Veel sushi, weinig kunst

Volgens Jeroen Boomgaard, samensteller van een boek over de Zuidas, kan kunst maar moeilijk overleven in het machtsspel tussen overheid, ontwikkelaars en bedrijfsleven.

Tracy Metz

Wordt de Zuidas een bruisende nieuwe wijk van Amsterdam, waar wonen, winkelen en cultuur een tegenwicht vormen voor de dominante functies van werken en geld verdienen? Of blijft het, zoals kunstenares Barbara Visser schrijft, „een autistische 1:1 maquette waar de plakken kauwgom op het trottoir het enige toeval zijn?”

Visser is één van de dertien auteurs van het boek Highrise – Common Ground: Art and the Amsterdam Zuidas Area dat morgen aan wethouder van cultuur Gehrels wordt gepresenteerd. Samensteller is Jeroen Boomgaard, lector kunst en publieke ruimte aan de Rietveld Academie en de Universiteit van Amsterdam. De afgelopen vijf jaar heeft hij zich samen met het Virtueel Museum Zuidas en de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) beziggehouden met de rol van kunst en cultuur in deze openbare ruimte.

In het machtsspel tussen overheid, ontwikkelaars en bedrijfsleven heeft de kunst het moeilijk, zegt Boomgaard. „De kunst is afhankelijk van het geld van marktpartijen en die zijn onverschillig.”

De gemeente heeft de kunst en cultuur op de Zuidas dan ook veel te veel tot een gunst laten verworden, vindt hij. „Geef aan de markt als harde voorwaarde mee hoeveel ruimte en geld er voor cultuur moet zijn.” De zakelijke dip waar de Zuidas momenteel door bouwfraude en kredietcrisis in zit, kan volgens hem een uitgelezen kans zijn dit beleid te herijken.

Aan de Zuidas is goed te zien hoe de rol van kunst in de openbare ruimte is veranderd, vindt Boomgaard. Kunst wordt op onaanvaardbare wijze gedomesticeerd. „Wat er tot nu toe is gebouwd, vertegenwoordigt vooral het private belang. Er is geen ruimte voor het storende element of voor het experiment.”

Dat wordt in nog veel strengere bewoordingen in het boek beaamd door Daniel van der Velden, grafisch ontwerper en als onderzoeker verbonden aan het Sandberg Instituut en de Jan van Eyck Academie in Maastricht. „Kunst in de openbare ruimte leek bevrijd van de plicht imposante beelden te scheppen ten dienst van de heersende elite”, schrijft hij. „Maar in feite doet het dat nog steeds.”

De Zuidas ontwikkelt zich volgens de critici te veel tot een deel van de stad dat alleen gericht is op comfort en winst. Op de Zuidas worden volgens Van der Velden voorzieningen voor de elite gepresenteerd alsof ze tot de essentie van het stedelijk leven behoren: „fitness, sushi en een stomerij als bewijs dat dit een stadsdeel voor alle klassen is”. Er zijn wel projecten gerealiseerd, bijvoorbeeld een videoscherm voor kunstfilms, en installatiekunstenaar Krijn de Koning werkt aan de transformatie van de voormalige locatie van energiebedrijf Nuon. Maar het duurt allemaal hemeltergend lang: alleen al aan de plaatsing van het videoscherm vorig jaar gingen vier jaar aan overleg vooraf. De oplossing volgens Boomgaard: tijdelijke projecten. „De Zuidas is pas geslaagd als het meer is dan gebouwen en veel geld verdienen.”

Highrise – Common Ground: Art and the Amsterdam Zuidas Are. Uitg. Valiz, 384 blz., isbn 978 90 78088 18 9