De roep om een veilige en groene Formule 1

Veiligheid en milieu zijn kernbegrippen in de auto-industrie. Maar in de aan deze industrie gelieerde Formule 1 zijn die zaken minder vanzelfsprekend.

Dit weekeinde wordt op het stratencircuit van Monaco de Grand Prix Formule 1-race gereden. Een miljardenspektakel dat een van de best bekeken televisie-evenementen is. De grote sponsors doen er in dit mondaine oord graag hun zaken en de race is onverminderd populair. Maar dit jaar staan er ook andere zaken op de agenda.

Die worden aangezwengeld door Max Mosley, de omstreden president van de Fédération Internationale de l’Automobile, die na zijn vertrek in 2009 als hoogste functionaris van deze sportfederatie herinnerd wil worden als de man van de ‘veilige’ en ‘groene’ Formule 1, de eredivisie van de autorensport.

Het loopt door de recente ontwikkelingen waardoor Mosley de afgelopen maanden in opspraak is geraakt mogelijk een tikje anders. Maar de glad pratende Britse advocaat, zelf voormalig coureur, zorgde er door ingrijpende technische maatregelen wel voor dat deze uiterst populaire tak van autosport stukken veiliger werd na de dodelijke ongevallen van Ayrton Senna en Roland Ratzenberger in mei 1994 op het circuit van Imola.

De zijkanten van de cockpits werden verhoogd en er volgde speciale bescherming om de helmen die bekend werd als HANS (head and neck support). De auto’s werden steeds veiliger. Zoals vorig jaar treffend bleek bij het ongeluk van de Pool Robert Kubica met zijn BMW op het circuit van Montreal. Degenen die het zagen gebeuren, gaven de onfortuinlijke coureur weinig kans, maar hij overleefde het incident.

Wat ook opging voor de Fin Kovalainen die op het circuit van Catalonië bij Barcelona door een gebroken velg van zijn McLaren-Mercedes van de weg raakte. De onbestuurbare bolide begroef zich met 220 kilometer in de bandenstapel. Kovalainen overleefde de vertraging van 26 G met lichte hoofdpijn. Wederom een wonder.

Of Mosley (68) zijn plannen nog persoonlijk kan begeleiden om vanaf 2011 na zijn veiligheidsmaatregelen ook nog eens een ‘groene revolutie’ te ontketenen, is de vraag. Op 3 juni beslissen de voorzitters van automobielclubs over de hele wereld of hij kan aanblijven na het schandaal van de video-opnamen met enkele prostituees in een nazi-entourage die de Britse krant News of the World wereldkundig maakte.

Mosley verzocht de betrokkenen hem te blijven steunen. Dat hij zou moeten vertrekken vindt hij onverantwoordelijk omdat de FIA snel moet beslissen over fundamentele veranderingen. Zijn draconische maatregelen om de racerij groener te maken, zijn echter de moeite waard. Om de kip met de gouden eieren niet voortijdig te slachten, moet de Formule 1 mee met de mondiale trend waarin het milieu centraal staat.

Een milieuvriendelijker Formule 1 moet tot stand komen door ingrijpende veranderingen in de reglementen, die ook ten doel hebben de kosten te drukken. Dit jaar werd bepaald dat alle auto’s standaard moeten zijn uitgerust met ECU (electronic control unit) die werd ontwikkeld door McLaren dat verleden jaar betrokken was bij het grootste spionageschandaal uit de autosporthistorie. Inmiddels is iedereen tevreden met het systeem.

Zeker de FIA, die in een recent verleden een verbod uitvaardigde op tractie- en startcontrole, maar niet in staat was om overtreders op te sporen. De bedriegers zorgden ervoor dat na het afzetten van de motor ieder spoortje in het elektronisch geheugen werd gewist.

Het gebruik van biobrandstoffen – tegenwoordig bestaat de gebruikte benzine slechts voor 5,75 procent uit biobrandstof – moet in 2011 fors zijn toegenomen. De trend de motoren uit te rusten met minder cilinders, minder inhoud en minder vermogen zet onstuitbaar door.

De zuiniger motoren die een slordige 100 pk minder leveren dan de 770 van nu moeten vijf Grands Prix meegaan in plaats van de gebruikelijke twee. Gehoor beschadigend uitlaatgejank, veroorzaakt door de naar zo’n 20.000 omwentelingen per minuut opgehitste motoren, krijgt een dempende klank. Het is de bedoeling dat ze niet meer dan ongeveer 10.000 toeren draaien. Nog altijd genoeg voor een sportieve klank om de fans te bekoren.

Maar de elektrische revolutie heeft haar beperkingen. Formule 1 hoort het summum van de autosporttechniek te zijn met bijpassend geluid en show. Geruisloosheid is het laatste dat daarbij past. De hoogste klasse ziet zichzelf nog steeds als richtinggevend in de wereld van de autotechniek.

Dat personenauto’s beschikken over steeds geavanceerdere elektronica die het gebruiksgemak en de veiligheid van bestuurder en inzittenden verhoogt, was een doorn in het oog van degenen die de sportieve reglementen herschrijven. Zo keert tractiecontrole over drie jaar terug. Opmerkelijk is dat wordt voorgesteld om vierwielaandrijving weer toe te laten.

Dit jaar moeten de coureurs het stellen zonder tractiecontrole waardoor de auto’s lastiger zijn te besturen en de capaciteiten van de deelnemers meer op de proef worden gesteld. In de jaren zestig werd vierwielaandrijving verboden omdat de auto’s makkelijker door de bocht konden worden gesleurd en de races minder spectaculair zouden worden. Maar aandrijving op alle wielen is een zegen in de regen. Het maakt de Formule 1 wat tammer, maar ook veiliger en dat laatste telt.

Hergebruik van energie (KERS, kinetic energy recovery system) staat ook op het verlanglijstje. Dit is de mogelijkheid om met één druk op een knopje opgeslagen energie vrij te maken die het inhalen vergemakkelijkt. Fabrikanten moeten worden ontmoedigd te veel te experimenteren in de autosport. Of dat lukt is twijfelachtig. Constructeurs zullen altijd zoeken naar manieren om de regels te ontduiken. Hoe groen de Formule 1 ook wordt, ze willen winnen. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje.