De paus wilde in Rio rustig slapen

Tropa de elite (Elite Squad). Regie: José Padilha. Met: Wagner Moura, Caio Junqueira, André Ramiro, Maria Ribeiro. In: 15 bioscopen.

Het is nacht. Het is om te stikken. De Braziliaanse politiefilm Tropa de elite slaagt er niet alleen in je in de eerste minuten dat desoriënterende donker binnen te voeren, maar ook om z’n toeschouwers die overgekookte hitte te laten voelen. Regisseur José Padilha doet dat slim. Zijn beelden van de sloppenwijken van Rio de Janeiro zijn recht voor z’n raap. Hij heeft ze aan elkaar gemonteerd als flitslicht en er een pompende beat onder gezet terwijl zijn hoofdpersoon, capitão Nascimento, ons per voice-over een lesje Braziliaanse politie geeft. Het is daar als overal: je hebt goeie en je hebt slechte. En er lopen net zoveel slechte over straat (drugsdealers, messentrekkers, kruimeldieven, vrouwenmolesteerders) als er bij de politie zititen.

Tropa de elite laat straatgeweld zien op z’n Hollywoods. Padilha betreedt bovendien een moreel mijnenveld door te suggereren dat geweld een einde aan geweld kan maken. Door dat alles en het feit dat de film op ware gebeurtenissen is gebaseerd, heeft Tropa de elite sinds zijn première zoveel opschudding veroorzaakt.

De film speelt zich af aan de vooravond van het pauselijk bezoek aan Brazilië in 1997. Voordat de paus rustig kon slapen in een klooster naar keuze, moesten eerst even de naburige favela’s worden schoongeveegd, daar zou anders wel eens een slaapverstorend vuurgevecht kunnen plaatsvinden.

De plaatselijke politie werd te corrupt geacht om dit op te lossen, daarom werd een speciaal eliteteam geformeerd, een van de eerste leden van dit team, Rodrigo Pimentel, schreef samen met socioloog Luis Eduardo Soares een openhartig en onthullend boek over zijn ervaringen.

Voor Tropa de elite werd wel een overzichtelijke verhaallijn geconstrueerd: Nascimento’s vrouw is zwanger en ze wil niet dat haar man ’s nachts nog langer op straat zwerft. Nascimento zoekt een opvolger en heeft daarbij de keuze tussen de bevlogen, heethoofdige Neto, of de beschouwende Matias. Denken of doen, dat zijn de polariteiten die de film presenteert.

Regisseur Padilha was in interviews op het filmfestival van Berlijn duidelijk over het verwijt dat zijn film geweld zou verheerlijken of zelfs aanprijzen. In zijn optiek lost het namelijk niets op. Dat de film in Berlijn met een Gouden Beer werd bekroond door een jury onder voorzitterschap van de links-geëngageerde filmmaker Costa-Gavras, wordt in Brazilië gezien als een belangrijk argument tegen de beschuldigingen dat Padilha een fascistische film zou hebben gemaakt.

Toch ligt het allemaal niet zo eenvoudig. Tropa de elite is een belangrijke en indrukwekkende film. Net als de vorige grote Braziliaanse sloppenfilm Cidade de Deus van regisseur Fernando Meirelles, probeert Padilha op een toegankelijke manier de problemen in de favela’s aan de kaak te stellen. Beiden maken daarvoor gebruik van het filmische jargon dat het wijdst verspreid is: dat van de Amerikaanse politiefilm. En daar maken ze allebei dezelfde fout. Het echte leven is geen Starsky & Hutch, al ben je juist door dit soort semirealistische films steeds meer geneigd dat te denken. Bovendien gaat zo te snel verloren dat de film ook een linkse directe aan de kerk uitdeelt. Het is immers de paus zelf die voor de sloppenproblematiek zijn ogen wilde sluiten.