Maïsmanipulatie? Nee, voedselcrisis!

Aziatische landen kiezen sneller voor genetisch gemodificeerd voedsel door de hoge voedselprijzen.

Niet-gemodificeerd eten wordt alleen maar duurder.

In Japan en Zuid-Korea hebben voedselfabrikanten voor het eerst genetisch gemodificeerde maïs ingekocht voor de verwerking in frisdrank, snacks en andere voedingsmiddelen. De reden: conventionele maïs is te duur geworden. Daarmee is het taboe op biotechnologische voeding dat in veel landen heerst, daar in ieder geval doorbroken.

In een vraaggesprek met The New York Times vertelde Yoon-Chang-gyu, directeur van de Koreaanse vereniging van maïsverwerkende industrieën, dat biotech-vrije maïs de Koreaanse industrie inmiddels 450 dollar per ton kost. Twee jaar geleden lag die prijs nog op 143 dollar per ton. Genetisch gemodificeerde maïs kost 350 dollar per ton. De keuze is dan snel gemaakt.

De maïs die Zuid-Korea en Japan importeren, komt voornamelijk uit de Verenigde Staten, waar tegenwoordig driekwart van de maïs genetisch gemodificeerd is. In 2003 was dat nog veertig procent. Dit geldt in nog sterkere mate voor soja: inmiddels is meer dan negentig procent van het Amerikaanse soja-areaal genetisch gemodificeerd.

Die ontwikkeling brengt nieuwe complicaties met zich mee. Want de steeds omvangrijkere stroom genetisch gemodificeerd voedsel maakt het op de wereldmarkt van landbouwproducten steeds moeilijker om ‘ggo’ (de korte aanduiding voor genetisch aangepaste organismen, red.) van ‘niet-ggo’ gescheiden te houden.

Dat maakt de handel ingewikkeld en dus duur. Als bedrijven willen voldoen aan de eisen voor ggo-vrij voedsel, moeten ze er veel moeite voor doen. Voor ggo-vrij zijn aparte oogstmachines nodig, aparte vrachtauto’s, silo’s, schepen en verwerkingsfabrieken. Of deze machines en installaties moeten iedere keer zorgvuldig worden schoongemaakt. Het is haast niet realistisch om te eisen dat er niet een korreltje of boontje ggo achterblijft.

„Als je ggo-vrij graan wilt kopen, dan betaal je een extra premie”, zegt Nathalie Moll, directeur van de afdeling groene biotechnologie van Europabio in Brussel. Europabio is de Europese lobby-organisatie van de biotechnologische industrie. „In de VS, Argentinië en Brazilië is het aandeel ggo nu zo groot dat ggo-vrije maïs uit deze landen duurder is dan genetisch gemodificeerde maïs.” Wie eisen stelt, zal daarvoor moeten betalen.

Campagneleider genetische manipulatie bij Greenpeace Herman van Bekkem volgt die logica niet. Dat niet-genetisch gemanipuleerde producten veel duurder zouden moeten zijn is volgens hem kletskoek. „Een teststrip om te controleren of een partij ggo’s bevat, kost vijf euro. Dat zijn dus de enige extra kosten.”

Volgens hem is het „vooral onwil”. „De grote spelers willen eigenlijk geen gescheiden stromen. Dat kost te veel moeite. Ik heb sterk het idee dat de industrie gebruik maakt van de huidige stijging van de voedselprijzen om hun eigen agenda door te drukken. Het Amerikaanse Cargill, één van de grootste graanhandelaren ter wereld, zet extra heffingen op gentechvrije partijen omdat het bedrijf gedeelde belangen heeft met de biotechindustrie.”

Maar anderen denken dat het eerder de marktwerking is die deze ontwikkelingen stuurt. Volgens Paulien van de Graaff, beleidsmedewerker van het Productschap Akkerbouw in Den Haag, wordt de prijs onder meer opgedreven doordat Europa levensmiddelen wil die gegarandeerd ggo-vrij zijn. „Handelaren kunnen bij wijze van spreken vragen wat ze willen.”

Europa hanteert een stringent toelatingsbeleid voor nieuwe genetisch gemodificeerde gewassen. De procedures duren extreem lang. Van de Graaff: „Daardoor worden nieuwe rassen hier in de praktijk pas veel later toegelaten dan in de VS en Zuid-Amerika. Dat levert problemen op, want met zulke bulkgoederen kun je versleping nooit helemaal uitsluiten. Het betekent dat partijen met zelfs maar kleine sporen van een niet in Europa toegelaten gewas moeten worden teruggestuurd. Dat heeft een enorm prijsopdrijvend effect.” De vraag is of de grote prijsverschillen die zijn ontstaan, Europa niet uiteindelijk zullen dwingen overstag te gaan om meer biotechnologie toe te laten.

Voorzitter Bastiaan Zoeteman van de COGEM, de Nederlandse adviesraad op het gebied van biotechnologie, verwacht dat op korte termijn in Europa een grotere portie ggo in veevoer verwerkt zal worden. „Zo lang het daarbij gaat om door de Europese Unie toegelaten varianten, is er niets aan de hand. Het gaat om maïs en soja die meestal niet voor menselijke consumptie bedoeld zijn. Genetisch gemodificeerde veevoeding belandt niet in zuivel- of vleesproducten die de consument eet. Alle eiwitten, dus ook de genetisch gemodificeerde eiwitten, worden in het maagdarmstelsel van het vee afgebroken tot aminozuren.”

Intussen ‘voelt’ de biologische sector in Nederland ook de effecten van de toegenomen handel in transgene gewassen. „Het wordt steeds moeilijker ggo-vrij te krijgen”, zegt Arno van Gorp, directeur van Van Gorp Diervoeders in Waalwijk. „We zijn daarom bezig om een vaste lijn op te zetten, waarbij we onze biologische sojabonen van één coöperatie in Brazilië krijgen. Het wordt daar in containers verscheept, en niet zoals gewoonlijk in bulkcarriers. Zo kunnen we besmetting onderweg door overslag voorkomen. Maar het maakt het transport wel een stukje duurder.”

Maaike Raaijmakers van Platform Biologica in Utrecht denkt dat dit lastig is, maar uiteindelijk positief uit kan pakken. „Misschien heeft het als effect dat veehouders er weer toe over gaan hun eigen veevoer te produceren. Dat zou heel goed zijn, want het is nou niet bepaald duurzaam om je veevoer vanaf de andere kant van de wereld aan te slepen.”

Maar veevoerhandelaar Van Gorp ziet dat niet gauw gebeuren. „Door de gestegen prijzen zou het misschien interessant zijn, maar ik denk niet dat zij beschikken over het areaal aan landbouwgrond dat daarvoor nodig is.”

Rijke landen kunnen het zich permitteren genetische modificatie links te laten liggen, zegt Nathalie Moll van Europabio. „Dat is een luxepositie, maar het is de vraag hoe lang die nog houdbaar is. In Europa klaagt met name de veevoederindustrie dat zij veel geld verliezen, doordat ze gedwongen zijn duurder te produceren dan concurrenten in landen buiten de Europese Unie.” Volgens haar speelt Europa een gevaarlijk spel: „Het riskeert hierdoor zijn complete veeteeltindustrie te verliezen.”