En dan is er een man die op een fluitje blaast

De eerste training van Oranje ter voorbereiding op het EK trok nauwelijks supporters, maar wel veel media. Van verering van helden is allerminst sprake.

Het feestje van Oranje kan beginnen. Het merendeel van de bevoorrechte voetballers die Nederland vertegenwoordigen op het komende Europese kampioenschap, heeft zich gisteren in Noordwijk gemeld bij bondscoach Marco van Basten. De voorbereiding is begonnen, het supportersleger moet zich nog warm lopen, maar de mediamolen draait al op volle toeren.

Nieuws of geen nieuws, het land zal langzaam maar zeker in de ban raken van Oranje. Zelfs de voetballers die straks in Zwitserland en Oostenrijk moeten presteren, en zaterdag in Rotterdam oefenen tegen Oekraïne, verbaasden zich gisteren kort na het middaguur bij aankomst in het spelershotel in Noordwijk over de voor Nederlandse begrippen kolossale media-aandacht. De meeste voetballers werden gebracht door hun vrouw of vriendin. En dat trok de meeste aandacht.

Als de bus met spelers tegen de avond aankomt op het sportpark van amateurclub Quick Boys in Katwijk, staat slechts een tiental jeugdige fans klaar als ontvangstcomité. Als de spelers het veld opkomen is de Dirk Kuijt Tribune van het stadionnetje gevuld met een paar honderd kinderen en hun ouders. Op de perstribune zitten aanzienlijk meer mediavertegenwoordigers dan er voetballers op het veld staan. Niemand windt zich op, niemand voelt zich geroepen zijn held aan te moedigen, niemand heft een lied aan. Niets warmt het hart op.

Straks, als het toernooi begint, zal er zeker worden gezongen. Georkestreerd door hoempaorkesten en opgezweept door sponsoren en belanghebbende media. Maar nu er alleen maar getraind wordt, is geen supporter geïnteresseerd. Niemand juicht van bewondering als hij bondscoach Marco van Basten van dichtbij ziet, niemand raakt in vervoering door de aanwezigheid van Robin van Persie, die door een blessure in een hoekje apart oefeningetjes doet. Zien de toeschouwers wel dat er sterren op het veld staan, mogelijke Europese kampioenen?

De sterren lopen een rondje, doen oefeningen, spelen een partijtje handbal – een ander soort spelletje dat de geest verruimt en het ploegbelang dient, en schieten ten slotte fanatiek op het doel van keeper Henk Timmer. Tussen de sterren loopt een man die de leiding heeft. En dan is er een man die op een fluitje blaast. Wie zijn dat toch? O ja, bondscoach Marco van Basten en zijn assistent John van ’t Schip.

Dan is de eerste training voorbij. De bondscoach meldt zich aan de zijlijn. Hij gaat praten tegen de vertegenwoordigers van de media. Tussen hem en de pers is een lijn gespannen. Van Basten zegt iets over de fysieke en mentale conditie van zijn spelers (Van Persie heeft last van een dijbeenblessure, Andre Ooijer klaagt over een harde kuit en Mario Melchiot zeurt over pijn in zijn lies). Hij mompelt iets over de vijf afwezigen die nog clubverplichtingen hebben (Edwin van der Sar, Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Jan Vennegoor of Hesselink) en laat in het midden hoe hij over de kansen van Oranje denkt. Van Basten weet wat hij zegt.

Hij zegt niets noemenswaardigst over de afmelding van Clarence Seedorf, niets meer over de afwezigheid van Mark van Bommel, en niet over andere spelers die het beleid van de bondscoach kunnen ondermijnen. Het gaat over sfeer en optimisme en verder niks. Rare televisieprogramma’s strikken intussen spelers voor een act of een uitspraak ten behoeve van een ‘goed doel’. De uitverkorenen gaan er graag op in.

De coach wordt vanuit alle hoeken en afstanden belaagd door camera’s. Zelfs boven op het duin, dat is gesloten voor publiek, staat er één. Hij heeft het vast gezien. Hem wachten nog heftige tijden.