‘Ik sterf liever in Zimbabwe dan hier’

Het geweld tegen buitenlanders in Zuid-Afrika heeft onherstelbare schade aangericht in de krottenwijken. De Zuid-Afrikanen vieren feest. ‘Wat nou verzoening?’

Kenneth, David en Thabo zijn „echte Zuid-Afrikanen”. Zo stellen ze zich voor. In overwinningsroes gidsen de jongens het bezoek over het slagveld dat de afgelopen dagen is aangericht in Makuse, een krottenwijk in het oosten van Johannesburg. De huizen van „de Shangaan uit Maputo”, de hoofdstad van buurland Mozambique, zijn in elkaar gestampt, geplunderd, in brand gezet. Daarnaast liggen ondergoed,, wasteiltjes, en twee boeken voor een cursus bedrijfsmanagement van „de Ndebele uit Bulawayo, de Shona uit Harare” – immigranten uit Zimbabwe. „Hulle moet huis toe gaan”, zeggen Kenneth, David en Thabo in het Afrikaans, terwijl ze hun handen warmen aan de brandende resten van huizen van gevluchte buitenlanders. „Anders gaan ze dood.”

De vuren die in Makuse branden, net als verderop in Alexandra, Cleveland, Thembisa, Ramaphosa en al die andere sloppen rond Johannesburg, Pretoria en sinds gisteren ook Durban, hebben grote gevolgen. Het multinationale karakter van de armste wijken in Zuid-Afrika wordt uitgewist. De huizen van de verjaagden die zijn blijven staan dragen nu kruizen van witte verf, als in de Kristallnacht. Er staat „Zulu” bij geschreven, zodat er geen misverstand kan bestaan wie hier voorgoed de baas is.

Actiegroepen verspreidden gisteren pamfletten met de utopische woorden uit de presidentiële inauguratiespeech van Nelson Mandela in 1994. „Nooit, maar dan ook nooit zullen we in dit prachtige land nog onderdrukking van de een door de ander beleven.” Maar ‘nooit’ gebeurt nu weer, en dat is volgens Kenneth, David en Thabo – echte Zuid-Afrikanen – onvermijdelijk. „Wat nou verzoening? Als ze ons vermoorden in onze slaap? Laat ze dat thuis doen. Nooit, nee nooit willen we hier nog buitenlanders zien.”

Zeker 42 doden, honderden gewonden, twintig- tot dertigduizend vluchtelingen. De crisis is zo groot dat ook de meeste vluchtelingen die conclusie hebben getrokken. Dit is onherroepelijk. „Ik ga terug naar Zimbabwe”, zegt Herebbi Gaike uit Masvingo, een stad waar oppositieaanhangers de weken na de Zimbabweaanse verkiezingen ongenadig zijn gestraft door de regering van president Mugabe. „Ik sterf liever in Zimbabwe, dan hier in Zuid-Afrika.”

De Zimbabweaan werd met duizenden landgenoten de krottenwijk Makuse uitgejaagd. Hij vond tijdelijk onderkomen in een vluchtelingenkamp dat in de nabij gelegen middenstandswijk Primrose is ingericht. Blakend witte tenten, voedselrijen en medewerkers van Artsen Zonder Grenzen staan nog geen tweehonderd meter van een winkel waar zwembaden en jacuzzi’s worden verkocht. Als Oost-Congo in suburbia.

De Zimbabweanen kijken met jaloezie naar de touringcars die worden voorgereden voor de Mozambikanen in het kamp. De regering in Maputo haalt haar landgenoten op, eveneens vanuit de overtuiging dat dit geweld geen tijdelijke opwelling is. Uit Zimbabwe kwam gisteren alleen een kleine pick-up, met medewerkers van de oppositiepartij Movement for Democratic Change. Ze deelden pamfletten uit waarop Zimbabweanen worden opgeroepen massaal naar huis terug te keren om bij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 27 juni president Mugabe voorgoed weg te stemmen.

De verschijning van de Zimbabweaanse oppositie in de krottenwijken wakkerde geruchten aan dat MDC achter dit geweld zit. Om de verkiezingen thuis te kunnen winnen. Zoals bij alle crises in Zuid-Afrika wordt er druk gespeculeerd over de rol van „een derde macht”, de onzichtbare hand die het geweld regisseert. Er zijn taxibusjes gesignaleerd die wapens onder de krotbewoners verspreiden. Gemeenschapsleiders spraken op buurtbijeenkomsten opruiende taal. De „third force” is een term uit de dagen van de apartheid, toen het blanke regime in de krottenwijken bewust het geweld aanwakkerde tussen de Zulu’s van de Inkatha Vrijheidspartij en de Xhosa’s van het ANC.

Met de explosie van de buitenlanderhaat is het denken uit de apartheidstijd onherroepelijk teruggekeerd. President Mbeki maakte gisteren bekend dat het leger naar de krottenwijken wordt gestuurd om orde op zaken te stellen, net als veertien jaar geleden. Zijn rivalen verdringen elkaar om er op te wijzen dat er sinds die tijd in Zuid-Afrika niets is veranderd.

De economie groeide de afgelopen jaren als kool, maar ook de sloppenwijken, de armoede en de werkloosheid, samen met Mbeki’s ontkenning van de omvang van de problemen. „We oogsten wat we hebben gezaaid”, zei ANC-partijbons en multimiljardair Tokyo Sexwale. Hij leidt nu namens de nieuwe partijleider Jacob Zuma, die Mbeki volgend jaar hoopt op te volgen, de campagne waarin alle schuld bij Mbeki wordt gelegd.

Volgens Sexwale is de buitenlanderhaat het onvermijdelijke gevolg van Mbeki’s weigering om zijn Zimbabweaanse collega Mugabe te veroordelen, waardoor Zuid-Afrika werd opgezadeld met honderdduizenden vluchtelingen. „Dit krijg je ervan als je Afrikaanse dictators hun gang laat gaan”, zei Sexwale. Terwijl de oude leiders als Mandela en aartsbisschop Desmond Tutu tot kalmte manen, blijven de nieuwe leiders onzichtbaar. President Mbeki vloog vanochtend naar Tanzania, voor een conferentie over vrede in Afrika.