‘Bij particulieren valt geld te halen’

Kunsthistorica Renée Steenbergen schreef een boek over mogelijkheden voor fondsenwerving voor en door musea in Nederland. „Laat sponsors tegen elkaar opbieden. ”

R. Steenbergen, kunsthistorica Foto J. van Esch Esch, J. van

Sandra Smallenburg

Vanuit haar woonkamer heeft kunsthistorica Renée Steenbergen een prachtig uitzicht op het Rijksmuseum. Het doet haar verdriet, zegt ze, dat het museum al zoveel jaren grotendeels gesloten is. Als het Rijks straks in 2013 heropent, is het grootste deel van de collectie aan een hele generatie schoolkinderen voorbijgegaan. Onbegrijpelijk, vindt Steenbergen, die in 2002 promoveerde op een spraakmakend proefschrift over kunstverzamelaars in Nederland.

In haar deze week verschenen tweede boek, De Nieuwe Mecenas, speelt het Rijksmuseum een prominente rol. Steenbergen beschrijft hoe het museum bekneld raakte tussen een falende rijksoverheid en een tegenstribbelende stadsdeelraad. Hoe er nauwelijks werd samengewerkt met de andere instellingen aan het Museum-plein – het Van Gogh Museum en het eveneens in de versukkeling geraakte Stedelijk. En dat het Rijks daardoor een niet erg florissante uitgangspositie had om het grote geld aan te trekken dat zo dringend nodig was.

Terwijl de mogelijkheden zo voor het oprapen lagen, meent Steenbergen. Want waarom verkopen de drie musea niet samen één ticket, zodat bezoekers in één klap vijf eeuwen kunst kunnen bekijken? „Het is bijna een prestatie dat ze die kans hebben laten schieten”, zegt Steenbergen. „Het Rijks en het Stedelijk behoorden ooit tot de belangrijkste musea van de wereld, maar worden nu links en rechts ingehaald. Kijk naar de Tate, die alweer bezig is met een tweede Tate Modern. Of naar het Louvre, dat in 2011 een nieuw museum in Abu Dhabi opent.”

Steenbergen sprak voor haar boek met meer dan tachtig experts op het gebied van kunstmecenaat – privé-verzamelaars, fondsen, ondernemers, museumdirecteuren – maar bezocht ook de ‘developmentafdelingen’ van onder meer het MoMA in New York en de Britse Tate Foundation.

Vergeleken met die musea staat de fondsenwerving in Nederland nog in de kinderschoenen, schrijft Steenbergen. Het Rijksmuseum heeft hiervoor drie mensen in dienst, terwijl bij de Tate 53 medewerkers dit jaar samen 50 miljoen pond aan particuliere giften binnenhalen. Zogenaamde major donors, die in de Verenigde Staten hun naam verlenen aan museumzalen, kennen we in Nederland nauwelijks. Steenbergen onthult in De Nieuwe Mecenas dat ABN-Amro, de hoofdsponsor van het Stedelijk, het museum steunt met een half miljoen per jaar. „Dat is belachelijk weinig”, vindt ze. „En ING geeft jaarlijks nog geen miljoen euro aan het Rijksmuseum, maar besteedt wel zo’n 100 miljoen euro aan een Formule 1-raceteam.”

Die relatief lage bedragen zetten volgens haar wel de toon: alle andere sponsorbijdragen zullen per definitie minder hoog zijn. „Kunstinstellingen gaan veel te gemakkelijk mee in de geheimhouding over de bedragen. Het zou veel beter zijn om de sponsors tegen elkaar op te laten bieden.”

Waar Nederlandse musea vooral in achterlopen, zegt Steenbergen, is het inzamelen van individuele giften. „Ik ben ervan overtuigd dat er bij particulieren veel meer geld te halen valt. Musea moeten er alleen om durven vragen. Je kunt denken aan het soort campagne dat enkele jaren geleden in Engeland gevoerd werd, ‘Get Britain Giving’, waarmee je burgers rijp maakt voor het idee dat zij zelf ook de plicht hebben bij te dragen aan het behoud van cultuur.”

De vooruitzichten zijn goed, meent Steenbergen: „De topinkomens beginnen tegenwoordig al op veel jongere leeftijd. Het geven begint eerder.”

Het laatste hoofdstuk van De Nieuwe Mecenas bestaat uit een aantal praktische tips voor musea, bedrijven en particulieren. Een van Steenbergens aanbevelingen is de oprichting van een Centrum Geef om Cultuur, waar welwillende particulieren in contact gebracht kunnen worden met noodlijdende kunstinstellingen. Steenbergen: „Er is grote vraag naar zo’n vorm van bemiddeling. Ik wil daarom zelf proberen om zo’n centrum van de grond te krijgen en te helpen matchen. Want het kan zo gemakkelijk zijn. Soms zijn we maar één handdruk verwijderd van een mooie overeenkomst.”

Renée Steenbergen: ‘De Nieuwe Mecenas. Cultuur en de terugkeer van het particuliere geld.’ Uitgeverij Business Contact. 224 p. Euro 24,90.