Ballet is mijn moedertaal

William Forsythe werd met zijn deconstructivistische balletten een icoon van de moderne dans. Nu maakt hij ook installaties in musea. „Ik veeleisend? Het publiek is veeleisend!”

Beeld uit de vorostelling Decreation door The Forsythe Company cheorografie William Forsythe foto Dieter Schwer Schwer, Dieter

Toen William Forsythe in 1980 het expressionistische ‘theaterstuk met dans’ Say bye-bye creëerde voor het Nederlands Dans Theater, kende waarschijnlijk maar een handvol balletliefhebbers zijn naam. Tien jaar later wist iedereen wie ‘Billy’ was. Begrijpelijk: in 1984 onthulde hij met Artifact een oneindige hoeveelheid nieuwe mogelijkheden voor de klassieke dans, die hij, eenvoudig gezegd, uiteenrafelde en oprekte, eens goed omroerde en totaal anders in elkaar zette, ofwel deconstrueerde. Al snel groeide Forsythe uit tot de opwindendste en meest nagevolgde choreograaf ter wereld. Ook zijn samenwerking met wetenschappers op het gebied van computertechnologie, filosofie, taalwetenschap en semiotiek werkte aanstekelijk, net als zijn uitstapjes naar de beeldende kunst.

In het Holland Festival presenteert Forsythe twee recente werken: Kammer/Kammer (2000) en Decreation (2005). Beide zijn gebaseerd op publicaties van de Canadese dichteres, essayiste en literatuurwetenschapper Anne Carson en begeven zich op het snijvlak van dans- en teksttheater. Het eerste stuk plaatst twee getroebleerde, homoseksuele liefdesrelaties in een soort live televisieshow, terwijl liefde, haat en jaloezie in Decreation naar dans, adem en klank worden vertaald. „Ik heb grote bewondering voor Anne Carson”, vertelt Forsythe (58), die zijn middagdutje heeft opgeofferd voor het interview. „Zij is één van de meest erudiete wetenschappers ter wereld. Haar werk heeft zo’n grote dichtheid dat ik alleen maar kan hopen dat ik iets van de structuren, metaforen en verwijzingen heb getroffen. Carson beschrijft hoe de realiteit van de liefde botst met ons idee erover – het is makkelijker te houden van een ideaalbeeld dan van een ander mens. Die zit alleen maar in de weg. Ik heb die thematiek verhalend uitgewerkt. Maar op mijn manier.”

Zijn manier. Die is in de ruim twintig jaar tussen Artifact en Decreation constant in beweging gebleven. Meer dan eens verbaasde hij het publiek met complexe, multimediale danscomposities, waarvan Impressing the Czar (1988) één van de meest imposante en barokke voorbeelden is. In de loop van de jaren negentig werden zijn choreografieën strenger, net zo ‘moeilijk’ als moderne muziek door velen wordt ervaren. Forsythe schudde namelijk niet alleen de wetmatigheden van het ballet door elkaar; ook de inhoudelijke samenhang moest eraan geloven. Betekenis was nog slechts in rebusvorm, verspreid over diverse lagen in dans, tekst, geluid en toneelbeeld te ontdekken. In die deconstructivistische danscomposities verwacht hij van zijn dansers, naast een uitstekende technische beheersing, durf, inzicht en initiatief. Het publiek krijgt in plaats van een esthetische verwenkuur een raadsel voorgeschoteld, vol filosofische, literaire en metafysische verwijzingen.

„Ik veeleisend? Het publiek is veeleisend! Dat zit niet te wachten op iemand die het wiel opnieuw uitvindt of het verleden nog eens dunnetjes overdoet. Voor een kunstenaar is het natuurlijk ook interessanter te werken aan iets wat hij nog niet kent. Ballet is mijn moedertaal. Ik ben ermee opgevoed en weet intussen hoe het werkt. Het vereist ook een bepaalde context. In een industrieel gebouw als dit zou klassiek ballet raar staan. Kunstmatig. Ballet presenteren in een fabriek of een tent heeft niets met modernisering te maken, dat is bullshit.”

