Icoonpotentie

Misschien is ‘integere machthebber’ wel een contradictio in terminis. Europarlementariër Daniel Cohn-Bendit, het gezicht van 1968, legde ooit in VPRO’s Wereldgasten uit wat het verschil was tussen hem en zijn vriend Joschka Fischer. Fischer vond geweld voor de revolutie gerechtvaardigd. Vervolgens stootte Fischer door naar de wereldmacht. Cohn-Bendit bleef politiek ‘klein’.

Het is de vraag hoe diep het schisma is tussen de ‘ethische’ Cohn-Bendit en de ‘rücksichtslose’ Fischer. Maar waar of mythe: misschien is het zinloos om ons druk te maken over motieven van machthebbers. Misschien mogen wij allang blij zijn als de mensen bovenaan er af en toe eens een goed plan doordrukken, en verder niet al te veel schade aanrichten.

Neem Obama en Clinton. Nederland ziet natuurlijk liefst een Democraat als president. We willen het weer ‘eens’ zijn met de Amerikaanse politiek; dan doet het minder pijn dat we gedoemd zijn er achteraan te lopen. Maar wie van de twee is het meest Nederland-fähig?

Wat Irak betreft denken ze identiek: wel minder soldaten, terugtrekken, nee. Beiden willen meer militairen in Afghanistan. Beetje tegenstrijdig, maar fijn voor ons. Voor Nederlandse identificatie ook niet onbelangrijk, is hoe zij denken over de sociaal zwakkeren in hun land. Clinton wil een verplichte ziektekostenverzekering voor iedereen. Obama neemt het klassiek Republikeinse standpunt in dat mensen zich vanzelf verzekeren, als het maar goedkoop genoeg is. Oftewel: het huidige, falende systeem. Ook op punten als uitkeringen heeft Obama een Republikeins gezicht laten zien.

Toch ligt heel Nederland in katzwijm voor Obama, terwijl aan de motieven van Clinton getwijfeld wordt. Zij staat voor oude, blank-protestantse macht, hij voor change. Is dat terecht? De vergelijking met president Kennedy dringt zich op: ook zo’n ‘frisse wind’. Vergeten wordt vaak dat hij niet veel meer was dan een gezicht bij maatschappelijke veranderingen die al waren ingezet. En dat hij een snoeiharde anti-communistische lijn volgde, die rechtstreeks naar de Vietnamoorlog leidde. Is icoonpotentie in een machthebber belangrijker voor change dan duidelijke beleidsvoornemens?

Merel Boers