‘Radicalen in islam en rechts zoeken erkenning’

Bij rechts-radicale jongeren gaat het om ‘kameraden’, bij radicale moslims om ‘broeders’. Beide groepen radicale jongeren zoeken de geborgenheid van de groep.

Rechts-radicale jongeren met kaalgeschoren hoofden en kistjes. Jonge moslimfundamentalisten met flinke baard en djellaba. Ziet u de overeenkomsten? Amy-Jane Gielen (23) wel. Ze ontdekte dat het proces van radicalisering van deze jongeren overeenkomt. Bij beide groepen speelt de zoektocht naar een identiteit tijdens de puberteit een belangrijke rol. Haar boek, Radicalisering en identiteit werd vanmiddag gepresenteerd in Amsterdam. Belangrijke conclusie: bang zijn voor radicale moslimjongeren is overdreven. Rechts-extreme jongeren zijn gevaarlijker.

Het boek van Gielen is eigenlijk een uit de hand gelopen afstudeerscriptie die ze schreef voor haar studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderwerp radicalisering bleek bij haar afstuderen in augustus 2007 erg actueel. Maar alle aandacht ging uit naar de moslimextremisten. Zij had zich verdiept in radicaliserende moslimjongeren in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart en de aanpak van bestuurders om de radicalisering aan te pakken. Maar ze had ook gekeken naar de beweegredenen van elf rechts-radicale jongeren die in 2007 een groep krakers in een pand in Almere overvielen en vervolgens brand stichtten. Ze zag al snel paralellen.

Radicalisme komt voort uit een zoektocht naar identiteit, zegt u. Hoe zit dat?

„Bijna alle jongeren maken zo’n fase mee. Ze gaan op zoek naar antwoorden op vragen als: wie ben ik, wat wil ik, waarom besta ik? Sommige jongeren worden in die fase een bepaalde richting op geduwd omdat ze zich gemarginaliseerd of gestigmatiseerd voelen. Marokkaanse jongeren, bijvoorbeeld, hebben het gevoel dat ze als Marokkaan of als moslim niet geaccepteerd worden door Nederlanders. Ze hebben het gevoel dat ze, omdat ze Marokkaan zijn, geen geschikte stage of werk zullen vinden. Tegelijkertijd ervaren ze vaak ook grote afstand tot hun ouders die uit een heel andere cultuur komen. Het wij-zij denken speelt een belangrijke rol in radicalisering.”

Maar voelen Nederlandse jongeren zich ook gediscrimineerd?

„Rechtse denkbeelden, bijvoorbeeld een afkeer van niet-westerse allochtonen, maar ook van homo’s of pedofielen, worden vaak niet getolereerd op school. Ze worden belachelijk gemaakt door medescholieren. Zowel moslimjongeren als rechtse jongeren keren zich af van hun sociale omgeving en gaan zich dan op eigen houtje verdiepen in hun ideologie.”

Hoe?

„Rechtse jongeren gaan bijvoorbeeld Mein Kampf lezen op internet en discussiëren op rechtse fora als stormfront.nl over hun standpunten. Radicaliserende moslimjongeren beginnen een zoektocht naar de ‘zuivere’ islam. De religieuze infrastructuur is belabberd: er zijn weinig liberale sites met informatie over islam. Salafistische sites zijn er te over. Er worden ook lezingen gegeven in het Nederlands door zeer orthodoxe jongerenimams. Het Arabisch dat gepreekt wordt in gematigder moskeeën verstaan ze vaak niet.”

Ze worden dus automatisch de extremere kant op gezogen?

„Beide groepen hebben behoefte aan erkenning. Ze krijgen geen erkenning van hun omgeving, ze gaan op zoek en vinden gelijkgestemden. Dat is voor hen als een warm bad, ze horen ergens bij. Je ziet het aan de terminologie die ze gebruiken onder elkaar en tijdens de discussies op de fora. Rechts-radicalen spreken elkaar aan met ‘kameraden’. De moslims zijn ‘broeders’ en ‘zusters’ voor elkaar. Ze ontlenen een positieve sociale identiteit aan de groep. Gezelligheid vinden ze belangrijk. Ik zag bij de rechts-extreme jongens van de Voorpost dat ze van alles organiseren; barbecues, discussieavonden, films. Dat geldt voor de moslimjongeren ook. Zijn ze eenmaal in de greep van een groep dan is het lastig om ervan los te komen.”

Waarom is het gevaar van de rechts-radicale jongeren groter dan van de radicale moslims?

„Mohammed B. [de moordenaar van cineast Theo van Gogh, red.] was een uitzondering. In gesprekken met radicale moslimjongeren merkte ik dat zij geweld resoluut afwijzen, zij verwijzen daarbij juist naar de islam. Rechts-radicalen missen een dergelijke rem. Zij zijn eerder geneigd geweld te gebruiken om hun idealen te verwerkelijken. Uit een onderzoek in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten uit 2007 waarbij 75 gemeenten incidenten meldden, bleek dat het 27 keer om rechts-radicalisme ging en in acht gevallen om islamitisch radicalisme. ”

Hoe kan radicalisering worden voorkomen?

„Door alternatieven te bieden. Niet alleen door de gemeenten, ook moskeeën, buurthuizen, kerken kunnen een rol spelen. In Slotervaart werden interreligieuze discussieavonden georganiseerd voor allochtone én autochtone jongeren. Vaak hoor je dat zowel de rechtse als de moslimjongeren onbenaderbaar zijn. Dat is mijn ervaring niet. Iedereen wilde graag met me praten.”