Maar je komt er hier niet in. De VN laten niemand toe

Op de grens van Noord- en Zuid-Soedan werd de afgelopen week buiten het oog van de camera’s een oorlogje uitgevochten.

Bericht van het front.

Een oude man gaat op zijn knieën, voor de poort van het kamp van de Verenigde Naties. „Laat me binnen, mijn huis staat in brand en soldaten van het Soedanese regeringsleger plunderen de stad”, smeekt hij.

Het is woensdagnamiddag. Dikke rookwolken stijgen op uit de Zuid-Soedanese stad Abyei in betwist oliegebied op de grens met Noord-Soedan. Het is sinds 2005 officieel vrede, maar een incident heeft geleid tot een gewapend conflict tussen Zuid-Soedanese ex-rebellen en Noord-Soedanese regeringsmilitairen. Tussen het ritmische geratel van machinegeweren klinken doffe klappen van inslaande mortiergranaten. „Nee, je komt er niet in”, zegt een Zambiaanse VN-vredessoldaat resoluut tegen de oude man. „De VN hebben geen mandaat om burgers te beschermen.” De VN-macht UNMIS waar hij deel van uitmaakt, moet toezien op de tenuitvoerlegging van het vredesakkoord van 2005.

Binnen het VN-kamp hebben zich medewerkers van buitenlandse hulporganisaties verzameld. Twee snikkende medewerkers van Artsen zonder Grenzen wordt psychologische bijstand aangeboden. Bij een reddingsactie van de VN om hen uit de stad te halen, werd er op hun auto geschoten; hun kantoor en behuizing zijn geplunderd. „We doen er alles aan om voor iedereen eten en een slaapplaats te vinden”, zegt een VN-veiligheidsfunctionaris tot de menigte van ruim tweehonderd geschokte hulpverleners. „Jullie zijn hier veilig en ik verzeker jullie allen een veilige aftocht uit Abyei. Ik zal de laatste zijn die dit kamp verlaat.”

De eerste helikopter met evacués vertrekt tegen zonsondergang. Bij het opstijgen proberen onbekende strijders het toestel neer te schieten. Als geweervuur klinkt vlak bij de versterkte omheining duikt iedereen naar de grond. De Zambiaanse militairen schieten terug.

Honderden schimmen trekken, afstekend tegen een roodgekleurde hemel, met hun schamele bezittingen langs het VN-terrein. De volgende dag blijken vrijwel alle 35.000 inwoners van Abyei naar de omringende boomsavannes te zijn gevlucht.

Donderdagochtend fluiten de vogels weer, tot de moordende hitte van boven de veertig graden hun het zwijgen oplegt. De evacuatie met helikopters naar Kadugli in Noord-Soedan is in volle gang. De Soedanese medewerkers van de buitenlandse hulporganisaties moeten achterblijven. Zij zullen de volgende dagen ook niets meer te eten krijgen in het VN-kamp.

Buiten de poort heeft zich opnieuw een groep wanhopige inwoners verzameld. Pas wanneer er kogels over hun hoofden vliegen, verwijderen de Zambianen het prikkeldraad met scheermesjes en gaat de slagboom omhoog.

Commandanten van de twee strijdende partijen, het Soedanese regeringsleger en de voormalige zuidelijke rebellenbeweging, het Soedanees Volksbevrijdingsleger (SPLA), onderhandelen ’s middag in een VN-kantoor over een wapenstilstand. Buiten vliegen de mortiergranaten van links naar rechts en omgekeerd. „Jullie beschieten ons”, zegt een regeringssoldaat. „Niet waar, jullie bestoken ons, wij hebben geen mortiergranaten”, spreekt een SPLA-militair hem tegen. Het geweervuur lijkt dichterbij te komen en de overgebleven hulpverleners gaan weer op hun buik.

