Pompen of verzuipen

Niets lijkt de opmars van de prijs van ruwe olie op de wereldmarkt te stuiten. Vanmorgen noteerde een vat Amerikaanse WTI-olie boven de 129 dollar. Ook Brent, de Europese standaard, deed meer dan 128 dollar per vat. Dat zijn prijzen die een jaar geleden nog onvoorstelbaar waren.

Nog extremere prognoses lijken opeens een stuk minder ongeloofwaardig. De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, die als eerste de huidige prijspiek al enkele jaren geleden voorzag, heeft zijn voorspelling opgeschroefd tot een gemiddelde olieprijs van 141 dollar in de tweede helft van dit jaar. De Texaanse miljardair T. Boone Pickens bewerkstelligde deze week een extra stijging toen hij voorzag dat de olieprijs dit jaar de 150 dollar kon halen. Nu zijn prognoses op dit gebied weinig waard. Maar alleen al het feit dat serieus met zulke prijzen rekening wordt gehouden is tekenend.

De vermoedelijke oorzaken van de prijspiek zijn bekend. De productiegroei van ruwe olie stagneert door onderinvesteringen in met name het Midden-Oosten en Rusland en door maatschappelijke onrust in bijvoorbeeld Nigeria. Nieuwe vondsten zijn er gedaan, maar deze zijn relatief bescheiden. Tegelijkertijd stijgt de consumptie. Die groeit niet alleen in opkomende landen als China en India, maar ook in het Midden-Oosten zelf. In het Westen, dat vooralsnog de vraag naar olie domineert, neemt de consumptie eveneens toe, zij het in een lager tempo.

Op de wereldoliemarkt zijn vraag en aanbod in een precair evenwicht met elkaar. Zelfs een marginale wijziging in een van deze twee kan daardoor grote prijsveranderingen teweeg brengen. Maar de prijspiek die zich nu voordoet, doet vermoeden dat er meer aan de hand is. Saoedi-Arabië, ’s werelds grootste producent, beloofde afgelopen weekeinde slechts na flinke Amerikaanse druk zijn productie licht op te voeren. Nog vijf jaar geleden was het staand beleid voor de OPEC-landen om de prijs tussen 22 en 28 dollar te houden. Die openlijk beleden verantwoordelijkheid voor een stabiele prijs lijkt geheel verdwenen. De organisatie blijft volhouden dat de huidige prijspiek voor het grootste deel het gevolg is van speculatie, en niet van een gewijzigde verhouding tussen vraag en aanbod op de wereldmarkt.

Olie is macht, en het kan heel goed zijn dat het ongeschreven pact tussen de grote producenten en de grote consumenten, dat decennialang de prijs min of meer in evenwicht hield, scheuren begint te vertonen. De Verenigde Staten maakten begin deze week bekend dat de afhankelijkheid van buitenlandse olie voor het eerst sinds het begin van de jaren zeventig proportioneel is gedaald.

Ook in Europa zou dat streven dominanter moeten worden. Alternatieve energiebronnen zijn of worden door de dure olie nu rendabel. Ontwikkeling en toepassing daarvan moeten meer serieuze politieke aandacht en bijbehorende middelen krijgen. Dat geldt ook voor kernenergie. Vroeg of laat is de wereld door zijn olievoorraden heen. De huidige prijspiek is, politiek of niet, een tijdige herinnering daaraan.