Gevechtspauze in Beiroet, maar geen vrede

Nieuwsanalyse

Een akkoord maakte gisteren een eind aan de politieke crisis in Libanon. Maar een groot probleem blijft onopgelost.

Met zijn gewapende offensief in Beiroet en elders in het land tegen regeringsaanhangers joeg Hezbollah twee weken geleden de Libanese burgers de stuipen op het lijf. Tegelijk ondermijnde de shi’itische oppositieorganisatie haar eigen geloofwaardigheid. Had Hezbollahleider Hassan Nasrallah niet bij herhaling plechtig verzekerd dat zijn wapens dienden om Libanon tegen Israël te verdedigen, en nooit gebruikt zouden worden tegen andere Libanese groepen?

„Dit is een belofte voor God, de natie en de martelaren”, verklaarde Nasrallah in september 2006. Zijn vele tegenstanders sloegen hem tijdens en na het offensief met deze uitspraak om de oren. Maar het verloop van de aanval van Hezbollah en zijn kortstondige bezetting van sunnitisch West-Beiroet, het eigen terrein van de door het Westen gesteunde regering van premier Siniora, maakte ook overduidelijk wie op dit moment de sterkste is in Libanon.

Dat leidde gisteren in Qatar, waar de Libanese partijen sinds vrijdag onderhandelden, tot de oplossing van Libanons 18 maanden slepende politieke crisis. Hezbollah, bondgenoot van Iran en Syrië, bezegelde er zijn overwinning op de door een kleine parlementaire meerderheid gesteunde regering.

Hoofdzaak van het akkoord van Qatar is dat de fundamentalistische shi’ieten en hun christelijke en shi’itische bondgenoten elf zetels krijgen in de nieuwe, dertig zetels tellende regering van nationale eenheid. Daarmee krijgen ze de beschikking over een feitelijk veto bij regeringsbesluiten die een tweederde meerderheid vergen. Met dat veto kan Hezbollah bijvoorbeeld zijn ontwapening tegenhouden, die door VN-Veiligheidsraad wordt geëist.

In november 2006 stapten Hezbollah en zijn bondgenoten uit het kabinet-Siniora, waarin ze zes van de 24 zetels bezetten, om zo’n veto af te dwingen. Het argument was dat Hezbollah na de zomeroorlog waarin het standhield tegen Israë,l de meerderheid van de bevolking achter zich had. Kort daarna sloeg Hezbollah een tentenkamp op rondom de regeringsgebouwen, waarmee het alle leven in het hart van Beiroet verlamde.

Om extra druk uit te oefenen blokkeerde Hezbollah sinds september de parlementaire verkiezing van een nieuwe president, waardoor het land sinds november zonder staatshoofd zat. Regering en oppositie werden het wel eens over de kandidaat (legerleider generaal Suleiman) maar tot gisteren niet over de begeleidende regering. Als deel van het in Qatar gesloten akkoord zal Suleiman in de komende dagen als president worden gekozen. Gisteren werd direct een begin gemaakt met de ontmanteling van het tentenkamp.

In Libanon kan nu weer een min of meer normaal politiek leven op gang komen. Maar het is voorlopig meer een gevechtspauze dan een aanzet tot een definitieve oplossing. Het grote probleem van de aanwezigheid van een politieke organisatie die over een eigen strijdmacht beschikt – naast het reguliere regeringsleger – blijft volstrekt onopgelost. Volgend jaar moeten parlementsverkiezingen plaatshebben, en tot welke nieuwe conflicten gaan die leiden? De aanhangers van de Libanese regering wijzen erop dat Hezbollah in Qatar heeft beloofd voortaan geen geweld meer te gebruiken om politieke conflicten te beslechten. Maar had Nasrallah zoiets niet al eerder toegezegd?

Het land blijft daarnaast onverminderd onderdeel van de hoog oplopende politieke strijd tussen Iran en Amerika, en beider geallieerden. Met Hezbollah heeft Iran deze ronde gewonnen. President Bush riep zondag in Egypte nog Libanons buren en andere landen in het Midden-Oosten op „de terroristen van Hezbollah, die worden gefinancierd door Iran” het hoofd te bieden. „Het is nu duidelijker dan ooit te voren dat de strijders van Hezbollah de vijanden zijn van een vrij Libanon”, zei Bush. Enkele dagen later staat Hezbollah op het punt weer tot de Libanese regering toe te treden.

De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Welch probeerde er het beste van te maken: „Dit is geen perfecte oplossing, maar het is veel beter dan de alternatieven. Het is niet aan ons te beslissen hoe Libanon dit doet.”