Raad verwerpt kritiek

De Federatie van Kunstenaarsverenigingen roept met een kritische brief op tot debat over de rol van de Raad voor Cultuur. De Raad zegt er niet voor te voelen.

De Raad voor Cultuur heeft gekozen voor een verkeerde strategie door bij minister Plasterk om meer subsidie te vragen. Er zijn valse verwachtingen gewekt bij kunstenaars en dit „cultuurpopulisme” bevestigt het negatieve imago dat het de kunst altijd gaat om geld.

Dat zegt Bert Holvast, directeur van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen. Gisteren verstuurde hij een open brief aan Els Swaab, voorzitter van de Raad, waarin hij oproept tot een debat. Swaab zegt daar „absoluut niet” voor te voelen.

Vorige week vroeg de Raad voor Cultuur minister Plasterk om meer rijkssubsidie voor culturele instellingen in de periode 2009-2012. De Raad adviseert bewindvoerders voor de kunst elke vier jaar hoe deze subsidie te verdelen. Deze houden zich nauwgezet aan dit advies. De rijkssubsidie is voor culturele instellingen vaak van levensbelang. Door het vorig jaar ingevoerde, nieuwe subsidiesysteem gaat de Raad zich niet langer over alle rijkssubsidie. Het advies ging over 246 miljoen van in totaal bijna 500 miljoen voor kunst.

De Raad vroeg om 27 miljoen euro per jaar meer dan die 246 miljoen. Plasterk liet al meteen weten dat er niet meer geld komt en vroeg om een „nader advies” dat aangeeft hoe hij het begrote bedrag moet verdelen. Dat verzoek heeft de minister vanmiddag officieel gedaan. De Raad komt donderdag met een reactie.

Volgens raadsvoorzitter Swaab schrijft Holvast „ten onrechte dat de Raad om meer geld vraagt”. Ze zegt: „We vragen de minister om prioriteiten te stellen. Als hij alle nieuwe taken en functies vervuld wil zien, dan kost het meer dan hij beschikbaar stelt. De minister heeft 100 miljoen extra voor kunst, en wij vragen een deel daarvan te investeren in de culturele instellingen.”

Over deze aanpak maakt Holvast zich „grote zorgen”. Dat de Raad, net als de kunstadviesraden in de grote steden, de vraag om meer geld de boventoon laten voeren, ondergraaft volgens Holvast ook de geloofwaardigheid van de kunstraden. „Dat is politiek. Deze adviesorganen zijn juist in het leven geroepen om voldoende afstand te creëren tussen die politiek en inhoudelijke oordelen over kunst.” Hij schrijft ook dat de Raad onvoldoende kritisch is naar de sector. De „mildheid in zake het uitblijven van resultaten op het gebied van diversiteit is misplaatst.” En dat delen van de sector onvoldoende zelf geld verdienen wordt „met de mantel der liefde” bedekt.

Swaab verwerpt de kritiek: „Eisen stellen aan het verwerven van eigen inkomsten moet maatwerk zijn. En er waren weinig goede plannen bij instellingen voor diversiteit, maar wij vragen veelvuldig om aanvullende voorstellen.”

Open brief aan de Raad voor Cultuur: zie nrc.nl/kunst.