Het gebouw waar hij

met een ruime armzwaai naar gebaart, is het Bockenheimer Depot. De gerenoveerde, negentiende-eeuwse tramremise van Frankfurt am Main is sinds 2005 de vaste standplaats van The Forsythe Company, de groep waarmee de Amerikaanse choreograaf in 2005 een doorstart maakte nadat het gemeentebestuur van Frankfurt de stekker uit het prestigieuze Ballett Frankfurt had getrokken. Vanuit de hele wereld kwamen verbijsterde en verontwaardigde reacties: hoe kón men de man die de groep van provinciale obscuriteit naar mondiale roem leidde, na twintig jaar zomaar aan de kant zetten? Forsythe zelf spuwde vuur over zoveel cultureel onbenul. Intussen is alles vergeten en vergeven.

„Terugkijkend”, zegt hij, ontspannen maar diplomatiek formulerend, „moet ik toegeven dat de opheffing van Ballett Frankfurt a blessing in disguise was. De omstandigheden waaronder ik nu in Frankfurt, Dresden en Zürich kan werken zijn fantastisch. Ik doe wat ik wil, alles wordt gefinancierd en ik ben geen speelbal meer van de Frankfurter gemeentepolitiek. Ik functioneer als kleine zelfstandige, als dienstverlener. Vergelijk het maar met de vuilnisophaaldienst. Je kunt me inhuren. Dat is duidelijk en geeft veel minder stress.”

Stress wordt Forsythe sowieso waar mogelijk bespaard. Binnen The Forsythe Company wordt de artistiek leider als een soort bijenkoningin omringd door een legertje nijvere werksters. Loopt een repetitie een kwartiertje uit, dan schuift alles en iedereen vijftien minuten op; is hij een kwartiertje eerder klaar, dan wordt alles in het werk gesteld om die tijdwinst nuttig te gebruiken. Een en ander geschiedt op een uitermate professionele en plezierige manier, want zijn naaste medewerkers houden alle betrokkenen op de hoogte van elke verschuivingen in het schema.

Dergelijke toewijding is indicatief voor Forsythes charisma en status. Niet alleen de zwaar conceptuele anti-dans-adepten uit het vlakkevloercircuit zijn schatplichtig aan hem, ook gerenommeerde, klassiek georiënteerde choreografen als Jirí Kylián hebben zich door Forsythe laten inspireren. Die invloed ervaart hij vooral als een grote verantwoordelijkheid. Forsythe is zich ervan bewust dat een kwalificatie als ‘icoon van de hedendaagse dans’ (die hij overigens nadrukkelijk voor rekening van de interviewer laat) hem in zekere zin tot museumstuk bombardeert, maar het stoort hem niet. „Musea zijn plekken waar het publiek kennis kan nemen van allerlei soorten informatie, dus als ik een museumstuk ben: geen probleem. Maar ik snap wat je bedoelt. Een paar jaar geleden zat ik een beetje zeuren en te zuchten. Toen mijn vrouw vroeg wat er aan de hand was, antwoordde ik: ‘Ach, ik moet weer een stuk over William Forsythe maken.’ Maar ja, is dat niet wat ik altijd heb gewild? Natuurlijk. Het is een grote eer en ik realiseer me dat het mijn taak is iets door te geven. Dan kun je maar beter zorgen dat je ook echt iets te vertellen hebt.”

Vooral de dansers van

The Forsythe Company profiteren van zijn kennis en kunde. Coachen is misschien wel zijn grootste talent, zegt hij. Nog altijd is hij verslingerd aan het werk in de studio, of het nu met zijn eigen groep is of bij een traditioneel balletgezelschap. Daar worden regelmatig zijn ‘balleteske’ choreografieën uit de jaren tachtig en negentig uitgevoerd, zoals Steptext (1985), In the Middle, Somewhat Elevated (1988) of The Vertiginous Thrill of Exactitude (1996); staalkaarten van zijn virtuoze, hypercomplexe hogeschooldans.

