Groen rijden wordt trend in Europa

Het kabinet bespreekt morgen een voorstel om met fiscale maatregelen groener rijden te stimuleren. Ook andere Europese landen bewandelen die weg.

Verkeersdrukte in de Friedrichstrasse in Berlijn tijdens een staking van het openbaar vervoer eerder dit voorjaar. De Duitse houderschapbelasting voor auto’s wordt volgend jaar ‘groener’. Foto Reuters Cars queue at Friedrichstrasse boulevard during a warning strike by the Municipal Transport Service company BVG in Berlin March 7, 2008. A dispute in Berlin crippled trams, buses and underground trains for a third day running. REUTERS/Fabrizio Bensch (GERMANY) REUTERS

Nederland is in goed gezelschap met het voornemen om met belastingmaatregelen de aanschaf van sterk vervuilende auto’s verder te ontmoedigen. In een tiental Europese landen is of wordt het belastingregiem aangepast om de uitstoot van het broeikasgas CO2 af te remmen.

Het kabinet werkt aan een voorstel om de aanschafbelasting (bpm) en de motorrijtuigbelasting geheel of gedeeltelijk te vervangen door een combinatie van kilometerheffing en CO2-belasting (zie inzet.) Het Nederlandse belastingstelsel bevat overigens al geruime tijd fiscale impulsen om zuiniger en schoner te rijden. Zo is de bpm voor milieuvriendelijke auto’s lager en is de fiscale bijtelling voor zakenauto’s met een zeer geringe CO2-uitstoot verlaagd.

Het verkeer levert een belangrijke bijdrage aan de totale CO2-productie. Wegtransport is volgens cijfers van de rijkelandenclub OESO goed voor 22 procent van de uitstoot. (De grootste vervuiler is de energiesector met een aandeel van 42 procent.) Het ligt dus voor de hand om de klimaatverandering af te remmen door aanschaf en gebruik van schonere auto’s te stimuleren.

In eerste instantie kozen industrielanden voor verhoudingsgewijs dure methoden om het wagenpark te zuiveren, zoals omvangrijke subsidies voor biobrandstof. ‘Duur’ betekent in dit verband dat er per ton CO2-vermindering verhoudingsgewijs hoge kosten gemaakt moeten worden. „In de transportsector ligt de nadruk op kostbare beleidsmaatregelen”, aldus een recent OESO-rapport, „terwijl een aantal goedkope maatregelen genegeerd wordt.” Fiscale impulsen zijn volgens de OESO efficiënt.

Hoe groot de invloed van de overheid op het gedrag van de calculerende consument kan zijn, bleek in Zweden en Groot-Brittannië. De Zweedse regering introduceerde vorige jaar een premie van 1.060 euro om de aanschaf van ‘groene’ auto’s te stimuleren. De regering hoopte de verkoop van milieuvriendelijke auto’s met 15 procent te verhogen; er werden 50 procent meer groene auto’s verkocht.

In Groot-Brittannië werden sterk vervuilende zakenauto’s al in 2001 fiscaal aangepakt. „Het zakelijke wagenpark is daardoor aanzienlijk zuiniger geworden”, aldus Karst Geurs van het Planbureau voor de Leefomgeving.

In ongeveer de helft van de EU-landen wordt de aanschafbelasting (bpm) en/of de houderschapsbelasting (motorrijtuigenbelasting) al gebaseerd op het brandstofverbruik, of de uitstoot van CO2. Binnenkort volgt Ierland, dat net als Nederland een hoge aanschafbelasting kent. De Ierse ‘bpm’ wordt gebaseerd op de CO2-uitstoot, met tarieven variërend van 14 procent voor auto’s met emissies lager dan 120 gram per kilometer tot 36 procent voor auto’s met een uitstoot boven de 225 gram. Groot-Brittannië en Luxemburg kennen al zo’n systeem.

Het Ierse stelsel zou ook een goede leidraad voor Nederland kunnen zijn, aldus Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit in Nijmegen. In Ierland betalen eigenaars van zwaardere auto’s meer per gram CO2-uitstoot dan de bezitters van kleine. Op die manier wordt voorkomen dat de afschaffing van de bpm leidt tot de aanschaf van duurdere en zwaardere auto’s. „Over dure auto’s betaal je aanzienlijk meer bpm, terwijl ze niet evenredig meer CO2 uitstoten. Afschaffing van de registratiebelasting kan er daarom toe leiden dat er meer zwaardere auto’s worden aangeschaft, wat weer in meer uitstoot resulteert”, aldus Meurs.

Om die reden is hij niet gecharmeerd van de Duitse plannen. De Duitse regering wil de houderschapsbelasting vanaf 1 januari 2009 niet langer op de cilinderinhoud baseren, maar op de CO2-uitstoot. Dit moet een lineair systeem worden. Dit betekent dat auto’s die 10 procent meer CO2 produceren ook 10 procent meer betalen. Meurs: „In de Nederlandse situatie zou afschaffing van de bpm en een lineair systeem voor de houderschapsbelasting tot veel zwaardere auto’s leiden. Die zouden in het gebruik duurder worden, maar in de aanschaf veel goedkoper.”

Meurs noemt de vermoedelijke plannen van staatssecretaris De Jager (Financiën, VVD) om een deel van de bpm in stand te houden en afhankelijk te maken van de CO2-uitstoot dan ook „volstrekt verantwoord”. Maar hij wijst erop dat grotere auto’s daarbij „fors zwaarder” moeten worden belast om te voorkomen dat ze door een lagere aanschafprijs toch al te aantrekkelijk worden. „Het is te hopen dat De Jager hier rekening mee houdt”, aldus Meurs.

Een overzicht van de maatregelen per land en het recente rapport van de OESO via nrc.nl/europa