Tien jaar na Soeharto

De Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono spoorde zijn landgenoten dinsdag aan optimistisch te zijn en samen te werken. Zo kan Indonesië deze eeuw een welvarend en ontwikkeld land worden. De gelijkenis met de woorden van de Nederlandse premier Balkenende (CDA), gisteren ter gelegenheid van Verantwoordingsdag, is toeval. SBY, zoals de president in de wandeling heet, sprak zijn woorden in het kader van de viering van het ‘Nationaal Ontwaken’, honderd jaar geleden, als het begin van het einde van de koloniale overheersing.

Het ideaal van samen hard werken, is wellicht een Nederlandse, calvinistische, erfenis, maar daarmee houdt de gelijkenis op. Het lijkt er sterk op dat alle bombast, waarmee de machthebbers in Jakarta het eeuwfeest vierden van een grotendeels mythische gebeurtenis, vooral bedoeld was een evenement van meer recente datum aan het zicht te onttrekken. Het is namelijk ook precies tien jaar geleden dat president Soeharto te midden van diepe crisis en revolutionaire taferelen in de hoofdstad na dertig jaar autoritair regime moest aftreden. De huidige president was toen nog generaal en de tweede man in de militaire top. Deze achtergrond verklaart wellicht waarom hij geen feestelijke gevoelens krijgt bij tien jaar ‘reformasi’.

Vastgesteld moet worden dat de vier presidenten, die in tien jaar de revue passeerden, er ondanks alle middelpuntvliegende krachten in zijn geslaagd de territoriale integriteit van de dichtbevolkte archipel te bewaren. Geopolitiek is stabiliteit van deze natie die op het kruispunt ligt van de grootste handelsroutes geen gering belang. De huidige autoriteiten verdienen dan ook lof voor de algemene lijn van democratisering en decentralisatie van de macht.

Daar staat tegenover dat niet iedereen tevreden is over het tempo. Een krant vergelijkt de economische ontwikkeling met een auto die blijft steken in de tweede versnelling. Een belangrijke oorzaak daarvan is de corruptie die de hele samenleving inmiddels overwoekert. Wil Indonesië voor buitenlandse investeerders aantrekkelijk zijn, dan moet daaraan allereerst een eind worden gemaakt.

Vraagtekens kunnen gezet worden bij de gebrekkige handhaving van grondrechten in het huidige Indonesië. Zo bestaat persvrijheid niet in Papoea, waar het onrustig is omdat de bodem er rijk is maar de bevolking arm blijft. Onrustbarend zijn de laatste weken ook de signalen van inperking van godsdienstvrijheid. Volgelingen van de islamitische sekte Ahmadiyah moeten vrezen voor vervolging nadat de Islamitische Hoge Raad recent een fatwa tegen hen uitvaardigde. De staat aarzelt sindsdien over het officieel verbieden van deze sekte. Inmiddels zijn moskeeën van Ahmadiyah in brand gestoken en hebben aanhangers van de sekte asiel aangevraagd bij buitenlandse consulaten in Denpasar.

President Yudhoyono moet zich realiseren dat optimisme alleen is gerechtvaardigd als hij zorg draagt voor een pluralistisch Indonesië waar mensenrechten zijn gewaarborgd.