Onderweg

IMG_0545.JPGAfgelopen maandag ben ik met de auto naar Sint Petersburg gereden. Twintig jaar geleden heb ik die tocht voor het laatst gemaakt, maar dan in omgekeerde richting, van Leningrad naar Moskou. Het was in maart en het sneeuwde. De rivieren waren bevroren. De dorpen lagen erbij als in een sprookje. En er was bijna geen autoverkeer, want Rusland was arm en het communistische economische systeem lag op zijn gat. 

De weg was toen bijna overal  twee banen breed en zat vol kuilen, achthonderd kilometer lang. Mijn tussenstop in Novgorod herinner ik me nog heel goed. Uit een kerkgebouw, dat in naam van Lenin was omgedoopt tot conservatorium, klonk vioolspel, een partita van J.S. Bach. En de rivier de Volgov ben ik via grote ijsschotsen overgesprongen.

U begrijpt dat ik benieuwd was  hoe de weg er nu bij lag. Tenslotte zijn er door het Kremlin de afgelopen jaren vele miljoenen euro’s in wegenbouw geïnvesteerd en is de M10/E22 de belangrijkste verkeersader van Rusland. Dagelijks brengen tienduizenden en tienduizenden vrachtwagens geïmporteerde goederen vanuit het buitenland naar Moskou. Want zoals u weet produceert Rusland behalve veel olie en gas amper iets en wordt er in Moskou volop geconsumeerd.

IMG_0551.JPGMaar wat was het een teleurstelling. Want op nog geen honderd kilometer buiten Moskou, voorbij de voorstad Zelenograd bleek de weg nog altijd even slecht als vroeger. Het enige verschil met toen was dat het er nu zwart zag van de vrachtwagens, die in konvooi zo hard mogelijk probeerden te rijden en elkaar voortdurend probeerden in te halen.

Alleen bij Tver werd aan de weg gewerkt en was er sprake van nieuwe asfaltering en verbreding. Maar daar stond  weer een file vrachtwagens van acht kilometer  te wachten totdat bij het dorp Mednoje de tweebaansbrug over de Volga kon worden overgestoken, die gerepareerd werd. ,,Zo gaat het hier al maanden”, zei een boze buschauffeur, die stond toe te kijken hoe zijn passagiers uitstapten om hun reis te voet te vervolgen.Ook de meeste dorpen waren nog net zo armoedig als vroeger. Het enige vrolijke was dat vanachter stalletjes met een samovar vrouwen koffie, thee, soep en kvas voor reizigers klaarmaakten, als in een verhaal van Tsjechov. En regelmatig dook er een tankstation of een wegcafé op. 

,,Staan er bij jullie in Nederland ook meiden aan de weg?” vroeg een vrachtwagenchauffeur met gouden tanden me bij een van die stalletjes, terwijl hij op een vrolijke bermhoer wees.  Toen ik hem vertelde dat hoeren bij ons in etalages staan, die in de winter door een kacheltje verwarmd worden, knikte hij me goedkeurend toe. ,,Maar ze zijn vast niet zo goedkoop als hier”, zei hij. ,,Aan de weg betaal je 500 roebel, in Moskou 2000.”

Het meisje dat een eindje verderop ronddartelde, ging naast hem zitten. Ze kneep hem  in zijn bovenbeen. Hij was blijkbaar een trouwe klant.

,,Wat vindt u nu van zo’n weg?” vroeg ze. ,,Slecht en levensgevaarlijk”, antwoordde ik.

,,Ja, hè. En dagelijks maakte een miljoen auto’s er gebruik van.”

We reden verder en vreesden soms voor ons leven. Want regelmatig kwam er een inhalende vrachtwagen op ons afgestormd.

Bij Novgorod begon het even ergens op te lijken, want ineens was er een moderne snelweg. Maar na zo’n twintig kilometer kwam ook daar een eind aan.

Na tien uur rijden doemde er rond Petersburg een modern wegenlandschap op. Keurige snelwegen en stoplichten, die je de indruk gaven dat de Russen het best kunnen. Wat er met al die miljoenen euro is gebeurd die voor de wegenbouw waren bestemd is me echter  een raadsel.