Hirsch Ballin kritisch over handelen OM

Het Openbaar Ministerie moet uitleggen waarom cartoonist Gregorius Nekschot dertig uur in een politiecel is opgesloten. Dat zei minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteren tijdens een spoeddebat in de Kamer.

Een grote Kamermeerderheid, waaronder alle coalitiepartijen, noemde de huiszoeking, aanhouding en de opsluiting van de cartoonist disproportioneel en intimiderend. De minister „kritische vragen” te zullen gaan stellen aan het OM over de duur van de opsluiting. Het debat werd opgeschort tot de minister antwoord op deze vragen krijgt.

Nekschot (een pseudoniem) werd vorige week na een huiszoeking gearresteerd en vastgezet omdat hij acht mogelijk discriminerende en haatzaaiende cartoons zou hebben getekend. De cartoonist werd vorige week dinsdag aangehouden door een team van tien man. Hij werd op die dag twee keer verhoord, en moest vervolgens de nacht in een cel doorbrengen. De minister wil nu weten waarom Nekschot niet direct na het tweede verhoor is vrijgelaten.

Veel Kamerleden betwistten of het überhaupt nodig was het onderzoek tegen de cartoonist op deze manier te voeren. De huiszoeking en aanhouding zijn volgens hen zonder precedent. Boris van der Ham (D66): „Een opiniedelict zoals dit, met een dergelijk optreden van het OM, kent zijn weerga in de naoorlogse geschiedenis niet.” Een uitnodiging voor een gesprek op het politiebureau lag volgens hen vanwege de aard van de verdenking veel meer voor de hand. Volgens Kamerlid Ed Anker (ChristenUnie) was de inval „gewoon intimiderend”.

Verschillende partijen zagen in de aanhouding van Nekschot een volgens hen zorgwekkende trend van het kabinet om de vrijheid van meningsuiting in te perken. VVD-fractievoorzitter Rutte zag daarin vooral de hand van het CDA. Hij vroeg zich af of er niet sprake was van een „politieke arrestatie”. Ook andere partijen suggereerden dat. Volgens Van der Ham had de zaak een „nare bijsmaak”.

Verschillende partijen eisten stappen om de veiligheid van de cartoonist te garanderen, nu zijn identiteit door de aanhouding mogelijk bekend wordt. De minister zei daar mee bezig te zijn.