Schroot

Het nemen van foto’s op het vliegveld van Dire Dawa was ten strengste verboden. Daar kom je dus achter nadat je het trapje van de Fokker 50 bent afgedaald en het kleine digitale kiekjesmonster in vuurstand voor je ogen hebt gebracht.

„Delete, delete”, riep de militair die losjes een automatisch wapen tegen de heup droeg. Wat viel er hier in godsnaam te deleten. Die slooprijpe gevechtshelikopter achter de bosjes? Dire Dawa ligt op zo’n 150 kilometer van de grens met Eritrea waar het Ethiopische leger sinds jaar en dag ligt ingegraven.

Wij waren gekomen met goede bedoelingen. Zoals altijd, en zoals het ons betaamt. Drie jaar geleden waren we voor het eerst in Ethiopië, op verzoek van de ECF, de Ethiopian Cycling Federation. Men snakte naar Europese (wieler)kennis, naar een toverstaf eigenlijk. Deelname aan de Olympische Spelen in Peking was het konijn dat men uit onze hoed verwachtte. Die verwachting hebben we weten te temperen. Het losse vrijwilligersgilde van drie jaar geleden heeft zich intussen georganiseerd in de stichting Bike4all – donaties zijn uiteraard meer dan welkom.

De ECF is een wielerbond zonder gezag. Het wielrennen speelt zich af in geïsoleerde regio’s die elk een eigen federale bond hebben. Er zijn ook federale wielerbonden zonder renners. Helaas hebben we de vertegenwoordigers van de federatie in Dire Dawa niet mogen ontmoeten. Gezegd werd dat de machthebbers zich ongaarne inlieten met pedalen en zweet, zeg maar met de basis. Het is het probleem van het continent, als sportmetafoor dit keer.

De lokale vedettes zijn verspreid over een paar clubs, gesponsord door een bierbrouwer en een fabrikant van tomatenketchup. Het materiaal, een jaar of acht geleden geschonken door een weldoener, is van redelijke kwaliteit. Maar het is de jeugd van Dire Dawa die mijn hart heeft gestolen. De bloedfanatieke jongens en meisjes op hun fietsjes van Chinese makelij. Al is het woord fiets niet op zijn plaats. Beter is het te spreken van een hoop schroot waarbij de tranen je in de ogen springen. De zadels zo gehavend dat je er nauwelijks nog op kan zitten. Binnenbanden die door het loopvlak puilen. Veel isolatietape om de loszittende onderdelen op hun plaats te houden. Ik zag hen trainen in hun groezelige flodderbroeken en in truitjes met gaten. Geen koersschoenen maar gympies. Of erger nog, teenslippers.

Evengoed werd de koers op zondag een massaal volksfeest. Met stokken meppende agenten hielden de menigte in toom. De stichting Bike4all nam de geldprijzen voor de jeugd voor haar rekening. Later liet de jeugd ons fijntjes weten dat ze aan dat geld niks hadden. Geef ons liever bidons, zeiden ze. Of banden, kettingen, helmen, stuurlintjes, schoenen, broeken. Want die dingen zijn in ons land nergens te koop.