Minister wil nu écht volharden in hervormingen

Franse leraren, leerlingen en ouders verzetten zich tegen de regeringsplannen voor het onderwijs. Maar de minister is niet van plan af te zien van hervorming.

Het stakingsseizoen is weer in volle gang in Frankrijk. Morgen leggen de vakbonden in tal van steden het openbaar vervoer plat om te protesteren tegen de geleidelijke verhoging van de pensioendrempel van veertig naar 41 jaar werken, vanaf 2009. Maar de hoofdrol in het verzet tegen de regering is dit voorjaar voor een andere sector: het onderwijs. Leraren, scholieren en ouders trekken al sinds januari bijna wekelijks de straat op om te protesteren tegen hervormingen – de afgelopen week zelfs twee keer.

De meest omstreden maatregel is het schrappen van 11.200 banen in het middelbaar onderwijs vanaf volgend schooljaar. Ook het nieuwe lesprogramma voor de basisschool gaat er maar moeilijk in, evenals de hervorming van het beroepsonderwijs. De demonstraties laten zien dat er honderdduizenden ontevredenen zijn. Volgens minister van Onderwijs Xavier Darcos gaat het om „protest met een rituele kant”. De leiders van de onderwijsvakbonden zeggen dat staken nodig is om de regering tot onderhandelen te dwingen.

Deze week liet Darcos hun per brief weten dat hij wel wil onderhandelen, maar dat er bij hem weinig te halen is. „Ik wil best aanschuiven aan allerlei tafels, rond, vierkant of ovaal, maar ik wil niet terechtkomen in een dynamiek van medezeggenschap geven, afzwakken en terugkrabbelen”.

De stellingen zijn dus betrokken; de krachtmeting kan nog weken duren. Het ‘rituele’ conflict neemt politieke dimensies aan. Vorig jaar schreef president Sarkozy persoonlijk een brief aan alle leraren dat hij hun meer waardering wilde geven voor hun werk. Zondag zongen de demonstranten hem toe – tussen 25.000 en 40.000 leraren gingen op hun enige wekelijkse vrije dag in Parijs de straat op: „In mei dringen we aan, in juni gaat Sarkozy eraan”.

Darcos wil „de eerste minister van Onderwijs sinds lange tijd worden die volhardt in het hervormen”. Zo kan hij uitgroeien tot een symbool voor wat Sarkozy heeft beloofd: Frankrijk openbreken en moderniseren, slagen waar zijn voorganger Chirac faalde.

Met het Franse onderwijs gaat het slecht, daarover zijn leraren, ouders, deskundigen en beleidsmakers het al jaren eens. Op in de internationale ranglijstjes over schoolprestaties (zoals van de geïndustrialiseerde OESO-landen) halen Franse leerlingen al lang de top-vijftien niet meer. Deze winter wees een onderzoek uit dat twintig procent van de leerlingen de basisschool verlaat met ernstige gebreken in basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen.

Geen nieuwe klachten – maar hoe los je ze op? Sinds begin jaren negentig beet een serie ministers zich stuk op taai verzet tegen hun plannen om het onderwijs efficiënter te maken. Onder hen uiteenlopende figuren als de confrontatiesocialist Claude Allègre (die nu Sarkozy steunt), de pedagogisch optredende filosoof Luc Ferry (terug naar de studeerkamer) en de behoedzame onderhandelaar François Fillon – nu premier.

De uitweg die ze vonden was in wezen steeds dezelfde: geld erbij, kenniseisen omhoog, en meer hulpprogramma’s, vooral in achterstandswijken.

Volgens Darcos heeft dit allemaal niet geholpen. Hij kan het weten. Behalve auteur van een populair schoolboek over Franse literatuur is de 50-jarige politicus uit de Dordogne ook een onderwijsspecialist die sinds 1993 onder vrijwel alle regeringen betrokken was bij het onderwijsbeleid, als topambtenaar of staatssecretaris.

Als minister bepleit hij nu dat er „anders gewerkt” moet worden. Op de basisschool is zijn antwoord klassiek. Net als zijn voorgangers wil hij meer aandacht voor taal en rekenen, en preciezere eisen aan de kennis die kinderen moeten verwerven. De onderwijzers vrezen dat ze „mechanisch onderwijs” moeten gaan geven.

Op de middelbare school schrapt Darcos meer dan zijn voorganger in het budget. Zijn beleid is uit nood geboren. De regering-Fillon bezuinigt onder meer door slechts een op de twee vertrekkende ambtenaren te vervangen. Daaraan kan Onderwijs met zijn 1,2 miljoen werknemers moeilijk ontsnappen.

Volgens Darcos is zo beschouwd het verdwijnen volgend jaar van 11.200 posten in het middelbaar onderwijs bescheiden – aanvankelijk was sprake van het dubbele aantal. Gemiddeld één leraar per school, zegt hij, en dan ook nog eens op allerlei manieren gecompenseerd. Zo moeten deeltijdarbeid en minder keuzevakken zorgen voor een betere verdeling van leraren over klassen en scholen.

De vakbonden redeneren anders. Volgens vakbondsleider Alain Olive (UNSA) zijn er de laatste vijf jaar al 30.000 leraarsposten verdwenen en is de druk al groot. Bovendien komen Darcos’ besparingen niet overal even hard aan. Vooral in de arme buitenwijken, waar relatief veel extra steunvakken worden gegeven, verdwijnen volgens de bonden veel leraren. Op de overblijvers neemt de druk toe, terwijl hun herwaardering – in de vorm van een hogere beloning – op zich laat wachten.

De regering probeert de aanzwellende onvrede te breken. Deze maand sloot Darcos een akkoord met scholierenbonden om hun nieuwe schoolprogramma nog even uit te stellen – een actiehaard minder. Ook komt er een ‘service minimum’ op school: gemeenten worden straks wettelijk verplicht leerlingen op te vangen als leraren staken. Ouders, die de leraren in het voortgezet onderwijs vaak in hun verzet steunen, zijn over deze maatregel zeer te spreken, net als trouwens over de hervormingen in het basisonderwijs. Ten slotte werkt de tijd in Darcos’ voordeel: in juli begint de vakantie.