Ik kan kiezen uit 30 rokjes en 5 paar laarzen

Geen boze woorden over urennormen, stakingen of doorstroommogelijkheden.

Deel 10 in de serie Het vakkenpakket: een ode aan het vak wiskunde.

Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

Toen ik de helft van mijn huidige leeftijd had, stond ik net als mijn leerlingen uit 3 vwo, op het punt de bovenbouw in te gaan met een compleet door mijzelf samengesteld vakkenpakket: Nederlands, Frans, Engels, Grieks, natuurkunde, scheikunde, biologie, economie en natuurlijk wiskunde A en B. Tegenwoordig zou ik dan het profiel Natuur & Techniek moeten kiezen. Na vier maanden zag ik die wiskunde A en mijn docent helemáál niet zitten en stortte ik mij compleet op waar ik heel goed in was: wiskunde B. Onzin dus dat wiskunde A gemakkelijker zou zijn, want ik haalde dikke drieën.

Ik wilde dermatoloog worden. En een jaar later stewardess, nee toch maar accountant. Of was tandarts iets voor mij? Na anderhalf jaar economie aan de UvA, zag ik dat ik alleen mijn wiskundevakken had gehaald. Zo belandde ik op het hbo voor de tweedegraads lerarenopleiding wiskunde.

Wiskunde is overal! Leerlingen zien het vaak alleen als vak op de middelbare school, maar ook later in je baan of in het dagelijks leven gebruik je bewust of onbewust wiskunde. Als kapper moet je mengsels in bepaalde verhoudingen kunnen maken om haren te verven, het uitrekenen van het goedkoopste abonnement voor je mobiel (vaste en variabele kosten), het berekenen van de korting op je nieuwe truitje (procenten) of het bepalen van de maximale winst voor een bedrijf (parabolen). Met een opleiding wiskunde aan de universiteit of bedrijfswiskunde aan het hbo, kun je bijvoorbeeld logistieke problemen oplossen bij de NS of TNTPost, containershipping regelen, transport van de producten in de supermarkt regelen, werken bij een onderzoeksbureau en natuurlijk het CBS. Of heel bijzonder: je kunt het onderwijs in met een onderwijsbevoegdheid.

En de basis hiervan krijg je op de middelbare school. Met wiskunde kun je problemen oplossen door systematisch logische stappen na te gaan. Ik probeer het vak begrijpelijk en leuk te maken. In 4 havo moesten de leerlingen combinaties berekenen. Ik geef dan voorbeelden die ik op mezelf kan betrekken. ’s Ochtends sta ik voor mijn kast en denk dan: wat zal ik aantrekken. Ik kan vandaag kiezen uit 30 rokjes, en dan hoor je de leerlingen denken: zó veel?! Ook 15 truitjes en 5 paar laarzen. Het aantal mogelijkheden is dan dus 30x15x5= 2250! En dat is dus de reden dat wij vrouwen zo lang de tijd nodig hebben in de ochtend. Het verlevendigen van droge stof, en zo de leerlingen laten zien waar je het mee kan gebruiken. En dan zien dat er een lichtje gaat branden. Dat is een uitdaging.

Ik merk dat vrienden van mijn ouders veel rekenwerk uit hun hoofd doen. Tegenwoordig kunnen sommige kinderen 3x3 niet eens meer uit hun hoofd. Dat is 6! Pardon, zeg ik dan. Alles moet met de rekenmachine. Ook de Grafische Rekenmachine laat soms wat algebraïsche vaardigheden verdwijnen en sommige leerlingen weten niet eens wát ze doen. Ja, ik toets gewoon de knoppen in die volgorde die de docent heeft opgeschreven. En dan zie ik een grafiek, snijpunt, of maximale waarde verschijnen! De stelling van Pythagoras, dat is iets van een aha-erlebnis voor veel mensen. Maar wat het nou echt ook weer is, zijn velen al weer vergeten.

