Compromis: telecomdata jaar bewaren

De onenigheid tussen de regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie over het bewaren van gegevens over telefoongesprekken, sms-berichten en e-mails, is opgelost.

De fracties kozen gisteren bij de stemming over het wetsvoorstel van minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) voor een compromis van de ChristenUnie. Een meerderheid van de Kamer wil nu dat de telecomgegevens twaalf maanden worden bewaard.

Tijdens het Kamerdebat over het wetsvoorstel, vorige week, hield de PvdA vast aan een termijn van zes maanden. Het CDA steunde de termijn van achttien maanden van Hirsch Ballin. Die standpunten waren afgelopen dinsdag, toen de geplande stemming werd uitgesteld, nog ongewijzigd.

De bewaarplicht van telecomgegevens vloeit voort uit een EU-besluit om terrorisme en zware criminaliteit Europees te bestrijden. Groot-Brittannië, dat gebruikmaakte van onderzoek naar telefoonverkeer om de daders van de bomaanslagen in Londen op te pakken, was de grote aanjager.

Hirsch Ballin zat met zijn voorgestelde termijn van achttien maanden in Europees verband aan de hoge kant. Het besluit biedt ruimte voor een bewaartermijn van 6 tot 24 maanden. Frankrijk en Spanje kozen voor een jaar, het Verenigd Koninkrijk maakte een verdeling tussen belgegevens (een jaar) en internetdata (zes maanden). Duitsland hanteert een termijn van zes maanden.

Overigens loopt er een procedure van Ierland, dat de rechtsgeldigheid van het besluit betwijfelt, tegen de bewaarplicht bij het Europees Hof van Justitie. In Duitsland bepaalde het Constitutionele Hof dat veiligheidsdiensten voorlopig geen gebruik mogen maken van de gegevens. Het verwees daarbij naar de procedure van Ierland.

Tegenstanders van de bewaarplicht vinden dat de staat een te grote inbreuk pleegt op de privacy van burgers. Voorstanders wijzen op de voordelen voor terrorisme- en criminaliteitsbestrijding.

Gisteren besloot de Kamer ook dat de wet na drie jaar geëvalueerd moet worden. Voor wijziging van het soort gegevens dat onder de plicht valt, moet de minister het parlement toestemming vragen.