Hoe weten we nou hoe baby’s de wereld beleven?

De enthousiaste kraamvisite overdonderde Manoek Wesdorp-Los uit Amsterdam met allerlei wetenswaardigheden over haar pasgeboren zoontje. „Hoe wéét je nou wat de belevingswereld is van pasgeborenen?”, vraagt Manoek.

„Tsja, je kunt ze natuurlijk geen vragen stellen”, zegt psycholoog Ewald Vervaet, auteur van het boek Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3. Toch hebben wetenschappers een aantal eigenschappen vastgesteld.

Zo heeft een pasgeboren baby nog geen ik-gevoel. Hij weet nog niet waar zijn eigen handjes zijn, waar hij ophoudt en een ander begint. Hij kan slechts 20 centimeter ver kijken, ziet alleen contrasten en nog geen kleuren. Hij kan nog niet ‘herkennen’, maar gaat af op geur en reageert op de stem van zijn moeder.

„Het begint met observaties, zoals bij dieren”, zegt gedragsbioloog Frans Plooij, auteur van het boek Oei, ik groei!. „En als je denkt dat je weet hoe het zit, verzin je een slim experiment om het te controleren.” Zulke laboratoriumtests (een eenvoudig proefje thuis volstaat soms ook) zijn gericht op de non-verbale reacties van baby’s, zoals waar ze naar kijken en in welke richting ze hun hoofdje draaien.

Een voorbeeld: aan weerskanten van de baby wordt een T-shirt met zweet gelegd, eentje van de moeder en eentje van een wildvreemde. Baby’s blijken significant vaker hun hoofdje naar het T-shirt van de moeder te draaien. „Ze reageren dus op de geur”, zegt Plooij.

Ander voorbeeld: het kindje ligt met zijn handjes naast zich. De baby kijkt naar links dus zijn rechterhand is buiten zijn gezichtsveld. Als je het rechterhandje aanraakt, worden de ogen van het kindje iets groter, een soort verbazing. Maar de baby kijkt niet naar zijn rechterhand. Hij is zich dus niet bewust van zijn eigen handen. „Het is een puur fysiologische reactie”, zegt Vervaet.

Mensen hebben nog weleens de neiging te veel capaciteiten aan een kind toe te dichten, zegt Vervaet. „Als bijvoorbeeld een kindje van één maand glimlacht. Dan denkt het bezoek: het kind herkent me! Maar dat kunnen ze dan nog helemaal niet. Ze vinden je ogen interessant, en het geluid dat je maakt.”