Hun voorsprong wordt kleiner

De Onderwijsinspectie maakte gisteren haar verslag over 2006/2007 openbaar.

De inspectie pleit voor het regelmatig toetsen van leerlingen op prestaties.

De parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem en de Onderwijsraad zeggen dat het reken- en taalniveau van scholieren daalt.

De Inspectie van het Onderwijs erkent nu ook dat dit zo is. Ze stelt in haar Onderwijsverslag over 2006 en 2007, dat gisteren verscheen, echter ook dat de „kwaliteit op de meeste scholen beslist voldoende is”.

Annette Roeters, sinds februari van dit jaar inspecteur-generaal van het onderwijs, legt het uit.

Er staat nergens in het verslag dat het onderwijsniveau daalt.

„Nee. Maar we zeggen wel dat het aantal leerlingen met ontoereikende basisvaardigheden in taal en rekenen toeneemt. Dat betekent dat het niveau van de basisvaardigheden daalt.”

Het is voor het eerst dat de Inspectie dat zegt.

„Ja, het is ook voor het eerst dat dit zo duidelijk blijkt. Uit de laatste editie van het internationale onderwijsonderzoek van de OESO, PISA, zie je dat de voorsprong van Nederland op de andere landen kleiner wordt. In 2000 presteerde 10 procent van de leerlingen slecht, nu is dat al 15 procent. We doen het nog steeds heel goed, maar de trend is onmiskenbaar.”

Waarom zegt u dan toch dat de kwaliteit op de meeste scholen beslist voldoende te noemen is?

„Omdat dat dat óók zo is. Uit ons onderzoek blijkt dat scholieren op driekwart van de scholen geen verhoogde risico’s in hun schoolloopbaan lopen. Dat willen we aan de scholen teruggeven.”

Het niveau daalt, maar scholen presteren voldoende?

„Het merendeel van de scholen. Maar het niveau daalt wel. We pleiten er overigens, wederom, uitdrukkelijk voor dat er nu snel leerstandaarden komen aan de hand waarvan je het niveau van het Nederlandse onderwijs door de jaren heen kunt volgen. Nu kunnen we ons steeds slechts baseren op internationale onderzoeken en het onderzoek van Cito.”

In het verslag adviseert u scholen en leraren meer gebruik te maken van gegevens over de prestaties van hun leerlingen.

„Dat is echt onze hartekreet. Sommige scholen weten nu niet eens wat het niveau van een leerling in het vorige schooljaar was. Die beginnen dus eigenlijk elk jaar opnieuw. Scholen die wel goed gebruik maken van die resultaten, boeken spectaculaire resultaten.”

Misschien hebben scholen geen zin in al die bureaucratie van het bijhouden van systemen.

„Ze moeten die gegevens toch al bijhouden. Natuurlijk is het meer werk om ze ook te gebruiken. Maar alleen op die manier kun je zien of leerlingen, klassen en de school als geheel voor- of achteruitgaan.”

U pleit ook voor het regelmatig toetsen van leerlingen „zoals dat in Engeland gebeurt”, zo schrijft u in het verslag.

„Ja. Als je pleit voor het instellen van leerstandaarden, moet je ook gaan toetsen of ze worden gehaald.”

Regelmatig toetsen, dat is een politiek standpunt.

„Het is ons advies. Scholen en de politiek moeten zelf weten wat ze daarmee doen.”

Bent u niet bang dat er door meer toetsen een afrekencultuur ontstaat zoals in het Engelse onderwijs? Daar moeten scholen sluiten omdat ze te lage resultaten halen.

„In Ontario zijn de resultaten op scholen juist weer met tien procent gestegen door meer toetsen.”

De Inspectie signaleert dat 40 procent van de basisscholen niet alle Cito-toetsresultaten van hun leerlingen bekendmaken. Waarom is dat?

„Om er beter uit te komen dan ze zijn.”

Scholen zijn misschien bang voor een afrekencultuur die kan ontstaan door meer toetsen.

„Misschien. Daarom is het ook zo belangrijk dat toetsresultaten goed worden gebruikt. Niet om scholen aan de schandpaal te nagelen, maar als ondersteuning van het leerprogramma.”

U signaleert in het verslag dat lestijd minder efficiënt gebruikt wordt op scholen, en dat de kwaliteit van de lessen afneemt. Wat bedoelt u?

„Dat lessen niet op tijd beginnen, dat er slordig wordt omgegaan met de lestijd en dat de lestijd niet altijd goed wordt besteed.”

Waardoor neemt de leskwaliteit af?

„Dat weten we niet. Het is wel voor het eerst dat we dit signaleren.”

Misschien komt het door de onderwijsvernieuwingen?

„We weten het niet. Dat kunnen we gaan onderzoeken. Aan de andere kant signaleren we ook dat de kwaliteitszorg voor zwak presterende leerlingen op bijna de helft van de scholen onvoldoende is. Dat heeft meer prioriteit.”

Lees meer achtergronden op nrc.nl/dijsselbloem