Amerikaanse bank Bear Stearns ontslaat helft van personeel

De Amerikaanse zakenbank Bear Stearns gaat ongeveer 7.600 mensen verslaan. Dat is meer dan de helft van de mensen die werken bij deze bank, die na een reddingsoperatie door de Amerikaanse centrale banken in maart werd overgenomen door concurrent JPMorgan.

Dat zei bestuursvoorzitter Jamie Dimon van JPMorgan gisteren op de aandeelhoudersvergadering van zijn bank. Hij formuleerde het echter omgekeerd, door te zeggen dat JPMorgan „45 procent van het personeel van Bear Stearns zal behouden”.

Vorige week had Dimon al gezegd dat 6.000 werknemers van Bear Stearns een nieuw aanbod hadden gekregen en er 1.500 banen waren gevonden bij andere instellingen. Dimon zei gisteren dat de overname ook tot ontslagen zal leiden bij JPMorgan, maar noemde geen aantal.

JPMorgan kocht Bear Stearns voor 1,2 miljard dollar, nadat de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, het concern daartoe had aangezet en een noodlening ter beschikking stelde. Bear Stearns was in liquiditeitsproblemen gekomen, doordat andere banken haar geen geld meer wilden lenen uit angst dat Bear Stearns niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. De bank werd daardoor het belangrijkste slachtoffer van de banken door de kredietcrisis.

Dimon noemde gisteren de overname „een erg risicovolle en zware kwestie” en verklaarde dat „we daarom nog niet zeggen dat de missie is voltooid”. Wel zei hij te verwachten dat de overname van Bear Stearns in het tweede kwartaal voor een extra winst van 1 miljard dollar zal zorgen.