Hij vist een nagelschaartje uit mijn rode toilettas

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Bagdad, waar hij enige tijd verblijft. Vijfde deel van een serie.

De CPIC (Combined Press Information Center) is naar eigen zeggen gevestigd in de Groene Zone in een parkeergarage. Wie denkt, zoals ik dacht, dat in de Groene Zone van Bagdad geldt ‘binnen is binnen’ vergist zich. De Groene Zone zelf heeft talloze checkpoints, veelal bemand door huurlingen.

De CPIC wordt voornamelijk bewaakt door huurlingen uit Zuid-Amerika die weinig tot geen Engels spreken. Wat de communicatie met de Amerikaanse militair die mij naar het CPIC begeleidt bemoeilijkt.

De dienstdoende bewaker heet Felix Tiroco, en zijn titel luidt: Night supervisor. Een assistent van Tiroco vist een nagelschaartje uit mijn rode toilettas. ‘Wat ga je hiermee doen?’ vraag de assistent van Tiroco. ‘Mijn nagels knippen’, zeg ik. Tiroco neemt mijn nagelschaartje in. Kennelijk meent Tiroco dat ik in het perscentrum van de Groene Zone mensen zal aanvallen met mijn nagelschaartje.

Ik besluit het schaartje op te offeren.

Maar als Tiroco ook mijn mobiele telefoon in beslag wil nemen omdat ik er foto’s mee kan maken, breekt er iets in mij. ‘Ik heb die telefoon nodig,’ zeg ik. ‘En als ik hem niet mee kan nemen, ga ik wel naar een hotel.’ Het ar-Rashid hotel schijnt volgens de laatste toeristengids die over de Groene Zone is verschenen weliswaar prijzig te zijn maar toch. De gids is geschreven door een Amerikaanse diplomaat Richard H. Houghton III en de eerste editie van de gids had de omineuze ondertitel: ‘Written by tourists for the tourist.’

Mijn Amerikaanse begeleider, een jongeman, zeg maar een puber, wordt ongemakkelijk van mijn voornemen naar een hotel te gaan. De CPIC had een bed voor me gereserveerd. ‘Weten ze in het ar-Rashid dat jij komt?’ vraagt hij.

‘Ze hebben vast een plaatsje voor me, het is geen hoogseizoen.’

De Amerikaan begint Felix Tiroco onder druk te zetten en na wat onderhandelingen komt Tiroco op een idee: ‘Als je het nagelschaartje aan mij geeft, mag je de telefoon houden.’

Mijn bed blijk een stapelbed te zijn in een computerruimte waar nog een zestal andere journalisten aan het snurken zijn.

Vroeg in de ochtend word ik gewekt. ‘Mister Grunberg,’ roept een Amerikaanse militair, ‘je helikopter naar Taji gaat zo.’

In haast rijdt hij mij naar LZ Washington, de plek waar de helikopters vertrekken in de Groene Zone. Een fotograaf had me nog nageroepen: ‘In Taji was ik verleden jaar. Sadr City, daar moet je nu zijn.’