Een bedrijf met een ziel

Door vergrijzing bereidt de helft van de familiebedrijven momenteel opvolging voor.

De vierde aflevering in een serie bedrijfsportretten: Koops Transport.

Als Suzan Koops terugdenkt aan haar kinderjaren, heeft ze vooral herinneringen aan haar moeder. Haar vader, eigenaar van transportbedrijf Koops, werkte zes dagen per week. Alleen op zondag was hij thuis. „Dan keken we met zijn vijven in bed naar Theo & Thea.”

Het werkende leven dat haar vader leidde, had een bijzondere aantrekkingskracht op haar, misschien juist wel omdat hij er zoveel tijd aan besteedde. „Ik wilde weten wat daar gebeurde, het leek me een spannende wereld.” Tijdens schoolvakanties ging de dochter graag met haar vader mee naar kantoor. „Hele dagen heb ik doorgebracht in het kopieerhok. En leuk dat ik het vond. Ik ben de oudste van drie dochters en volgens mij vertoonde ik gedrag dat typisch is voor oudste kinderen: ik wilde snel volwassen zijn en voelde me verantwoordelijk.”

Eigenlijk, als ze terugkijkt, was ze toen onbewust al bezig met het vormgeven van haar eigen plek in het bedrijf. „Ik dacht toen al: ik zie mezelf hier wel zitten. Maar gelijk erachteraan: het gaat over vrachtauto’s en er werken heel veel mannen, wat moet ik daar? ”

Tijdens haar middelbare schooltijd en later tijdens haar studie Communicatiewetenschappen, had Suzan bijbaantjes in autoshowrooms. Na haar afstuderen vond ze een baan bij een grote uitzendorganisatie. „In het begin was het leuk, maar na een paar jaar klaarde ik elke dag mijn klusje zonder er echt warm voor te lopen.” Ze overdacht haar ambities en langzaam kwam de liefde voor het familiebedrijf weer op. In dezelfde periode overleed haar opa, voor Suzans vader een moment van bezinning met als centrale vraag: wat gebeurt er met het bedrijf als ík er op een dag niet meer ben? Suzan: „Ik voelde heel sterk dat ik de familielijn wilde doorzetten, dat het me veel pijn zou doen als het bedrijf ooit uit de familie zou verdwijnen. Dus ben ik met mijn vader gaan praten. Hij had nooit verwacht dat ik ambities in die richting had en was aangenaam verrast.”

Sinds 2006 werkt ze als Human Resource Manager in het transportbedrijf. Bang voor het mannelijke van de transportwereld is ze niet meer. „Het gaat uiteindelijk om mensen, net als in andere bedrijven.” In het begin verscheen haar vader, nu commissaris, regelmatig op kantoor en belde Suzan hem geregeld met vragen. Nu staat er elke twee maanden een overleg gepland. „Anders leer ik nooit om het alleen te doen.”

Gek moment: toen Suzan een maand in het bedrijf werkte, werd het dertigjarig jubileum van de commercieel directeur gevierd. Een paar weken eerder stonden ze in dezelfde ruimte Suzans dertigste verjaardag te vieren. „Die man heeft mij nog als baby gekend.” Volgens Suzan typisch iets dat het verschil aangeeft tussen een ‘gewoon’ bedrijf en een familiebedrijf. „Een familiebedrijf heeft een ziel, dat geeft het iets gemoedelijks.”

Ook in haar eigen werkenthousiasme merkt ze dat. „Ik vind het een prettig gevoel te werken aan iets dat mijn voorouders hebben opgebouwd. Alsof het er meer toedoet.”

Vanaf juni gaat ze de directie voeren, samen met een mededirecteur, die geen familie is. Zij over de vestiging in Almere, hij in Rotterdam. Gezamenlijk waren de vestigingen in 2007 goed voor een omzet van zo’n 20 miljoen euro. Suzans ambitie is om het door haar vader opgebouwde naar een hoger niveau te tillen. Door bewust met het milieu om te gaan, personeel op te leiden en meer vrouwen op de vrachtwagens proberen te krijgen. Suzan: „Mijn vader is echt een ondernemer. Hij heeft het bedrijf laten groeien, was altijd in gesprek met de gemeente om te kijken of er nieuwe garages geopend konden worden. Ik ben meer een manager, maar van mijn vaders zakelijke kant heb ik veel meegekregen. ”

Ze ziet zichzelf nog wel een keer doorgroeien naar de houdstermaatschappij. „Dan ga ik het familiekapitaal beheren.” Wie haar opvolger ooit wordt, ze heeft geen idee. „Mijn zusjes talen niet naar een positie in het bedrijf, maar wie weet. Bij mij waren mensen ook verrast.” Kinderen heeft Suzan niet, maar ze ziet ze in de toekomst wel komen. Hoe dat dan moet met die directeursfunctie? „Dan zal ik werk en zorg gaan combineren. Ik zal de eerste directeur in de geschiedenis van dit bedrijf zijn die dat doet.”