Late match van sporen verdachte

De nieuwe verdachte in de zogeheten Puttense moordzaak heeft vorig jaar bij de rechter bezwaar gemaakt tegen opname van zijn DNA in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat zegt NFI-woordvoerder Lex Meulenbroek. Die opname is daardoor enkele maanden vertraagd.

De politie hield de 33-jarige man gisterochtend vroeg aan in zijn woonplaats Delft. Hij wordt verdacht van de verkrachting van en moord op de 23-jarige Christel Ambrosius in januari 1994 in Putten. Zijn DNA komt overeen met dat van een spermaspoor dat is gevonden op het lichaam van het slachtoffer. Hij woonde in Putten ten tijde van de moord. Volgens justitie zijn er geen aanwijzingen dat hij het slachtoffer kende.

De nieuwe verdachte werd in 2005 veroordeeld voor mishandeling van zijn partner. Op grond van een wet die toen net van kracht was, moest hij DNA-materiaal afstaan aan justitie. Dit gebeurde pas in april 2007. In oktober bepaalde de rechter dat het mocht worden opgenomen in de databank van het NFI. Vorige maand bleek daar de match met het spermaspoor uit de Puttense moordzaak.