Ik vind het leuk om met wat humor en een knipoog les te geven. Het hoeft niet altijd zo strak, gespannen en muisstil te zijn. Maar ik heb wel regels: geen petjes, geen jassen, geen kauwgom of ander etens- of drinkwaar, boeken en schriften bij je, telefoneren doe je buiten het klaslokaal net als het beluisteren van muziek. Niets bijzonders, want deze regels gelden op de hele school. Soms vind ik het wel vervelend als er een leerling te laat het lokaal binnenkomt terwijl ik al bezig ben, en dan gewoon neerploft. Hallo, wordt er nog netjes gegroet. Dan mag de leerling nog eens in de herkansing: Goedemorgen mevrouw Van den Boom. Ik pas ervoor om een product te zijn dat wordt geconsumeerd waar, wanneer en hoe de leerling dat maar wil. Het lijkt soms wel de omgekeerde wereld.

Ik heb ooit bij een heel groot advocatenkantoor in Amsterdam gewerkt. Als avondsecretaresse, 5 jaar lang als bijbaantje. Dat verdiende toen echt heel goed. Als ik daar was blijven werken had ik zeker anderhalf keer zo veel verdiend als nu in het onderwijs krijg. Ik zeg tegenwoordig dan ook: ik verdien heel veel, ik krijg het alleen niet. Er is een leerling uit 4 havo die elk jaar weer tegen mij zegt: mevrouw, u heeft gymnasium gedaan. En u bent goed in wiskunde, dan ga je toch niet lesgeven... Waarom gaat u niet bij zo’n groot kantoor werken, en dan iets doen met rekenen. Deze leerling pest mij ook weleens met de vraag of ik kassabonnetjes in de supermarkt nareken. Nou, eh nee. Het onderwijs wordt erg ondergewaardeerd. En dat beeld over het onderwijs wordt natuurlijk al jong gevormd. Leerlingen zien docenten ploeteren, omgaan met brutale leerlingen, leerlingen die niet werken, doen waar zij zin in hebben. Maar zij vergeten dat wij nu eenmaal aan de andere kant staan. En dat een docent zelf andere dingen ziet. Ik vind het bijvoorbeeld heel leuk om leerlingen te enthousiasmeren. Wiskunde leidt tot een bepaalde denkwijze. En ik geloof dat iedereen daar voordeel van heeft, met welke vervolgopleiding ook.

Ondanks de overvolle klassen van 32 leerlingen, het magere salaris, wisselende lesroosters kan ik me weinig werkgevers voorstellen die me zulke leuke, geïnspireerde en enthousiaste collega’s kunnen geven, of leerlingen (klanten) die blij zijn als het weekend voorbij is en jou gaan vertellen dat ze gescoord hebben op het hockeyveld of een nieuw vriendje hebben, een lepeltje uit Brussel meenemen voor je verzameling, of een tekening maken en je bedanken voor het leuke schooljaar.

Als ik van tevoren zou hebben geweten dat mijn studie economie zou floppen zou ik misschien BIS (bedrijfsinformatiesystemen) of ORM (operations research en management) hebben gedaan. Meer wiskunde dan economie en logistieke problemen oplossen. Hoewel leraar wiskunde niet mijn eerste keus was, heb ik er nu heel veel plezier in. Als ik dat voordat ik ermee begon, al had geweten, was de lol er al vanaf geweest. Vergelijk het met het leren van een proefwerk. Als je weet welke woordjes je zou moeten leren, zou je al die andere overslaan: daar gaat je algemene woordenschat. Of bij wiskunde: als de leerling weet dat ik de stelling van Pythagoras niet vraag, wordt die vaardigheid ook niet geoefend.

Voorlopig blijf ik die docent die vol overgave al die leerlingen probeert te laten zien dat wiskunde niet altijd leuk is, maar dat je het wel leuk kan maken. Net als de belasting dienst, maar dan andersom: makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker. Blijven oefenen.

Carmen van den Boom (30) volgde de 2degraads lerarenopleiding aan de Educatieve Faculteit Amsterdam. Zij geeft nu les op het Bonaventuracollege in Leiden. In 2007 werd zij verkozen tot docent van het jaar.