Inspectie en selectie

De nieuwe inspecteur-generaal voor het onderwijs, Annette Roeters, heeft een veelbelovende entree gemaakt. Ze heeft openlijk gezegd dat het niveau van het onderwijs is gedaald. Eindelijk. Het vandaag verschenen Onderwijsverslag van het vorig schooljaar onderstreept die zorgen daarover nader. De kwaliteit van de lessen blijkt verder afgenomen. De lestijd zelf wordt steeds minder efficiënt gebruikt. En het percentage leerlingen, dat slecht is in taal en rekenen, is binnen acht jaar gegroeid van 10 tot 15 procent.

Die publieke erkenningen van de inspectie en van het ministerie zijn mijlpalen. Tot nu toe had alleen de parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem durven zeggen dat het niveau achteruit is gegaan. Het zijn mijlpalen omdat iedereen het erover eens is dat het peil omhoog moet.

De tijd van praten kan nu worden afgesloten. Er kan worden begonnen met nadenken over maatregelen om het niveau daadwerkelijk te verhogen. De nadruk op studierendement, waarbij zoveel mogelijk leerlingen zo snel mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een diploma moesten halen, heeft zijn langste tijd wel gehad. Die mooie rendementscijfers verbloemden namelijk de achteruitgang van de resultaten. Het leveren van mooie getuigschriften kost immers weinig inspanning, het garanderen van de waarde des te meer.

Juist daarom is de vaststelling van de inspectie dat de meeste scholen geen zicht hebben op de kwaliteit van hun onderwijs zo alarmerend. Veel scholen geven hun eigen leerlingen en daarmee zichzelf gemiddeld nog steeds te hoge cijfers, waartegen de resultaten van het centraal eindexamen mager afsteken. Waarom? Omdat het werkt, aangezien het gemiddelde tussen die twee het eindresultaat bepaalt. Geen wonder dat in het hoger onderwijs bijna een kwart van de studenten alsnog struikelt.

Gelukkig heeft Roeters zich voorgenomen om niet langer aan dit spel der illusies mee te doen. De inspectie gaat actiever optreden bij scholen die slecht presteren en te hoge cijfers geven. Centrale toetsen moeten de scholen vervolgens helpen om hun niveau te verhogen.

Maar daarbij blijft het niet. Naast inspectie is er ook een betere selectie van leerlingen geboden. Wie wegzakt, behoeft extra aandacht. Maar het is onvermijdelijk dat uiteindelijk meer leerlingen zullen zakken voor hun examens. En als de scholen ook dan niet in staat blijven zelf hun leerlingen te selecteren, dan moeten hogere onderwijsinstellingen dat doen met eigen toelatingsexamens. Dat is een uiterste redmiddel.

Toch zijn inspectie en selectie alleen niet genoeg. Als er te weinig goede leraren zijn, wordt alleen het lage niveau beter gemeten. Voor de verschuiving van rendement naar kwaliteit is uiteindelijk ook geld nodig. Dat gaat nog niet van harte. Terwijl een paar miljard extra naar de kinderopvang en naar gratis schoolboeken snel zijn uitgegeven, komt het onderwijs zelf er nog karig van af vergeleken bij het buitenland.

Afgaande op het jaarverslag weten kabinet en parlement nu wat hen te doen staat om het onderwijspeil te verhogen.