„Dansers vragen om die werken, ze willen zich ermee meten, het is een artistieke uitdaging voor hen. Pas nog was ik in New York, waar het Kirov een paar stukken van mij danste. Er was een meisje, Katia…. Rood haar.” Tot zijn ergernis kan hij niet op de achternaam van tweede soliste Yekaterina Kondaurova komen. „Pas 21 jaar en al een volgroeid kunstenaar, ongelooflijk. En met een plezier! Nooit eerder heb ik dat stuk zo zien dansen, zij heeft in één keer alle andere uitvoeringen uit mijn herinnering gevaagd. Ik was totaal overweldigd: oh, thank you, thank you, thank you!”

Forsythes plots opborrelende enthousiasme geeft aan dat hij onverminderd gelooft in dans als kunst van het specialistisch getrainde lichaam. Toch beschouwt hij dans als ‘slechts’ een onderdeel van zijn choreografieën: „Bij choreografie gaat het om de organisatie van de totale situatie, niet alleen om de mogelijkheden van het individuele lichaam.” Als min of meer logisch gevolg van dat inzicht houdt hij sinds begin jaren negentig bezig met beeldende kunst. Zijn ‘debuut’ op dit gebied maakte hij in The Books of Groningen (1990) van architect Daniel Libeskind. Nadien produceerde Forsythe van Tokio tot Parijs in musea en openbare ruimtes installaties in soorten en maten (video- en performance-installaties, installaties voor publieke ruimtes, ‘site-specific performance-tours’ et cetera), waarbij ruimte, objecten, dansers en beweging elkaar over en weer beïnvloeden.

Het zijn ‘installaties die functioneren als een choreografie’, zoals hij het zelf cryptisch omschrijft. Gebruikmakend van video- en computertechnologie en een groot LED-beeldscherm transformeerde hij in City of Abstracts (2000) bijvoorbeeld argeloze passanten in Frankfurt, Berlijn, Parijs en Zürich tot virtuele dansers. Veel grimmiger was Human Writes (2005), waarvoor hij samenwerking zocht met de Amerikaanse rechtsgeleerde Kendall Thomas. Hierin bewerkten dansers van The Forsythe Company en hijzelf grote stukken papier met houtskoolstiften. Ze gebruikten hun hele lichaam om teksten, tekens, abstracte en figuratieve beelden te creëren, althans pogingen daartoe te ondernemen. Voortdurend werden ze daarbij, vaak niet erg zachtzinnig, door de anderen gehinderd. Langzaam ontstond daardoor een beeld van de mens die op papier aanspraak kan maken de universele rechten van de mens (human rights), maar in werkelijkheid voortdurend stuit op politieke en sociaal-economische obstakels.

Volgens Forsythe is

Human Writes een performance-installatie. Een ander zou het een theatervoorstelling noemen. Die scheidslijn wordt de laatste jaren steeds vager in het oeuvre van het Fenomeen uit Frankfurt. Niet iedereen is enthousiast over deze ontwikkeling. Sommige critici vinden zijn recente producties te studieus geworden, gesloten en pretentieus. In 2002, de laatste keer dat Forsythe met zijn groep (toen nog Ballett Frankfurt) Nederland bezocht, beoordeelde een criticus het programma als ‘doorzichtig, afgezaagd en zelfs goedkoop’. Er worden tegenwoordig ook vergelijkingen gemaakt met de experimentele Amerikaanse dans uit de jaren zestig. (Pikant detail: Forsythe nodigde onlangs één van die pioniers van het postmodernisme, Deborah Hay, uit om onder de paraplu van zijn Company een voorstelling te presenteren.)

Jaren zestig, politiek engagement, verhalende voorstellingen – hebben we het hier nog steeds over William Forsythe, die grote vernieuwer van de danskunst? Is de magie uitgewerkt? Onwaarschijnlijk. Keer op keer heeft Forsytheij bewezen dat het hem wel is toevertrouwd bestaande concepten binnenstebuiten te keren. Daarbij blijft hij collega-choreografen, discipelen, epigonen, publiek én pers meestal net die ene, kritieke stap voor. Dat heet kunst.

The Forsythe Company met Kammer/Kammer (2 en 3 juni) en Decreation (7 en 8 juni), Westergasfabriek (Zuiveringshal West). Inl. 020-5237787, www.hollandfestival.nl, www.theforsythecompany.de.