‘De wereld kan niet zonder snobs’

De Britse aartsconservatief Roger Scruton probeert hoge cultuur te redden van de verloedering van de moderne wereld. Maar hoe goed kent hij die moderne wereld zelf?

Als Rodins De Denker, zo steunt Roger Scruton op één elleboog, de hand aan de kin. In Culture Counts, nu vertaald als Waarom Cultuur belangrijk is (Nieuw Amsterdam, €16,95) verdedigt Scruton (1944) de klassieke westerse cultuur tegen ‘de rampen van het modernisme en postmodernisme’, ‘het sarcastische nihilisme van de interne critici van het Westen’ en ‘de humorloze kwezelarij van de islam’. Al doende scheidt hij kaf van koren door zich te keren tegen popmuziek, moderne architectuur en abstracte schilderkunst. Op de vraag of er ook een ontwikkeling in de kunst van na, pakweg, 1950, te noemen valt die Roger Scruton van harte toe kan juichen, komt het moeizame antwoord dan ook pas na een lange, diepe stilte. „In mijn levensdagen is er nog wel grote kunst geschapen. Ik denk aan Benjamin Britten, Olivier Messiaen.”

Moeilijker. Een groot kunstwerk uit de éénentwintigste eeuw.

Na wederom lang nadenken: „Uit de afgelopen tien jaar kan ik niet echt iets noemen. Nog niet. Hoogstens enkele redelijke boeken, maar verder niet.”

Er was niet één roman die u een sprankje hoop gaf ?

„Misschien Enduring Love van Ian McEwan. En Les Orphelins van Louis Pauwels uit ‘96, een favoriet van mij, omdat erin wordt afgerekend met de generatie van ’68. Maar weet u, ik heb de zaken niet zo goed bijgehouden als ik zou moeten.”

Hij wordt vaak aangeduid als conservatief, maar traditionalist is een beter woord. Vanaf zijn boerderij in Wiltshire in Zuid- West Engeland bestookt Roger Scruton de wereld met verhandelingen over de teloorgang van cultuur, onderwijs, politiek en moraal. Zijn ruim dertig boeken over conservatisme, seksueel verlangen en moderne cultuur zijn bedoeld als anker voor wie in de woelige zee van de moderne wereld dreigt te verdrinken. Engeland stond op z’n achterste benen na een pamflet van Scruton voor de vossenjacht. Hij raakte zijn column bij de Financial Times kwijt, toen bleek dat hij zich door een fabrikant liet betalen voor positieve columns over tabak. De heer van stand maakt in de klassieke ‘bibliotheek’ die het Amsterdamse Hotel Ambassade heeft ingericht voor schrijversinterviews niet de aanmatigende indruk die zijn boek soms geeft. Hij komt afstandelijk over, zelfs een tikje timide.

U heeft al veel ter verdediging van hoge cultuur geschreven. Waarom wilde u het er nogmaals over hebben?

„Mijn generatie is een van de laatste die de grote kunstwerken nog echt goed heeft leren kennen. Ik wilde onderzoeken hoe we de hogere kunst kunnen doorgeven aan volgende generaties. En ik wilde laten zien waarom dat zo belangrijk is.”

„Elites zijn daarbij cruciaal. Iedereen accepteert dat er een wetenschappelijke elite is, omdat de samenleving er als geheel van profiteert. De westerse kunst is een bron van diepe, waarachtige kennis, kennis van tradities, emoties en menselijke relaties. Het is met kunst dus net zo als met wetenschap: als een elite er goed in geschoold is, komt dat de rest van de samenleving ten goede. Dat is misschien niet democratisch, maar niet alles hoeft ook democratisch te zijn. En vergeet niet dat de elite in kwestie er hard voor moet werken. Als je eenmaal door kunst gegrepen raakt, heb je geen keus meer. Dan moet je lezen, luisteren, kijken.”

Bijna meer dan over cultuur gaat dit boek over onderwijs. U schrijft: ‘Echte leraren brengen geen kennis over om hun leerlingen te begunstigen; ze onderwijzen hun leerlingen om de kennis te begunstigen.’ Hoe ziet u dit in de praktijk voor zich?

„Een leraar moet de kinderen met het meeste talent eruit pikken en zich op hen richten, anders gaat kennis verloren. Als hij dat niet doet, is hij ongeschikt voor zijn vak. Natuurlijk moet hij zich ook bekommeren om die andere, gewone kinderen, maar het belangrijkste is de kennis. De leerlingen komen op de tweede plaats.”

Ook op een andere manier is uw boek erg losgezongen van de realiteit. U wijt de teloorgang van hoge cultuur aan democratisering en massamedia. Economie komt in uw betoog niet voor.

„Ik schrijf inderdaad niet over de economie van cultuur. Je kunt zeggen dat het kapitalisme lange tijd gunstig is geweest voor cultuur, vanwege patronage. In de 17de en 18de eeuw had het mercantilistische ideaal een spirituele dimensie: de kunst triomfeerde met de handel. Maar inderdaad is nu het omgekeerde het geval. De waarden die de markt uitdraagt, zoals snelle verandering, snelle bevrediging van behoeften en een afkeer van complexiteit, staan juist haaks op de waarden die nodig zijn om hoge cultuur te kunnen begrijpen.”

Had u daar dan niet over moeten schrijven?

„Ik heb de massamedia genoemd. Die bepalen de smaak van het grote publiek. Presentatie is alles, inhoud telt niet meer.”

U schrijft veel over de scholing van de elite, maar niet over de groep mensen voor wie het etaleren van slechte smaak juist van goede smaak getuigt. Een groep die nadrukkelijk aanschopt tegen alles wat u bepleit.

