Ministerie erkent daling onderwijspeil

Het ministerie van Onderwijs erkent voor het eerst publiekelijk dat de commissie-Dijsselbloem gelijk had met de vaststelling dat het reken- en taalniveau van scholieren is gedaald.

De inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs, Annette Roeters, zegt vandaag in een interview met deze krant „dat het aantal leerlingen met ontoereikende basisvaardigheden in taal en rekenen toeneemt. Dat betekent dat het niveau van de basisvaardigheden daalt.” De Inspectie is een dienst van het ministerie. De trend werd al gesignaleerd door de Onderwijsraad en door de parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem bevestigd. Het kabinet reageert hier in juni op.

Volgens Roeters is het „voor het eerst dat zo duidelijk blijkt” dat het niveau in basisvaardigheden zakt. „Uit de laatste editie van het onderwijsonderzoek van de OESO, PISA, blijkt dat de voorsprong van Nederland op andere landen kleiner geworden is. In 2000 presteerde 10 procent van de leerlingen slecht, nu al 15 procent. We doen het nog steeds goed, maar de trend is onmiskenbaar.”

In het jaarlijkse Onderwijsverslag van de Inspectie over 2006/2007 dat vandaag verschijnt, staat nergens dat het niveau van de basisvaardigheden daalt. Maar het ministerie van Onderwijs „erkent de lezing van Roeters”, zo zegt een woordvoerder. „We erkennen dat de lat omhoog moet bij taal en rekenen.”

Daarom ook namen, zegt de woordvoerder, de bewindslieden van Onderwijs onlangs de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie-Meijerink over, die het niveau van rekenen en taal onderzocht. Het kabinet trekt hiervoor de komende jaren 115 miljoen euro uit. „Over twee jaar willen we de eerste resultaten zien.”

In het Onderwijsverslag signaleert de Inspectie verder dat lestijd minder efficiënt gebruikt wordt op scholen en dat de kwaliteit van de lessen afneemt. Verder signaleert de Inspectie dat de kwaliteitszorg voor zwak presterende leerlingen op bijna de helft van de scholen onvoldoende is.

Vraaggesprek: pagina 3