Grasmat als visitekaartje

In het Loezjnikistadion in Moskou werd jarenlang gevoetbald op kunstgras.

Maar voor de finale van de Champions League eiste de UEFA een echte grasmat.

Lopend langs het stadion denk je dat ze het er om doen: jou de moderne geschiedenis van Rusland tonen. In één oogopslag zie je alles wat Rusland tot zo’n vreemde, gespleten samenleving maakt. Kijk, zegt de denkbeeldige gids: daar boven de bomen torent het dak van het Loezjnikistadion. Mooi he? Ja, mooi. Maar ernaast zie je mensen met wie je absoluut niet zou willen ruilen. Mensen zonder rechten of zonder een dak boven hun hoofd.

Als een reusachtige omgekeerde schotel ligt het dak op de muren van het stadion dat in de oude tijd nog een onoverdekte burcht was. Een burcht voor maximaal honderdduizend toeschouwers die allemaal evenveel recht hadden op regen. Verschillen waren officieel verboden in het reëel existerende socialisme.

Sinds het einde van het staatcommunisme mag er van alles. Je mag zwaaien met clubvlaggen, wat vroeger verboden was voor de fans van Spartak Moskou. En je mag je rijkdom tonen. Aan komen rijden in een glimmende, donkere auto met chauffeur – tot 1989 voorbehouden aan partijbonzen – kan nu iedereen die er vermogend genoeg voor is en over de juiste relaties beschikt. Om vervolgens zonder al te veel belemmeringen plaats te nemen onder het haast lichtgevende dak, in luxueuze, afgezonderde vakken. Zoals dat vanavond weer het geval zal zijn voor de Champions Leaguefinale.

Sta je op een parkeerplaats naast het stadion, dan zie je de mensen die Manchester United en Chelsea nooit in het echt zullen zien. Vrouwen met katoenen hoofddoeken, mannen met keppeltjes. Ze wonen in afgedankte touringcars en ze spreken geen woord Engels, al suggereren de T-shirts van hun kinderen van wel, en ze spreken vaak amper Russisch. Ze komen uit Dagestan en ze zijn de gastarbeiders van het zich snel ontwikkelende kapitalisme in Moskou. Liever een onwelriekende bus met roestende velgen op een parkeerplaats naast een stadion, kennelijk, dan een huisje in de Kaukasus. Een jongen vertelt trots dat hij hier al een jaar woont. Sinds kort werkt hij als barman in de stad. „Goed leven!” glundert hij. Maar hij verdient zijn boterham in een stad waar de meesten op hem neerkijken. Ze zijn handig als goedkope arbeidskrachten, die Dagestanen, verder zijn ze vooral lastig, en vies. En meestal nog moslim ook.

Pal naast de touringcars – ‘Reisen par Excellence’ – liggen de restanten van het haastwerk dat nodig was om de wedstrijd vanavond mogelijk te maken. Pallets met op elkaar gesmeten stukken gras, als blokjes, als opgerolde lappen, als smalle repen. In het Loezjnikistadion wordt al zes jaar gevoetbald op kunststof; de strenge winters zorgden altijd weer voor een beroerde grasmat, en de overkapping boven de tribunes hield ook nog eens een fatale hoeveelheid wind en zonlicht tegen.

Maar niet zo lang geleden eiste de UEFA de aanleg van een natuurlijke bodem: wat afgelopen najaar nog betrekkelijk goed uitpakte tijdens de interland Rusland-Engeland is niet goed genoeg voor de finale van de Champions League. Helden Cristiano Ronaldo (United) en Didier Drogba (Chelsea) moeten hun kunsten vertonen op levende materie. Het zou natuurlijk het gedroomde visitekaartje zijn geweest: de eerste Champions Leaguefinale op kunstgras. Zo had Rusland zich kunnen presenteren als een land met een flonkerende toekomst. Eindelijk een Europese finale in het grootste stadion van de republiek, en dan ook nog op een vooruitstrevende manier. Het almaar in aanzien stijgende kunstgras zou in Moskou een historische stap voorwaarts hebben gezet.

De immense ovale bak in de wijk Loezjniki heet allang geen Leninstadion meer; vergeten is het verleden als pronkjuweel van het staatcommunisme, vergeten de openingswedstrijd in 1956 tegen de communistische vrienden uit China, de Olympische Spelen in 1980.

In de duurste stad ter wereld kijkt men liever vooruit. Over de ramp in 1982 is geen boek verschenen in het Russisch, wel in het Nederlands (van Iwan Tol). De tientallen, waarschijnlijk honderden doden tijdens een massale glijpartij op de ijzige trappen in de laatste minuten van de Europese wedstrijd Spartak-Haarlem verdwenen in de doofpot. De nabestaanden moeten het doen met een monumentje dat nietig afsteekt tegen Lenin op zijn metershoge sokkel voor de hoofdingang.

Het is ondenkbaar dat de Dagestanen op de parkeerplaats voorbij de grimmige suppoosten zullen komen. Onzichtbaar voor de sloebers van het nieuwe Rusland zal de bovenlaag zich tegoed doen aan drank en spijs in de partytenten naast het stadion. Champagne aan zo’n wit barretje met krukken: het zal alleen de nouveaux riches gegeven zijn. Het moet en zal een succes worden vanavond.

Dagenlang is er gewerkt aan het uitrollen en aanstampen van de grasmat; gisteren lagen de overbodige hoopjes nog in de tunnel onder de tribunes. Over het veld ronkte een grasmaaier met daarop een driftig voorovergebogen terreinknecht. Twee weken geleden lag er nog een andere mat, maar die bleek te zijn gelegd bovenop de kunstvloer, wat niet de bedoeling was. De nieuwe mat ligt nu goed, maar hij ligt er te kort om wortel te schieten. De UEFA maakt zich inmiddels ‘lichte zorgen’. De kans dat de 200.000 euro vergende nieuwe mat leidt tot losse plaggen en hobbelende ballen is volgens betrokkenen aanzienlijk: niet helemaal het visitekaartje dat de vips van Moskou zich hadden voorgesteld.

Volg de finale via uefa.com of vanaf 20.45 u op Nederland 3