Bedrijfsleven wil contract JSF herzien

De Nederlandse luchtvaartindustrie wil opnieuw onderhandelen over het contract met de staat over de Joint Strike Fighter (JSF), de beoogde opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht.

Volgens de industrie is het „met de de huidige stand van zaken niet logisch” dat bedrijven moeten gaan meebetalen aan de honderden miljoenen euro’s die Nederland in het toestel heeft geïnvesteerd.

De zogeheten ‘Medefinancieringsovereenkomst’ (MFO) werd getekend in 2002. In dat jaar besloot het kabinet Kok II om 858 miljoen euro te steken in de ontwikkelingsfase van de JSF, onder de voorwaarde dat meedoen niet duurder zou zijn dan kopen ‘van de plank’. Nederlandse luchtvaartbedrijven – die hoopten op miljardenorders – zouden garant staan voor een eventueel tekort.

In 2002 werd dat tekort geschat op 191 miljoen euro, maar volgens interne ramingen van de ministeries van Economische Zaken en Financiën is dat gat inmiddels groter worden. Op 1 juli moet de ‘business case’ van de JSF opnieuw zijn doorgerekend („herijkt”) en wordt duidelijk worden hoeveel het bedrijfsleven moet betalen.

Maar volgens de Nederlandse luchtvaartbedrijven, verenigd in het NIFARP, gaat de MFO uit van gedateerde veronderstellingen. De financiële voordelen van het JSF-project zouden in werkelijkheid veel groter zijn dan geraamd. „Volgens ons is er geen gat in de begroting en pakt de business case nu al gunstig uit voor de belastingbetaler”, zegt Arie Kraaijeveld, bestuurslid van het NIFARP. „We willen daarom zo snel mogelijk aan tafel met het kabinet.”

In april van dit jaar heeft de industrie zijn standpunt in een brief aan Economische Zaken uiteengezet. Een woordvoerder van dat departement laat weten dat de business case zal worden herijkt „zoals is vastgelegd in de MFO”. Volgende week debatteert de Kamer over deelname aan de testfase van de JSF.