Slepende politieke crisis in Libanon is opgelost

Hezbollah treedt toe tot een regering van nationale eenheid, waarin het feitelijk een vetorecht krijgt.

Het akkoord is winst voor Hezbollah en Iran.

Met zijn gewapende offensief in Beiroet en elders in het land tegen regeringsaanhangers joeg Hezbollah twee weken geleden de Libanese burgers de stuipen op het lijf. Tegelijk ondermijnde de shi’itische oppositiebeweging haar eigen geloofwaardigheid. Had Hezbollahleider Hassan Nasrallah niet bij herhaling plechtig verklaard dat zijn wapens dienden om Libanon tegen Israël te verdedigen en dat ze nooit tegen andere Libanese groepen zouden worden gebruikt?

„Dit is een belofte voor God, de natie en de martelaren”, verklaarde Nasrallah in 2006, en zijn vele tegenstanders sloegen hem tijdens en na het offensief met deze uitspraak om de oren. Maar het verloop van de aanval van Hezbollah en zijn kortstondige bezetting van sunnitisch West-Beiroet, het eigen terrein van de door het Westen gesteunde regering, maakte ook overduidelijk wie op dit moment de sterkste is in Libanon.

Dat leidde gisteren in Qatar, waar de Libanese partijen sinds vrijdag onderhandelden, tot de oplossing van Libanons inmiddels achttien maanden slepende politieke crisis. Het akkoord dat in Qatar is gesloten bezegelt de overwinning van Hezbollah, bondgenoot van Iran en Syrië, op de door het Westen gesteunde regering.

Hoofdzaak van het akkoord van Doha is dat Hezbollah en zijn christelijke en shi’itische bondgenoten elf zetels krijgen in de nieuwe 30 zetels tellende regering van nationale eenheid van Libanon. Daarmee krijgen ze feitelijk een vetorecht bij regeringsbeslissingen die een tweederde meerderheid vergen. Met dat veto kan Hezbollah bijvoorbeeld zijn eigen ontwapening tegenhouden, waartoe diverse resoluties van de VN-Veiligheidsraad oproepen.

In november 2006 stapten Hezbollah en zijn bondgenoten uit de regering, waarin ze zes van de 24 zetels bezetten, om zo’n veto af te dwingen. Het argument van Hassan Nasrallah was destijds dat Hezbollah na de zomeroorlog van 2006, toen het standhield tegen Israël, de meerderheid van de bevolking achter zich had. Korte tijd later sloeg Hezbollah een tentenkamp op rondom de regeringsgebouwen in Beiroet, waardoor het alle leven in het hart van de hoofdstad verlamde.

Sinds afgelopen september blokkeerde Hezbollah de verkiezing van een nieuwe president door het parlement, waardoor het land sinds november zonder staatshoofd zit. Regering en oppositie werden het wel eens over de presidentskandidaat – legerleider generaal Michel Suleiman – maar tot gisteren niet over de bijbehorende regeling. Als onderdeel van het nu gesloten akkoord zal Suleiman de komende dagen tot president worden gekozen. Gisteren werd direct een begin gemaakt met de ontmanteling van het tentenkamp in Beiroet.

In Libanon kan nu weer een min of meer normaal politiek leven op gang komen. Maar het is meer een gevechtspauze dan een aanzet tot een definitieve oplossing. Het grote probleem blijft dat Hezbollah een politieke organisatie is die over een eigen strijdmacht beschikt – naast het reguliere regeringsleger. Dit probleem blijft volstrekt onopgelost. Volgend jaar moeten parlementsverkiezingen plaatshebben. Tot welke nieuwe conflicten gaan die leiden?

Het land blijft daarnaast speler in de hoog oplopende politieke strijd tussen Iran en Amerika. Iran heeft deze ronde gewonnen. President Bush riep afgelopen zondag in Egypte de andere landen in het Midden-Oosten nog op „de terroristen van Hezbollah, die worden gefinancierd door Iran” het hoofd te bieden. „Het is duidelijker dan ooit dat de strijders van Hezbollah de vijanden zijn van een vrij Libanon”, zei Bush. Enkele dagen later staat Hezbollah op het punt weer tot de regering toe te treden.