‘Nederlands kabinet werd streek geleverd’

Bob van den Bos bestudeer-de ‘Zwarte Maandag’, een dieptepunt in de Neder-landse Europapolitiek. Het leverde „een tamelijk ontluisterend beeld” op.

Als een detective, zegt Bob van den Bos, heeft hij zich gestort op Zwarte Maandag, dat „mysterieuze dieptepunt in de Nederlandse Europapolitiek”. Hij was in 1991 als lid van de Eerste Kamer (D66) zelf ooggetuige. Toen al wilde hij weten wat er precies was misgegaan. Maar zijn politieke carrière, later in de Tweede Kamer en het Europees Parlement, stond speurwerk in de weg.

Tijd kreeg hij pas toen hij in 2004 niet werd herkozen in het Europees Parlement. En wat hij toen ontdekte, noemt hij een „verbijsterende aaneenschakeling van te hoge ambities, interne conflicten, fatale mispercepties en onbetrouwbare partners”. Alles bij elkaar „een tamelijk ontluisterend beeld”, vat Van den Bos (Den Haag, 1947) samen.

Den Haag rekende op die bewuste maandag 30 september 1991 op ruime steun, maar kreeg die alleen van België.

Van den Broek voelde zich „onverwacht gepakt”.

Van den Bos: „Ja, hij had op steun van Duitsland gerekend, dat een sleutelrol speelde in het hele proces. Maar noch hijzelf, noch Lubbers heeft dat rechtstreeks bij minister Genscher [Buitenlandse Zaken, red.] of bondskanselier Kohl gecheckt. Dat lieten ze over aan Dankert en aan diplomaten en ambtenaren, en die rapporteerden alleen maar Duitse steun. Signalen van de Nederlandse ambassadeur in Bonn en de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de EG in Brussel dat de verhoudingen anders lagen, werden in Den Haag niet opgepikt of genegeerd.”

Werd Nederland een streek geleverd?

„In zekere zin wel, omdat Duitsland niet waarschuwde. Er zijn aanwijzingen dat Genscher met zijn Franse collega Dumas een deal had gesloten over een minder vergaand verdrag zonder voorzitter Nederland daar tijdig over te informeren. Van den Broek denkt dat ook een rol heeft gespeeld dat zijn persoonlijke relatie met Genscher aanzienlijk was verslechterd doordat Nederland de Duitse wens tot snelle erkenning van Slovenië en Kroatië afwees.”

Een Duitse wraakactie?

„Daarvan is in elk geval de Duitse topambtenaar Von Kyaw, Genschers rechterhand, overtuigd. Volgens hem speelde daarbij niet alleen het meningsverschil over erkenning van Slovenië en Kroatië, maar bovendien de gereserveerde opstelling van Lubbers en Van den Broek ten aanzien van de Duitse hereniging, wat beiden overigens met klem ontkennen.”

Hoe kijken Kohl en Genscher daarop terug?

„Kohl bevestigt dat zijn relatie met Lubbers ernstig was verstoord door de Duitse eenheid, maar Genscher zwijgt. Hij zegde medewerking toe, maar heeft mijn vragen nooit beantwoord. Hoe dan ook, beiden zagen geen aanleiding hun politieke vrienden in Den Haag te waarschuwen dat hun conceptverdrag te ver ging.”

Waar ging het nog meer mis?

„Behalve in de relatie met Kohl en Genscher, zat het ook niet goed tussen Den Haag en ‘onze man’ in Brussel, Permanent Vertegenwoordiger Nieman. Dankert wantrouwde hem onomwonden, omdat hij te zeer op het intergouvernementele in plaats van federale spoor zou zitten en nooit bereid was geweest het Haagse conceptverdrag te verdedigen. Verder blijft het onbegrijpelijk dat collega’s die te boek stonden als politieke vrienden, zoals de geestverwante Belgische minister van Buitenlandse Zaken Eyskens, niet hebben gewaarschuwd.”

Vooral de in 2003 overleden staatssecretaris Dankert kreeg de schuld van het fiasco. Was dat terecht?

„Deels niet. De kritiek was onder andere dat het Nederlandse voorstel te Atlantisch was, dat er te veel hobby’s van Nederlandse departementen inzaten en dat het te laat klaar was. Dat viel Dankert allemaal niet aan te rekenen. Uiteindelijk waren Lubbers en Van den Broek de eerstverantwoordelijke bewindslieden. Van den Broek had het erg druk met voormalig Joegoslavië. Mede daardoor kreeg Dankert een ruim mandaat en dat benutte hij ook. Bovendien bood hij zijn eigen topambtenaren veel manoeuvreerruimte. Het kleine clubje waarmee hij het concept voorbereidde, stond niet open voor onwelgevallige informatie en als die toch binnendrong werd die gemanipuleerd. Als aanvoerder van dat clubje treft zeker ook Dankert blaam.”

Wat zei Delors?

„Die ontkent dat er sprake was van een geheime operatie. Maar hij had goede redenen om die niet kenbaar te maken. Niet fraai, maar wel verdraaid knap gespeeld. Want toen zijn opzetje eenmaal was mislukt, kreeg het Nederlandse voorzitterschap de volle laag en niet zijn Brusselse penvoerders.”

Waarom beschouwt u Zwarte Maandag als omslagpunt in de Nederlandse Europapolitiek?

„Op weg naar Maastricht liep Den Haag, opgejut door de Europese Commissie, te ver voor de muziek uit. Na het debacle was de reactie: Dat nooit meer! Buitenlandse Zaken moest een veer laten en verschillende vakministeries, Financiën en Justitie voorop, grepen de kans om het Nederlandse Europabeleid meer naar hun hand te zetten. Die trend heeft zich sindsdien doorgezet.”