Wajong-geluiden

Praten over voorstellen die er nog niet zijn, leidt wel tot veel geluid, maar niet tot veel inhoud. Tot tweemaal toe sprak de Tweede Kamer deze week op tamelijk hoge toon over de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, kortweg Wajong geheten, en tot tweemaal toe trof zij een minister, Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA), die vooral reageerde met het advies om eerst het voorstel van het kabinet af te wachten.

De PvdA-fractie had het rumoer veroorzaakt door dit weekend publiekelijk te stellen, bij monde van fractieleider Hamer, dat een verlaging van de uitkering voor jonggehandicapten voor haar „onbespreekbaar” en „onacceptabel” is. Dat zijn alvast woorden die geen ruimte meer bieden voor onderhandelingen op dit punt. Een boodschap die voor Donner bedoeld was, maar blijkbaar ook voor de overige leden van het kabinet, onder wie de partijgenoten van Hamer.

Nu spreekt de fractieleider al elke donderdagavond met hen, tijdens het zogenoemde bewindsliedenoverleg. Zoals fractiespecialisten ook op minder geregelde tijden informeel met vakministers overleggen. Toch achtte de PvdA-fractie het blijkbaar productief om nu al openbaar haar grenzen te trekken als het gaat om de toekomst van de Wajong. Dat duidt niet op harmonieuze verhoudingen in de coalitie, zoals ook uit een terloopse opmerking van Donner in de Kamer bleek: hij zei het te betreuren „dat de zaak in de krant staat sinds deze in de onderraad aan de orde is”, met andere woorden: sinds hij er met collega-ministers over praat.

Intussen heeft de SP – uiteraard – in de Kamer nu een motie ingediend waarin wordt verwoord wat de PvdA wenst, geen verlaging van de uitkering, maar die deze fractie niet zal steunen, want er zijn van het kabinet „nog geen concrete plannen”, zei woordvoerder Spekman gisteren. Waarmee de Kamer terug was bij af.

Dat de Wajong onderwerp is van kabinetsberaad, is volkomen terecht, want het gaat met deze regeling snel de verkeerde kant op. Al bijna 170.000 jonggehandicapten maken gebruik van de regeling; zonder ingrijpen zullen het er over twintig tot dertig jaar 450.000 tot 500.000 zijn. Mogelijk is er dan weer een premier die uitroept dat „Nederland ziek” is, zoals Lubbers in de jaren tachtig deed bij de uit hand lopende WAO. Maar beter is dat te voorkomen. Van de ‘Wajongers’ die zich voor de eerste keer aan het loket melden, wordt 98 procent volledig arbeidsongeschikt verklaard. Dat duidt eerder op de inschakeling van een automatische piloot dan op een serieus onderzoek naar de arbeidspotenties die de jonggehandicapte mogelijkerwijs wel heeft.

Het is goed en noodzakelijk dat Donner zijn inspanningen richt op activering of reactivering van deze groep, uiteraard met de erkenning dat volledig arbeidsongeschikten recht op een fatsoenlijke uitkering hebben. Maar bij een beroepsbevolking die straks 2,6 miljoen mensen nodig heeft om vacatures te vervullen, kunnen ook de jonggehandicapten die tot arbeid in staat zijn, niet worden gemist.