Achterklap en wraak in een Veluws dorp

Het Eurovisiesongfestival lijkt me geen kerncompetentie van Andries Knevel of Tijs van den Brink. Toch kondigden ze aan dat een deel van de tweede aflevering van het tweede seizoen van hun talkshow, direct aansluitend op de eerste halve finale in Belgrado, eraan gewijd zou worden. Algemeen werd verwacht dat de Nederlandse deelneemster Hind de finale niet zou halen. De voorspelling kwam uit en ik was benieuwd hoe Knevel & Van den Brink dit frivole onderwerp zouden aanpakken: met een beschuldigende vinger naar corrupte Balkanlanden of in de geest van nationale zelfkritiek.

Het duo werd gered door de bel. Aan tafel zat niet oud-deelneemster Edsilia Rombley en er werd ook niet geschakeld naar Belgrado voor reacties van Hind en commentator Cornald Maas. Nee, de hele uitzending ging over de arrestatie van een nieuwe verdachte in de Puttense moordzaak uit 1994, eerder op de avond ook de opening van Één vandaag, Netwerk en Nova.

Oei, dat leek me even doorbijten: weer een uur lang praten over spermasporen, DNA-matches, tunnelvisie en wanneer je het hoorde en hoe dat toen voelde. Het viel mee: er bleek een spannend onderwerp achter de nieuwsfeiten schuil te gaan, over wraak, roddel en andere omgangsvormen in een Veluws dorp, dat bijna boven water kwam.

Bij Knevel en Van den Brink ligt het tempo veel lager dan bij Pauw en Witteman. Ook proberen ze minder de lachers op hun hand te krijgen, zodat je dieper op zaken in kunt gaan. Het evidente nadeel is dat het programma saaier en taaier wordt. Ter bestrijding van dit euvel zit elke avond een vrouwelijke sidekick aan, die ook voor de emotionele noot mag zorgen. Aan Catherine Keyl was die rol maandag wel toevertrouwd, maar gisteren deed schrijfster Annemarie Postma vooral dienst als stoorzender, met wel erg spontane interrupties en pogingen om de gasten woorden uit de mond te nemen.

Het was een gevarieerd gezelschap van betrokkenen bij de moord op stewardess Christel Ambrosius. Peter R. de Vries, die naar eigen zeggen 45 uitzendingen had besteed aan deze gerechtelijke dwaling, beleefde wat hij noemde „de mooiste dag uit een dertigjarige loopbaan als misdaadverslaggever.” Ook tijdens de persconferentie van het Openbaar Ministerie in Apeldoorn was hij eerder op de dag voor de verandering met veel egards behandeld, als degene die de rehabilitatie van de voor de lustmoord veroordeelde zwagers Herman Dubois en Wilco Viets in gang had gezet.

Ze brachten zeven jaar in de gevangenis door en werden de zeven jaar daarna – officieel vrijgesproken – nog steeds in Putten door veel mensen met de nek aangekeken. Nu is er dus een nieuwe verdachte, ontdekt door een routineuze DNA-vergelijking, Maar Viets en Dubois hadden moeite om aan tafel te zitten met de hartsvriendin van het slachtoffer, Nataschja van der Stelt, die hen ook gisteravond nog weigerde in de ogen te kijken. In een pas verschenen boekje over de zaak had ze het over „die koppen” die ze niet kon aanzien, ook al behoren die toe aan onschuldigen.

Knevel en Van den Brink zijn natuurlijk altijd geporteerd voor verzoening en heling van wonden, maar ze waren slecht opgewassen tegen deze tegen beter weten in voortwoekerende behoefte aan wraak. Ze verzuimden althans door te vragen, naar het verhaal achter de twee kampen in het dorp. Heeft het met verschillen in sociale status of geloof te maken? Of hebben gewone burgers nog meer last van tunnelvisie dan rechercheurs, officieren van justitie en rechters? En hoe is het mogelijk dat in een dorp niemand weet wie die nieuwe verdachte is en in welke relatie die tot het slachtoffer had gestaan?

In een talkshow gaat het niet alleen om feiten en gevoelens die door je heen gaan, maar juist om het verhaal achter de mensen die je uitnodigt. Op zeker moment leek Van den Brink zich te realiseren hoe ver hij verwijderd was van dat echte verhaal, toen hij op bijna clowneske wijze met beide handen in het haar zat. Zo werd het toch nog gedenkwaardige televisie, met een zich verschansende gast en een wanhopige gastheer.