Waarom duren mooie liedjes niet wat langer?

Tamara Keers uit Amsterdam baalt ervan dat leuke popliedjes altijd zo ontzettend kort zijn. „Dat kan toch veel langer?”

De korte duur van popliedjes is ingegeven door de vooroorlogse 78-toerenplaatjes van hoogstens 3 minuten en 30 seconden, denkt Flip van der Enden, leraar popgeschiedenis aan het Conservatorium van Amsterdam en muzieksamensteller bij Kink FM. „Een opera op 78 toeren leverde een doos vol platen op.”

Voor de latere rock-’n-roll, de eerste populaire muziek of ‘popmuziek’, was op het 45-toerensingletje al even weinig speelruimte.

Vandaag de dag wordt de lengte van popliedjes vooral bepaald door de invloed van de radio, zegt Van der Enden. „Radiostations willen zoveel mogelijk liedjes in een uur stoppen, zodat ze een breed publiek kunnen bedienen.” Zo maken platenmaatschappijen al decennia kortere radioversies van liedjes. „De echte fans luisteren de lange versie wel op cd”, zegt Barry Paf, beter bekend als dj Barry van Radio 538.

„Wij draaien alle liedjes 2 procent sneller”, vertelt Paf. „Dat klinkt gewoon lekkerder.” Als hij het langste nummer uit zijn playlist draait, I’ll Be Waiting van Lenny Kravitz (3 minuut 40), denkt hij altijd ‘goh, wat een lang liedje’. November Rain (8 minuut 57) van Guns N’ Roses noemt hij vooral handig voor een dringend wc-bezoek.

Ironisch genoeg staan juist de lange klassiekers al jaren bovenaan in de Top 2000, zoals Bohemian Rhapsody (5.55) van Queen. „Daaruit zou je kunnen opmaken dat het publiek anders over die lengte denkt dan radiostations”, oppert Van der Enden. En sommige artiesten beginnen kort en eindigen lang, aldus Van der Enden. Zoals de band Green Day die ooit met ultrakorte punkliedjes begon, maar op een album uit 2005 zelfs het nummer Jesus Of Suburbia van bijna tien minuten heeft staan.

Overigens nog niets vergeleken bij het langste popliedje dat ooit is gemaakt uit het Guinness Book of World Records (het kortste liedje is helaas niet geregistreerd): The Devil Glitch (1996) van Chris Butler van 69 minuten.

Olmo Linthorst