Versneld onderzoek mosselzaad kan niet

Om de mosselcultuur te redden wil de minister van LNV het onderzoek naar mosselzaad versnellen. Dat kan niet, zeggen Bruno Ens en Jaap van der Meer. Het wad moet herstellen.

Afgelopen vrijdag heeft de minister van LNV een vergunning verleend voor visserij naar mosselzaad ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Het is de bedoeling dat de onderzoekers haast maken. Mocht blijken dat de vangst van mosselzaad geen schade toebrengt aan de Waddenzee, dan kunnen Zeeuwse mosselvissers op de oude voet verder. Deze vissers halen mosselzaad uit diepere gronden omhoog om het uit te zaaien op kweekpercelen in de Waddenzee. Later worden deze volwassen mosselen opgevist en naar Zeeland gebracht om na een korte behandeling als Zeeuwse mosselen op de markt gebracht te worden.

Dit voorjaar vernietigde de Raad van State een vergunning uit 2006 voor de mosselzaadvisserij (met als argument dat onvoldoende zekerheid bestaat dat de natuur in de Waddenzee geen schade zou ondervinden), waardoor een halt werd toegeroepen aan deze visserij. Het onderzoeksprogramma PRODUS (Project Onderzoek Duurzame Visserij) moet nu uitwijzen of mosselzaadvisserij langer verantwoord is. Zonder mosselzaadvisserij geen mossels op kweekpercelen en geen Zeeuwse mosselen meer.

De laatste maanden is er een discussie ontstaan over het al dan niet vissen van mosselzaad in de Waddenzee. Sommige onderzoekers vinden dat de Waddenzee wel degelijk schade wordt toegebracht, anderen vinden van niet. Prof.dr. Aad Smaal, hoogleraar duurzame schelpdiercultuur, suggereerde dat er met mosselkweek per saldo meer mosselbiomassa in de zee is en dus ook meer voedsel voor de vogels.

Die suggestie gaat echter mank. Weliswaar bestaat er onder Waddenzee-ecologen consensus dat het verzaaien van jonge mosseltjes op kweekpercelen in eerste instantie de mosselbiomassa verhoogt. Maar vroeg of laat worden die mosselen naar Zeeland verscheept. Of mosselkweek nu bijdraagt aan meer of minder mosselen is dus afhankelijk van het moment in de cyclus waarop je kijkt.

Daarnaast zal het effect van de verlaging op de vogels afhangen van de grootte van de zaadval, die van jaar op jaar kan fluctueren. Begin jaren negentig was er drie jaren achtereen geen goede zaadval, waardoor er voedseltekorten ontstonden en duizenden eidereenden verhongerden. Bij de gangbare driejarige kweekcyclus van de mossel zal het verlagende effect al overheersen na twee jaren zonder goede zaadval.

Als de minister wil dat er gevist wordt met de ‘hand aan de kor’ – vergelijkbaar met de ‘hand aan de kraan’ in de gaswinning – dan is een goede registratie nodig van alle mosseltransporten (dus niet alleen de zaadvisserij) en een betrouwbaar rekenmodel over de effecten van die transporten op bestand, groei en overleving van de mosselen. Tevens is een hard criterium nodig op welk moment er geen mosselen meer getransporteerd mogen worden.

Mosselbanken zijn een belangrijke voedselbron voor vogels, maar vertegenwoordigen ook een eigen natuurwaarde, die bij de aanmelding als Europees natuurgebied is vastgelegd. Mosselen hechten zich aan elkaar en vormen op die manier uitgestrekte banken, waarop zich weer allerlei andere dieren kunnen vestigen. Mosselbanken worden daarom ook wel de koraalriffen van de Waddenzee genoemd.

De afgelopen jaren zijn natuurlijke mosselbanken zo intensief bevist in de delen van de Waddenzee die altijd onder water staan, dat er nog nauwelijks natuurlijke, niet-verstoorde banken voorkomen. In de afgelopen 15 jaar is jaarlijks 65 procent van het totale bestand aan natuurlijke onderwatermosselen weggevist. Ter vergelijking: bij de inmiddels verboden mechanische kokkelvisserij werd jaarlijks minder dan 10 procent weggevist.

Het PRODUS-onderzoek dient duidelijkheid te geven over het verschil tussen de biodiversiteit van beviste en onbeviste onderwaterbanken. Voorafgaand aan dit onderzoek is een schatting gemaakt dat er zeker 40 onderzoeksvakken nodig zijn om een verantwoorde vergelijking te kunnen maken. Daarbij gaat men uit van een proefopzet, waarbij direct naast elk voor visserij gesloten vak een opengesteld vak gelegen is. Naast het feit dat dit deel van het onderzoek niet op schema ligt, als gevolg van het grote gebrek aan natuurlijke onderwaterbanken, zijn de vakken van slechts 4 ha veel te klein voor een verantwoord onderzoek. Dit dient bijgesteld te worden.

Door de uitspraak van de Raad van State is het PRODUS-onderzoek onder grote politieke druk komen te staan. Begrijpelijk wil de minister de mosselvissers niet te lang in onzekerheid laten. Zij heeft al aangegeven dat zij er naar streeft om al in 2009 over voldoende onderzoeksinformatie te beschikken, op basis waarvan zij een houdbare vergunning kan verstrekken voor de voorjaarsmosselvisserij.

Het PRODUS-onderzoek was oorspronkelijk gepland om pas in 2013 de eerste antwoorden te geven. De vraag is of het mogelijk is om dit wetenschappelijk onderzoek te versnellen. Het antwoord is simpelweg neen. Ecologische herstelprocessen laten zich niet versnellen, hoe graag politici dat ook willen.

Nadat de visserij op droogvallende mosselbanken in 1993 zeer sterk beperkt werd, duurde het meer dan 10 jaar voordat zich een herstel begon af te tekenen. Nu, na 15 jaar, is dat herstel nog steeds niet volledig. Er bestaan dus geen ongestoorde onderwaterbanken meer met mosselen die vele jaren oud hebben kunnen worden. Een eerlijke en zinvolle vergelijking tussen natuurlijke onderwaterbanken en mosselkweekpercelen is op dit moment dus niet mogelijk.

Als nu aanzienlijke delen van de westelijke Waddenzee permanent gesloten worden voor mosselzaadvisserij, dan zou er misschien op zijn vroegst in 2013 een enigszins zinvolle vergelijking gemaakt kunnen worden.

Is er een oplossing voor deze impasse? In ieder geval niet als getracht wordt de wetenschappelijke integriteit van de onderzoekers ondergeschikt te maken aan het politieke doel om op zo kort mogelijke termijn weer een vergunning te geven voor het op grote schaal vissen van mosselen.

Wel als vissers, natuurbeschermers, beleidsmedewerkers en politici zich gezamenlijk inspannen om het onderzoek de kans te geven met goede antwoorden te komen op belangrijke vragen: hoe kan gevist worden zonder dat er voedseltekorten onder vogels ontstaan en hoe groot is het effect van mosselcultuur op de biodiversiteit.

Dr. Bruno J. Ens is verbonden aan SOVON Vogelonderzoek Nederland. Hij was onderzoeksleider bij het grote EVA II-onderzoek naar de schelpdiervisserij.Prof.dr. Jaap van der Meer is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek NIOZ.