Terrasjes zijn weer vol aan Rue Hamra

De strijders van Hezbollah zijn weer verdwenen uit Rue Hamra in Beiroet.

Het is dé ontmoetingsplek voor schilders, intellectuelen, studenten en acteurs.

De terrasjes zijn weer vol, meisjes in strakke broeken wandelen voorbij en de juweliers hebben hun etalages gevuld. Rue Hamra, in betere tijden de Champs Elysées van de Libanese hoofdstad, komt weer tot leven, nadat de Libanese oppositiebeweging Hezbollah deze belangrijkste straat van Beiroet tien dagen geleden in een flitsend offensief had bezet.

Gemaskerde mannen schoten raketten af, mitrailleurschoten echoden tegen de gevels en toen alle tegenstanders waren opgepakt, of de benen hadden genomen, hingen de overwinnaars hun vlaggen aan de lantaarnpalen. „Maar Rue Hamra is als een feniks”, zegt advocaat Rafik Hage (50), terwijl hij in pak en das en met de handen op de rug gevouwen door zijn buurt wandelt. „Hamra herrijst altijd uit zijn as.”

Hage kan het weten. Als kind bezocht hij de vele bioscopen in de straat, terwijl zijn vader de cafés bezocht. Als volwassene zag hij hoe de partijen in de Libanese burgeroorlog (1975-1990) vochten om controle over Rue Hamra, in 1982 trok het Israëlische leger binnen, Palestijnen vochten er. Maar anno 2008 is de straat nog steeds een ontmoetingscentrum voor intellectuelen, schilders, studenten en acteurs.

Rue Hamra staat bekend om haar tolerantie. In het soms onzichtbaar verdeelde Beiroet met wijken waar bijna exclusief christenen, sunnieten of shi’ieten wonen, is Rue Hamra een van de weinige centra waar afkomst of geloof minder belangrijk zijn. In de steegjes eromheen wonen voornamelijk sunnitische families uit de middenklasse, maar het zijn de intellectuelen uit de hele stad en van alle geloven die zich hier thuis voelen.

De straat, ingeklemd tussen de twee belangrijkste universiteiten van Beiroet, wordt door velen nog steeds gezien als het kloppende hart van de stad. Maar de trouwste fans zien met lede ogen hoe niet politiek geweld, maar projectontwikkelaars de ziel van Rue Hamra om zeep helpen.

Op het terras van het Café de Paris, een decennia oud etablissement, roken mannen en vrouwen sigaretten en slaan zichzelf op de knieën van het lachen. Met een schuin oog houden ze de strategisch geplaatste spiegels in de gaten, zodat ze precies kunnen zien wie er aan komt lopen.

„In plaats van dat hun milities oefenden in het omgaan met wapens, leerden ze hoe hun waterpijpen in elkaar zitten!” zegt de dichter Aysam over de aanhang van Saad Hariri, de onofficiële leider van de sunnieten in Beiroet. Zijn mannen werden door Hezbollah verjaagd als kippen door een vos, legt Aysam lachend uit.

Op het terras met verkleurde klapstoeltjes en bekraste tafeltjes is een grote bijeenkomst aan de gang. Mannen en vrouwen, allemaal rond de 50, zitten in een kring. „We spreken hier iedere dag af”, zegt Khalid, een architect. „Toen er werd gevochten, hebben we elkaar gebeld. Eergisteren hebben we elkaar weer gezien.” Alle aanwezigen weten van elkaar tot welke groep ze behoren. Maar ze willen er niet de nadruk op leggen. „We willen niet in hokjes denken, maar vrijuit praten. Volgens Aysam is Rue Hamra uniek in het Midden-Oosten. „Nergens vind je zoveel diversiteit in een straat als hier in Hamra in Beiroet”, legt hij uit.

Een truck vol militairen rijdt langs, een groepje jonge meisjes met hoofddoek én strakke shirtjes, giechelt om de oudjes in het Café de Paris, maar op het terras besteedt niemand er aandacht aan. „Ha Gheyrat!” zegt iemand als een vrouw met diep decolleté aanschuift. „Fijn je weer te zien. Wat een gedoe, hè.”

„Hier heerst vrijheid van meningsuiting”, zegt Gheyrat al-Zain, die kunstschilder is. „Ik steun Hezbollah, maar anderen hier niet, daar praten we over zonder problemen.”

Iedere dag komt ze even naar het Café de Paris voor koffie en discussie. „Hamra is mijn huis, maar ze breken het af.” Zain doelt niet op de gemaskerde mannen die bij tijd en wijle de straat binnentrekken, maar op projectontwikkelaars en winkelketens die beetje bij beetje de straat overnemen. „Verderop was café Modka.” Tijdens de oorlog was het een van de plaatsen waar – bijna – altijd werd geschonken en gediscussieerd. Maar het café werd gesloten en nu wordt er kleding verkocht van het merk Jack and Jones. „De kosmopolitische sfeer wordt steeds meer aangevreten door de commercie”, zegt Zain. De anderen knikken instemmend.

Een andere kledingzaak heeft het pand van de fameuze hamburgertent Wimpy’s overgenomen. Het einde van de Israëlische bezetting van Rue Hamra werd volgens de legende ingeluid toen een Libanees voor het restaurant een Israëlische soldaat door het hoofd schoot. Niet veel later vertrokken de bezettingstroepen. „Natuurlijk zijn er nieuwe cafés, maar dat zijn ook vaak grote ketens. Die hebben geen sfeer, geen geschiedenis.”

Maar schilder Fawzi, die net als veel anderen in Café de Paris niet met zijn achternaam in de krant wil, is het daar niet mee eens. „Mijn zoon zit nu iedere avond in die nieuwe cafés”, zegt hij. „Daar doet hij hetzelfde als wij, praten, discussiëren met allerlei verschillende vrienden. Geloof me, Hamra is niet kapot te krijgen.”