Júist het oeverloze

Ze was verslaafd aan de realitysoap De Gouden Kooi.

Aan de vooravond van de ‘finale’ veegt Aaf Brandt Corstius alle bezwaren tegen het programma van tafel.

E en berekening: ik heb vanaf half april 2007 tot en met half februari 2008 (de periode van mijn verslaving) elke werkdag een half uur naar De Gouden Kooi gekeken, meestal aan het eind van de avond, want ik nam het altijd op. Dat is tien maanden, dus ongeveer veertig weken, dus tweehonderd afleveringen, dus honderd uur. Misschien zelfs iets meer, want op een gegeven moment gingen ze ook op zaterdagavond uitzenden.

Honderd uur van mijn leven, waarin ik ook slechtziende bejaarden vrijwillig uit de krant had kunnen voorlezen/lange fietstochten door beschermde natuurgebieden had kunnen maken/vijftig hoog aangeschreven cultfilms had kunnen bekijken.

Maar nee, ik heb die honderd uur van mijn leven gewijd aan het kijken naar een groepje ‘miljonairs’, zoals de deelnemers van De Gouden Kooi genoemd worden, en ik keek, graag, en met veel geest- en zendingsdrift jegens derden („Je moet echt kijken! Het is echt fascinerend!”), naar een stel mensen zonder enig duidelijk talent dat aan het ruziën was in een lelijke, door Jan des Bouvrie met meubels volgeplempte betonnen villa.

Dit zou je zorgelijk kunnen noemen.

Ik vind van niet.

Mensen die ik vertelde over mijn Gouden Kooi-verslaving – en dat was iedereen, want in elk gesprek begon ik erover – hadden altijd twee hoofdbezwaren tegen het programma (afgezien van het arsenaal aan non-bezwaren zoals ‘het is op dat verderfelijke Talpa/RTL’ en ‘het is van die verderfelijke John de Mol’):

Bezwaar 1. ‘Ik vind er niks aan want het gaat alleen maar over mensen die ruzie met elkaar maken en over elkaar heen kotsen’.

Op dat bezwaar had ik altijd meteen een antwoord. Ten eerste gebeurde dat over elkaar heen kotsen helemaal niet zo vaak, nou ja, niet wekelijks, en er was ook maar één deelnemer die dat altijd deed (Jaap, die dikke) en dat was gewoon een beetje zijn ding.

Ten tweede was er helemaal niet alleen maar ruzie. Eigenlijk kwam alles wat er in een mensenleven gebeurt aan bod – liefde, haat, geboorte, dood – en oké, dat werd soms wat overstemd door het geruzie, maar het was er wel, voor degenen die het goed volgden en de karakters leerden kennen.

Voorbeelden? De afstervende relatie van Huub en Lieke, waarbij Lieke aanvankelijk het slachtoffer leek te zijn, zich toen hervond en ervoor zorgde dat Huub als een wanhopige gek achter haar aan ging lopen.

De hysterische verkering van bewoners Nadia en Dennis (nu zwanger van hun eerste kind!) met veel dramatische dieptepunten waarop Nadia bijvoorbeeld zei: ‘Onze liefde kan niet zijn.’

De heftige woedeaanvallen van Brian, die hij aankondigde bij zijn vriendin, Amanda: ‘Amanda, flipmoment is nabij.’

De zieke moeder van Lieke, in de verre buitenwereld, voor wie Lieke dan weer wel en dan weer niet de Kooi wilde verlaten. Voor wie vijf afleveringen had gekeken, was er genoeg levensdrama bij alle personages, en dat was meer dan ruziemaken en kotsen alleen.

Bezwaar 2. ‘Het wordt allemaal gemanipuleerd en nep, het is niet eens echte reality.’

Was ook een veelgehoord bezwaar. Natuurlijk, ik had ze ook gehoord, de legendes dat John de Mol zelf naar de villa reed om aan de bewoners te vertellen dat ze meer moesten vechten/neuken om leukere tv te maken. En toen ik een paar weken geleden zelf in de villa was, als journalist, om voor VARA TV Magazine twee uur lang mee te maken hoe het leven in de Kooi was (ik vond het er heel prettig, want de miljonairs zijn voor mij als goede kennissen), vertelden de miljonairs me dat 80 procent van hun ruzies inderdaad nep was. Maar, zeiden ze erbij, bij de meeste van die nepruzies loopt het uit op een echte ruzie, want dan raken ze toch werkelijk geagiteerd. Dat geloofde ik wel. Zo dom zijn die mensen namelijk.

Na deze onthulling heb ik natuurlijk ook nog weleens gekeken, en niet met minder plezier.

Vanavond is de finale, en ik zal kijken met mijn vriend en een andere medeverslaafde. Wij zullen daarbij een grote fles champagne leegdrinken, omdat een finale een feestelijke gelegenheid is, en omdat de bewoners zelf ook elke dag grote flessen champagne leegdrinken. Maar ook omdat we een beetje verdrietig zijn dat het afloopt.

Sinds er werd aangekondigd dat het programma zou eindigen, was het een stuk minder interessant. Want juist in het oeverloze, het soapachtige, en in de verveling en irritatie tussen de bewoners die volgden uit die oneindige opsluiting, lag de kracht van De Gouden Kooi. Nu is het alleen maar een race naar de eindstreep – wie is het populairst? – en dat is niet leuk.

Ik keek dus al een tijdje zeer sporadisch, maar toch zal ik ze missen als het over is, de laatste vier bewoners – Huub, Jaap, Brian en Amanda. Ik zal ze missen als rare buren die je van een afstandje in de gaten houdt, of als het idiote neefje over wie je roddelt met andere familieleden. Want zo ben ik ze natuurlijk gaan zien. Als echte mensen – en die zijn altijd interessant. En dat is uiteindelijk de kracht van een geslaagde realitysoap.