Schande!

Hoe groot het Nederlandse meerwaardigheidscomplex kan zijn, zeker op sportief gebied, bleek onlangs prachtig uit een tv-uitzending van Andere tijden sport. Het ging over de beruchte halve finale die het Nederlands voetbalelftal op het EK van 1976 in Joegoslavië tegen Tsjechoslowakije speelde. Op dat toernooi wilde Nederland zich revancheren voor de, ook al door misplaatste superioriteit, verloren WK-finale van 1974 tegen West-Duitsland.

Alles wat ik me van die wedstrijd tegen de Tsjechen nog van Nederland kon herinneren, was: een volledig gebrek aan discipline, resulterend in wangedrag en anarchie op het veld. Je zou verwachten dat de hoofdrolspelers, mensen als Cruijff, Van Hanegem,Neeskens en hun coach Knobel, ruim dertig jaar later wel tot bezinning waren gekomen, maar nee – het was een bittere schande wat hun was overkomen.

Andere tijden sport liet hen uitgebreid aan het woord. De verontwaardiging van toen was uitgegroeid tot diepe rancune, vooral bij Van Hanegem. Scheidsrechter Clive Thomas uit Wales moest het nog erger dan destijds ontgelden. „Een enge, nare man”, zei Van Hanegem. Hij betreurde het nog steeds dat hij hem toen ten overstaan van een miljard tv-kijkers geen „stomp voor zijn pan” had gegeven.

Het interessante was dat Thomas in dit programma de enige was die zelfkritiek durfde te uiten. Geconfronteerd met de beelden gaf hij toe dat hij ten onrechte had laten doorspelen toen Cruijff bij een 1-1 stand gevloerd werd. Tsjechoslowakije nam de aanval over en kon meteen daarna zijn tweede doelpunt scoren. Nederland verloor uiteindelijk met 3-1. Dat viel enorm tegen, want wij hadden er – uiteraard – op gerekend dat wij in de finale die verdomde Duitsers wel even alsnog een lesje zouden leren.

Het wás een grote fout van Thomas, maar geen unieke – zulke fouten worden dagelijks door scheidsrechters gemaakt. Een ten onrechte gegeven (of niet gegeven) strafschop is veel ernstiger. Per slot van rekening had de defensie van Nederland na die fout nog de kans om in te grijpen.

Dankzij de beelden konden we nog eens zien hoe de Nederlandse spelers in deze wedstrijd over de schreef gingen. Neeskens probeerde het been van een Tsjech te breken. Het lukte net niet en hij moest eruit. Daarna bleef hij mokkend bij de cornervlag rondhangen. Van Hanegem wilde na het tweede Tsjechische doelpunt niet aftrappen, bleef tegen de scheidsrechter kankeren en werd er toen ook uit gestuurd. Vervolgens weigerde hij het veld te verlaten.

Cruijff toonde als aanvoerder geen leiderschap en maakte het alleen maar erger door voortdurend verhaal te halen bij Thomas, wat hem op een gele kaart kwam te staan. (Hij had daardoor de finale sowieso niet mogen spelen.) Dat de scheidsrechter hem op het veld bij zich riep, vond Cruijff een vernedering: „Dat waren we niet gewend.”

„Zuid-Amerikaanse toestanden” dus. Maar anno 2008 enig schuldgevoel of op z’n minst de behoefte tot relativering? Kom nou. Hij was fout. Hij, niet wij. Ik moest vooral erg lachen om bondscoach Knobel. „Toch schande!” riep hij, nog steeds boos. „Die Thomas had geen enkel idee van de coryfeeën in de voetballerij!”

Dat belooft wat als we binnenkort wéér zo’n halve finale halen – wat we overigens niet zullen doen.