Dadelijk komt er nog een verbod op blote billboards

Politici gebruiken het strafrecht steeds vaker om door hen gewenst gedrag te ontmoedigen, of juist te bevorderen. Critici vinden dat een ongewenste beïnvloeding van het debat.

Waar in de maatschappij de moraal ontbreekt, zet de Nederlandse overheid steeds vaker de rechter in. Maar de oude Romeinen wisten al dat dat niet werkt, zegt de Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging. „Sine moribus leges vanae. Zonder moraal is de wet nutteloos. Het recht is nooit bedoeld, en werkt ook niet, als vervanger voor ethiek, moraal of beleefdheid. Een overheid die deze weg opgaat, ontwikkelt al snel een tiranniek systeem.”

De Nijmeegse hoogleraar strafrecht Ybo Buruma ziet de afgelopen jaren „een heel duidelijke toename” van de moralisering van het strafrecht. „Onder de vermomming van preventief optreden gebruiken politici het strafrecht om hun weerzin uit spreken over bepaald maatschappelijk gedrag.”

„Een politieke arrestatie.” Zo noemde VVD-leider Mark Rutte tijdens een spoeddebat deze week de aanhouding en opsluiting van cartoonist Gregorius Nekschot, een week eerder. Tien ambtenaren waren zijn woning binnengevallen, hadden zijn huis doorzocht, hem gearresteerd, meegenomen naar het politiebureau, verhoord en dertig uur in een politiecel gezet. Bijna de gehele Kamer kreeg een nare bijsmaak van de zaak. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) kon niet uitleggen waarom de cartoonist zo lang werd opgesloten. GroenLinks-leider Femke Halsema had het „ongemakkelijke gevoel dat het Openbaar Ministerie, gesteund door de minister, smakeloosheid wil gaan vervolgen”.

Waarom, waarom zo en waarom nu? Het OM vervolgt aangiften tegen cartoonisten nauwelijks, zegt Halsema. Arrestatie en opsluiting is na de Tweede Wereldoorlog niet voorgekomen. „Juist op een moment dat Nederland sterk is gepolariseerd over hoe ver de vrijheid van meningsuiting reikt, wijkt het OM van die gewoonte af.”

Het lijkt wel een signaal. Daarmee komt het Openbaar Ministerie in het politieke domein, zegt Halsema, een plek waar justitie weg moet blijven. „Je mag het geweldsmonopolie van de staat niet inzetten om een maatschappelijk debat te beïnvloeden.”

Een zekere vorm van moraliseren via het recht is onvermijdelijk, zegt hoogleraar Buruma. Maar zeker het strafrecht werkt alleen als een grote meerderheid van de Nederlanders zich herkent in de opgelegde normen. Overspel en homoseksualiteit zijn niet voor niets uit het strafrecht gehaald. „Moord, verkrachting, dat vindt iedereen erg. Maar je moet via het recht geen normen opleggen die niet breed gedeeld worden. Dan hebben mensen steeds minder het gevoel: dit is ons strafrecht.”

De toenemende bemoeienis van Kamerleden met het Openbaar Ministerie en de rechtspraak is daar een afspiegeling van, denkt Buruma. Er is steeds vaker een politieke partij die zich niet meer herkent in de manier waarop het strafrecht wordt ingezet en zich daarover beklaagt. Maar veel partijen grijpen net zo gemakkelijk naar het (straf)recht om door hen gewenst gedrag af te dwingen.

Het via het strafrecht uitspreken van weerzin tegen onaangenaam gedrag ziet Buruma de afgelopen jaren steeds vaker. Neem het apart strafbaar stellen van dierenseks. Totaal overbodig volgens Buruma, want dat valt gewoon onder dierenmishandeling. Of virtuele kinderporno. Ongetwijfeld smakeloos, maar welke toegebrachte schade moet hier door het recht worden bestraft? Buruma: „Je kunt er donder op zeggen dat er straks een strafrechtelijk verbod komt op blote billboards.”

Het is een gevaarlijke weg, vindt Buruma. „Nederland heeft veel te verliezen als je alle extreme of onaangename uitingen als gevaar gaat zien. Het maatschappelijk debat verstomt, de vrijheid van burgers om hun eigen leven in te richten verdwijnt.”

In elke samenleving verschijnt veel rotzooi, zegt rechtsfilosoof Kinneging. „Maar niemand is wijs genoeg om alleen het onkruid te wieden en de mooie bloemen te laten staan.” Ethiek en moraal ontstaan organisch, aldus Kinneging. Maatschappelijke stromingen bevechten elkaar in open debat. Wie een cartoon niet prettig vindt, kan een krant of tijdschrift boycotten of een andere maatschappelijke actie beginnen. Het is de sociale sanctie die de oplossing biedt, zegt Kinneging. „Niet de juridische.”

Politici moeten zichzelf daarom ook veel meer zien als retorici. Kinneging: „Ze moeten vertellen wat ze goed of fout vinden, niet direct denken: hoe kan ik een wet maken om dit te regelen en het aan de rechter over te laten.”

Dat is volgens VVD-leider Rutte precies wat het CDA doet. Die partij probeert een – in de ogen van Rutte zeer restrictieve – interpretatie van de vrijheid van meningsuiting via het recht op te leggen. Hij noemt de door CDA’er Donner bepleite uitbreiding van het verbod op godslastering, de procedure die premier Balkenende voert tegen het blad Opinio, dat de premier parodieerde, en de aanhouding van de cartoonist onder toeziend oog van Hirsch Ballin. „We moeten zeer terughoudend zijn het strafrecht te gebruiken om bepaald gedrag uit te lokken.”

Hirsch Ballin ontkende dat hij zich had bemoeid met de aanhouding van de cartoonist. Maar hoogleraar Buruma gelooft „totaal niet” dat de aanhouding los staat van de politieke discussies over de de vrijheid van meningsuiting. „Het Openbaar Ministerie luistert goed naar de politiek.”