„Internet heeft het slechtste in de mens naar boven gehaald. Het barst van beelden en woorden die erop gericht zijn mensen zich goed te laten voelen over het feit dat ze zich slecht voelen. Een maatschappij waarin alle kinderen zo nihilistisch zijn, zal te gronde gaan. Hoge cultuur gaat hier niet helpen. Het belangrijkste is dat we een safe haven van hoge cultuur open houden voor culturele asielzoekers. Zonder deze asielzoekers is alles verloren. Laten we hopen dat er af en toe nog iemand binnen wil. We moeten het licht van de beschaving brandend houden.”

Maar u schrijft niet hoe. Alleen door die enclave te bouwen? Dat lijkt me een recept voor doodsheid en benauwdheid.

„Ik schrijf wel dat de hoge westerse cultuur ongekend veerkrachtig is, doordat ze meer ontvankelijk is voor invloed en verandering dan welke andere cultuur ook. Neem India: de Britse literatuur is diepgaand beïnvloed door de Indiase literatuur. Omgekeerd heeft de Indiase klassieke literatuur niks overgenomen uit de Britse literatuur. Met als resultaat dat Indiërs nu Engelse romans schrijven.”

Kan een paar honderd jaar koloniale exploitatie daar iets mee te maken hebben?

„Misschien, maar dat is niet de verklaring. Kijk naar de Chinezen. Die zijn nooit onderdrukt. Toch is het Westen beïnvloed door de Tao te Ching, zijn westerse componisten diepgaand geïnspireerd door Chinese muziek. Maar de leer van Confucius is nog altijd onveranderd, en klassieke Chinese muziek is nagenoeg dood. Onze hoge cultuur kenmerkt zich door openheid. Laten we niet doen alsof andere culturen hetzelfde zijn, want dat is gewoon niet zo.”

Uw Israelische collega Avishai Margalit noemt het superieur stellen van de westerse cultuur ‘cultureel snobisme’. Volgens hem is het doordrenkt van ‘de angst van de elite voor de massa’.

„Hoge cultuur is in zekere zin gegrondvest op een traditie van kritiek en oordeel. Dat impliceert dat je altijd kunt zeggen, ‘dit of dat kunstwerk voldoet niet aan de norm’. Dat schrikt wellicht af. Daarnaast hebben mensen altijd een heel negatief imago van snobisme, maar dat kan ook een nuttige sociaal verschijnsel zijn, dat een samenleving als geheel omhoog haalt. Niemand wil een snob genoemd worden, maar toch moeten snobs er zijn.”

Volgens de Amerikaanse journalist John Seabrook is de oude klassieke cultuur allang een subcultuur van blanke hoogopgeleiden, een subcultuur tussen andere subculturen.

„Dit veronderstelt dat er geen onderscheid of hiërarchie is tussen verschillende subculturen. Maar het web van referenties en subtiliteiten van de klassieke cultuur is oneindig veel verfijnder dan dat van moderne culturen. Het gaat om kennis die is verbonden met onze diepste emotionele instincten. De popcultuur verwijst alleen naar zichzelf. Jongeren die alleen dat kennen gaan volledig op in zichzelf, vinden alleen zichzelf, nooit de wereld.”

U schrijft steeds over ‘goede’ en ‘slechte’ smaak. Waarom niet over ‘acquired taste’? Is het niet zo dat je sommige complexe zaken pas gaat waarderen als je ouder bent?

„Omdat je ook slechte smaak kunt verwerven, en dat doen de meesten.”

Maar moet men soms niet water bij de wijn doen om minder mensen buiten te sluiten?

„Er zijn nieuwe, laagdrempelige wegen naar de hoge cultuur, zoals computergames. Maar psychologen zijn gealarmeerd door wat games met je hersenen doen. De obsessie voor een scherm staat haaks op de concentratie die voor lezen nodig is.”

Kunt u zich voorstellen dat jongeren, vrouwen of mensen met een niet-westerse achtergrond zich storen of zich niet herkennen in het beeld dat van hen in westerse kunstwerken wordt geschetst en dat ze er daardoor soms geen boodschap aan hebben?

„Ja hoor. Ik heb het zelf met Jean Genet. Zijn romans zijn stilistisch briljant, maar inhoudelijk totaal destructief. Om deze reden kan ik ze niet als grote kunst classificeren. Wel als slimme, gewiekste kunst. Ik kan me voorstellen dat een Afrikaan Conrads Heart of Darkness anders leest dan een westerling. Toch kan ik me niet indenken dat hij er de grote kunst niet in herkent.”

U verwijt feministen en islamisten ‘puriteinse waakzaamheid’ bij het opleggen van hun morele standaards of smaakdictaten. Maar maakt u zich zelf ook niet schuldig aan een dergelijk puritanisme?

„Ik hoop van niet. Nogmaals, de hoge cultuur die ik verdedig heeft er steeds blijk van gegeven zich te kunnen openstellen voor allerlei invloeden.”

Uw landgenoten en vakbroeders John Gray en Alasdair MacIntyre houden zich respectievelijk bezig met het falen van utopieën en het hameren op traditie in zaken van deugd en moraal. Waarom staan Engelsen zo argwanend tegenover vernieuwing?

„De Engelsen verkiezen redelijkheid boven de Rede. Ze proberen niet van perfectie uit te gaan. Wij zijn een probleemoplossend volk van traditionalisten dat weinig gevoelig is voor idealen of utopieën.”

Maar is uw compromisloosheid dan niet utopisch?

„Ik ben geen utopist. Ik denk bijvoorbeeld niet dat de politiek moet mikken op idealen, zelfs niet de idealen die ik voor me zie. We hebben idealen alleen nodig om ons eraan te herinneren dat we tekortschieten. Dat er zaken zijn die groter zijn dan wij zelf.”

De recensie van Culture Counts staat op nrcboeken.nl.