De nacht brengt een ongemakkelijke rust. De wapens zwijgen, een stilte voor de storm want het gonst van geruchten over troepenversterkingen aan beide zijden. Het VN-terrein oogt de volgende ochtend verlaten: vrijwel alle buitenlandse hulpverleners zijn nu geëvacueerd. Soedanezen zoeken onder stoelen en tafels en in vuilnisbakken naar eten. „Ik ben even de stad in geweest, mijn huis is vernietigd en mijn familie verdwenen. De markt is afgebrand en vrachtauto’s staan in brand. Ik zag een paar lijken, van militairen en ezels”, vertelt een droevig kijkende man.

Met hem is een bange jonge hond erin geslaagd het VN-kamp binnen te dringen. Het beestje loopt met de staart tussen de poten achter hem aan. Buiten beginnen ezels heftig te balken.

Edward Lino arriveert na het middaguur bij het VN-kamp. Hij werd eerder dit jaar door het SPLA benoemd tot gouverneur van Abyei, maar de regering in Khartoum weigert dat te erkennen. Lino behoort tot de haviken in het SPLA die de kwestie-Abyei hoog op de agenda willen plaatsen van het vredesproces dat in 2005 begon. Hij lijkt de militaire confrontatie te willen gebruiken om de noordelijke regeringstroepen uit de stad te verdrijven. Het SPLA houdt in de zuidelijke hoofdstad Juba voor het eerst sinds 1997 een partijconventie en dit lijkt het juiste moment voor Lino om de controverse rond Abyei op de spits te drijven.

Met zwaarbewapende SPLA-soldaten maakt hij een rondritje door de stad. Na terugkeer bij de VN breekt er paniek uit onder de leden van zijn delegatie, ze springen in auto’s en rijden met grote snelheid zuidwaarts, naar het gebied dat onder controle staat van de ex-rebellen. Er hangt iets in de lucht. Het begint te waaien, te stormen, woedend wervelt het zand, de regen klettert. Gitzwarte regenwolken verzwelgen de rook boven de stad. De eerste bliksem blijkt het startsein voor de hevigste gevechten tot nu toe.

Kogels vliegen over en in het VN-kamp, mortiergranaten scheren langs de omheining. „Put your fucking bodies on the ground”, schreeuwt de VN-veiligheidsman tegen de Soedanese hulpverleners. Hijzelf zoekt met de drie laatste blanke VN-medewerkers dekking in een ondiepe loopgraaf. Lichtkogels en bliksem verlichten de hemel. Zambiaanse vredessoldaten ontvluchten hun posities achter de zandzakken. „Go back to your fucking positions”, commandeert de veiligheidsman hun. Tevergeefs.

Een koele Duitse vredeswaarnemer staat bij een auto, het motorblok als bescherming tegen kogels. Langs de omheining trekt een onbekende troepenmacht op naar de stad. „Ik begrijp niet wat er zich nu op militair gebied afspeelt”, zegt de Duitser droogjes. „Ik ben een raketexpert en weet niets van mortieren.” Tot diep in de nacht gaan de gevechten door. Het lijkt dat het SPLA het regeringsleger uit zijn kazernes wil verdrijven.

Bij het eerste zonlicht blijkt de VN-veiligheidsman ook met de helikopter naar Kadugli te zijn gevlogen. Een Indiase militair deelt mee het VN-kamp nu nog louter als een militaire kazerne te beschouwen. Alle burgers moeten vertrekken. „De straat op”, benadrukt hij. De Zambiaanse VN-commandant weigert toestemming hen met een militaire helikopter te evacueren. „Zo werken de Verenigde Naties niet, ik kan niet zonder besluit van hogerhand zomaar mensen op een helikopter zetten.”

Zaterdag rond het middaguur arriveren troepenversterkingen van het Indiase VN-contingent. Na interventie van hogerhand binnen de VN mogen alsnog de allerlaatste Soedanese hulpverleners met de helikopter mee terug naar Kadugli. „Where the fuck is de VN-veiligheidsman”, scheldt een Indiase militair. „Ik dacht dat hij als laatste uit Abyei zou vertrekken.” Het staakt-het-vuren in Abyei hield gisteren nog steeds stand.