Haat zaaien? De haat was er al

Meer dan de helft van de Nederlanders vindt het toelaten van grote groepen immigranten een vergissing.

Door cartoons te censureren wordt men daar in bevestigd.

„Laat geen multicultiwerker of psycholoog ons zeggen dat we niet mogen haten.” Dat zei de moeder van Theo van Gogh bij de crematie van haar zoon. Die woorden werden toen door velen diep gevoeld. Vorige week is cartoonist Gregorius Nekschot, in opdracht van het Openbaar Ministerie, als een staatsgevaarlijke boef opgepakt, omdat zijn cartoons zouden aanzetten tot haat. Vanaf het moment dat ze de zaak van het Meldpunt Discriminatie in handen kregen, had het OM nog drie jaar nodig om tot die conclusie te komen.

En dat terwijl ze meteen hadden kunnen bedenken dat Gregorius Nekschot nergens toe heeft ‘aangezet’. De haat die hij verondersteld wordt op te roepen is namelijk allang een feit. Het smeult al sinds iedereen hoopte dat Pim Fortuyn door een allochtoon was vermoord – want dat zou de haat een legitieme grond hebben gegeven. Met Theo van Gogh was het zover; de moordenaar was Marokkaan. Dus mocht men, met terugwerkende kracht, moslims haten.

Uit de Geschiedenismonitor van Het Historisch Nieuwsblad, de Volkskrant en Andere Tijden van afgelopen maart, is gebleken dat 57 procent van de Nederlanders het toelaten van grote groepen immigranten de grootste vergissing uit de vaderlandse geschiedenis vindt. Toch zullen die mensen moeten leven met het feit dat ze er zijn, niet zullen weggaan, en dat hun aantal voorlopig zal groeien. Het ongenoegen hierover ligt aan de basis van de electorale successen die Rita Verdonk en Geert Wilders worden voorspeld. Twee politici die impliciet of expliciet zeggen dat ze de moslims met hun islam niet moeten. Een paar cartoons meer of minder zal aan dat verwachtte succes weinig veranderen. De haat is een feit.

Nu is met haten op zichzelf niets mis. Het gaat er alleen om hoe die haat tot uitdrukking wordt gebracht. Moskeeën en islamitische scholen in brand steken is onbeschaafd. In een beschaafde wereld wordt de haat als provocatie en belediging in de arena van het vrije woord gesublimeerd. En dat is precies wat Gregorius Nekschot met zijn cartoons doet. En ja, ook de profeet Mohammed mag daarbij beledigd worden. Als inspiratie voor de moordenaar heeft hij de dood van Theo van Gogh op zijn geweten, en als men hem en degenen die in hem geloven, daarvoor wil laten boeten door de profeet te beschimpen, dan is dat beschaafd gedrag. Hoe smakeloos het ook kan zijn.

De mogelijkheid om te beledigen is daarbij zelfs constructief, zoals stadssociologen als Paul Scheffer keer op keer laten zien. Conflict tussen bepaalde groepen is een noodzakelijke fase op weg naar assimilatie en integratie. Door conflicten te vermijden, zijn integratieproblemen nog nooit opgelost, stelt Scheffer dan ook vast. Want „vechten is hechten”. Critici pareren dergelijk optimisme door op te merken dat het vrij ventileren van ongenoegen de verhoudingen zodanig op scherp kan stellen, dat het onderling wantrouwen alleen maar toeneemt. Dat zou inderdaad kunnen.

Maar zelfs die critici moeten beamen dat dat risico niet opweegt tegen het opofferen van het vrije woord. Zeker in dit geval. Want alle Nederlanders die vinden dat de instroom van gastarbeiders een grote vergissing was, zullen zich door de censuur op Nekschot voor hun haatgevoelens veroordeeld voelen. En dat zal ze alleen maar in de armen drijven van Wilders en Verdonk. Zo wordt met de arrestatie van Nekschot de haat niet ingedamd, maar eerder aangewakkerd. En dat is precies wat men wil voorkomen.

Marcel Zuijderland heeft filosofie en culturele antropologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.