‘Zorg niet goedkoper of beter door nieuw stelsel’

Het nieuwe zorgstelsel heeft twee jaar na invoering nog geen effect gehad op de beheersing van de kosten of de kwaliteit in de gezondheidszorg. Dat concludeert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) na onderzoek van de zorgsector over 2006 en 2007.

De enige verandering in die twee jaar was dat de waardering van burgers voor het zorgsysteem daalde van 45 tot 42 procent. De twee jaar daarvoor zakte het vertrouwen in de zorg overigens ook licht. Desondanks is de waardering voor de zorg in Nederland hoger dan in de meeste andere landen in Europa, aldus het RIVM.

Belangrijk doel van het nieuwe zorgstelsel was de invoering van meer concurrentie, waar burgers van zouden profiteren. Iedereen kon voortaan zijn eigen zorgverzekeraar kiezen en verzekeraars mochten zelf onder meer huisartsen en ziekenhuizen uitkiezen, die goede en goedkope zorg aan hun klanten gaven. Volgens het RIVM wordt een goede marktwerking belemmerd omdat de verschillen in premiebedragen die verzekeraars klanten in rekening brengen zijn afgenomen. Ook zijn verzekerden niet in staat een goede keuze te maken, omdat er weinig betrouwbare informatie is over de kwaliteitsverschillen tussen artsen.

Het RIVM spreekt over „gereguleerde marktwerking”, omdat de vrijheid is afgebakend door wetten en regels. Zo moeten verzekeraars in principe alle mensen aannemen als klant. Ook verplicht het Rijk iedereen om een basisverzekering af te sluiten.

In de ziekenhuiszorg ziet het RIVM dat de vrije markt voorlopig beperkt blijft tot twintig procent: dat is het percentage behandelingen over de prijs en kwaliteit waarvan zorgverzekeraars met ziekenhuizen kunnen onderhandelen. Zelfs in dat vrije segment „is het belang van scherp onderhandelen beperkt”, meent het RIVM. Voor zorgverzekeraars is het financieel risico bij inkoop van ziekenhuiszorg beperkt door compensatiemaatregelen. Ook dat wil het kabinet de komende jaren afbouwen.

Ook bij huisartsen is de macht om zelf te bepalen wat men inkoopt beperkt, aldus het RIVM. Slechts de helft van de huisartsen onderhandelt daadwerkelijk met zorgverzekeraars over kwaliteit en prijs. Bovendien is de marktwerking in de AWBZ (ouderen, geestelijk- en lichamelijk gehandicapten) gering door onder meer budgetgaranties.