!!!!!!!!!!!!!!!

Het Nederlands verandert, sneller dan ooit. Dat heeft vier oorzaken: het slechte onderwijs, de toenemende invloed van het Engels, de zich onweerstaanbaar verbreidende opvatting dat iedereen zijn eigen baas is en van geen ander mens iets hoeft aan te nemen, en de versterking van het effect van de eerste drie door de veralgemening van internet.

Anders gezegd: steeds meer mensen drukken zich in hun moedertaal voor een groter publiek gebrekkiger uit, terwijl ze voor zichzelf het recht opeisen, gehoord te worden, op te vallen, au serieux te worden genomen. Als ze merken dat dit niet lukt, gaan ze harder praten, schreeuwen. In de geschreven taal gebruik je daarvoor het uitroepteken.

Heel lang geleden werd Nederland bezig gehouden door de ‘helmenaffaire’. Een staatssecretaris van defensie had een verkeerde aankoop gedaan, er kwam een onderzoek, al dat gedoe ging hem behoorlijk de keel uithangen, bij de volgende parlementaire poging tot opheldering zei hij: „En nu is het genoeg. Punt uit!” Die opmerking bezorgde hem bij Johan Luger, columnist van De Telegraaf de bijnaam Punt Uit.

Het was in de tijd dat iedereen nog zijn plaats kende, vreemde mensen met U werden aangesproken en je door de telefoon je achternaam zei als je werd opgebeld.

De punt als leesteken was de definitieve afronding van een fase; de komma het teken dat je even een pauze moest nemen om het voorgaande op je te laten inwerken; de puntkomma het signaal dat binnen de eenheid van de volzin een subhoofdstuk was afgerond en je je moest voorbereiden op het volgende. Dit alles voltrok zich tijdens het lezen in fracties van seconden.

Het uitroepteken was betrekkelijk zeldzaam. De schrijver die er het meest gebruik van maakte was W.F. Hermans. Zijn roman Ik heb altijd gelijk zou zonder dit leesteken een ander boek zijn geweest. Nadat het in Elseviers Weekblad vernietigend was besproken en door de katholieke keuringsdienst voor literatuur op de zwarte lijst was gezet, diende hij in het maandblad Podium zijn critici van repliek. Ik citeer uit mijn hoofd: ‘Als je je longen op je overhemd hebt geschreeuwd, heb je toch nog honderduizend keer te zacht geschreeuwd.’ Overigens zou ik me van Hermans geen zin kunnen herinneren die met meer dan één uitroepteken eindigt.

Ik heb het altijd een tekort van het Nederlands gevonden dat we niet, zoals in het Spaans, het uitroepteken behalve aan het einde van de zin, ook vooraan zetten. Wie hard praat of schreeuwt, laat niet achteraf weten dat hij deze prestatie heeft geleverd. Je weet het zodra hij is begonnen. We zijn eraan gewend, onze hersens weten meteen wat er bedoeld wordt, maar bij ons heeft dit uitroepteken aan het eind in feite een retroactief effect.

Nu beleven we volop de totale democratisering van internet, volgens de wet van Andy Warhol dat iedere sterveling zijn recht heeft op een kwartier wereldfaam. Als het je niet lukt en je gekweld wordt door je verongelijktheid, is daar nog altijd het uitroepteken.

Neem je laptop, zet je linker wijsvinger op shift en de rechter op dat leesteken boven de 1 en binnen vier seconden heb je een hele regel vol. Ook een leesteken kan worden aangetast door inflatie, maar dat merk je als moderne blogger niet.