt hangt eerder af van inkomen en opleiding dan van etnische diversiteit, zeggen Tom van der Meer en Jochem Tolsma.

In NRC Handelsblad van 14 mei stelden Bram Lancee en Jaap Dronkers dat bewoners van een etnisch diverse buurt minder vertrouwen hebben in hun buren en in hun buurt. Hiermee zouden zij de bevindingen uit eerder Amerikaans onderzoek van Robert Putnam ook voor Nederland hebben bevestigd. Op grond van onze bevindingen lijken de conclusies van Lancee en Dronkers te kort door de bocht, en leiden zij tot verkeerde beleidsaanbevelingen.

Sinds het artikel van Putnam (Opinie & Debat, 30 juni 2007) discussiëren wetenschappers en beleidsmakers over de vraag of etnische diversiteit slecht is voor sociale cohesie. Met sociale cohesie bedoelen wij het vertrouwen in anderen en contact met anderen. Vorig jaar mengden Gesthuizen, Van der Meer en Scheepers zich in het debat door aan te tonen dat immigratie niet schadelijk blijkt te zijn voor ontmoetingen met vrienden, buren en collega’s en het helpen van anderen. Daarmee weerleggen zij Putnams conclusie – althans voor Europese landen (NRC Handelsblad, 7 september 2007). Net als Lancee en Dronkers hebben ook wij onderzoek gedaan naar de invloed van etnische diversiteit op sociale cohesie in wijken en gemeenten in Nederland.

Veel factoren zijn belangrijker voor de verklaring van sociale cohesie dan etnische diversiteit. Iemands leeftijd, opleiding, inkomen en geslacht doen er meer toe. Etnische diversiteit in wijken gaat bovendien vaak gepaard met economische ongelijkheid, armoede, verhuismobiliteit en criminaliteit. In arme wijken hebben burgers minder contact met elkaar en doen ze minder vrijwilligerswerk dan in rijke wijken.

Lancee en Dronkers verzwijgen dat ook in hun onderzoek het verband tussen etnische diversiteit en ‘vertrouwen in de buurt’ slechts schijn is, zodra zij rekening houden met andere wijkkenmerken.

Terecht is het volgens Lancee en Dronkers fout om allerlei aspecten van sociale cohesie op één hoop te gooien. Net als Putnam vinden zij een negatief effect van etnische diversiteit op het vertrouwen in de buren. Net als wij – maar in tegenstelling tot de beweringen van Putnam – vinden zij dat diversiteit juist positief werkt op het vertrouwen in andere etnische groepen. Wij vinden dat etnische diversiteit niet van invloed is op het contact met de buren, niet op het algemeen vertrouwen in de medemens en evenmin op de waarde die mensen aan hun sociale relaties hechten. Wel verkleint etnische diversiteit de kans op deelname aan vrijwilligerswerk.

Tot slot stellen Lancee en Dronkers dat etnische diversiteit binnen buurten het vertrouwen onder alle etnische groepen zal doen afnemen. Ons onderzoek bevestigt dit, maar toont eveneens dat de effecten van etnische diversiteit en andere wijkkenmerken verschillen al naar gelang het inkomen of de opleiding van de bewoners. De nabijheid van immigranten in de buurt doet inter-etnisch vertrouwen minder toenemen onder lager opgeleiden dan onder hoger opgeleiden. Daarnaast toont ons vervolgonderzoek aan dat mensen met een laag inkomen in het algemeen vatbaarder zijn voor de invloed van wijkkenmerken dan mensen met een hoog inkomen.

Deze kanttekeningen zijn essentieel voor beleidsmakers. Het maakt nogal wat uit of men het vertrouwen in de buurman, in andere etnische groepen, of in de medemens in het algemeen wil verhogen. Individuele kenmerken en economische wijkkenmerken lijken in dit verband veel belangrijker en zijn daarom een beter aangrijpingspunt voor overheidsbeleid dan etnische diversiteit.

Tom van der Meer en Jochem Tolsma zijn als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij presenteren dit onderzoek op 29 mei op het Politicologenetmaal.

Lees de artikelen van Lancee en Dronkers en van Putnam op nrc.nl/opinie